Kleine kansen met grote gevolgen

Zo overzichtelijk de vooruit- zichten voor komend jaar zijn voor de vraag naar grondstof- fen, zo lastig zijn de ontwik-kelingen aan de aanbodzijde in te schatten.

Aan de vraagkant is het verhaal redelijk overzichtelijk. De behoefte aan grondstoffen wordt komend jaar vooral bepaald door twee tegengestelde bewegingen: de Europese crisis en verwachte recessies in landen van de eurozone zullen leiden tot een kleinere vraag en dalende prijzen, terwijl de toenemende consumptie in de opkomende economieën de vraag zal opdrijven, en daarmee de prijzen.

Na een piek in april afgelopen jaar daalden de grondstoffenindices als gevolg van de schuldencrisis in Europa. Bij de ene index was de daling groter dan bij de andere, afhankelijk van onder andere de weging van verschillende soorten grondstoffen.

Zo noteerde de Reuters-Jefferies CRB-index een verlies van 8,3 procent, terwijl de S&P GSCI – waarin energiegrondstoffen relatief zwaar wegen – slechts 1 procent daalde. De Dow Jones UBS-index verloor 14 procent. Over aparte grondstoffen kan gezegd worden dat olie en goud grote stijgers waren, terwijl katoen, cacao, koper en platina flink minder waard werden.

Voor het komend jaar stellen de meeste analyses van banken en financiële media dat de groei van de Chinese, Latijns-Amerikaanse, Indiase en Afrikaanse economieën een groter effect zal hebben dan de Europese misère, mits de euro de crisis overleeft. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat de wereldeconomie met 4 procent zal groeien, dankzij een groei van 6,1 procent in de opkomende landen.

Bloomberg voorspelt aan de hand van een onderzoek onder 143 analisten, handelaren en investeerders dat edelmetalen minstens 27 procent in waarde zullen stijgen (goud zelfs 33 procent), industriële metalen minstens 17 procent en graan 5 procent.

Over China blijft wel de zorg bestaan dat de groei verder afzwakt. Vanwege de enorme omvang van zijn grondstoffenimport kan een voor China kleine daling van de vraag grote gevolgen hebben voor de prijzen.

Aan de aanbodkant daarentegen zijn de vooruitzichten veel onzekerder, en dan gaat het in de eerste plaats om olie. Het afgelopen jaar viel de productie in Libië stil, maar dat tijdelijke verlies van 1,6 miljoen vaten per dag zal in het niets vallen als Iran zijn dreigement uitvoert om de Straat van Hormuz af te sluiten.

Door deze zeestraat passeert dagelijks eenderde van de wereldwijde oliescheepvaart. Analisten verwachten dat de olieprijs, die het afgelopen jaar schommelde met een bandbreedte van zo’n 20 dollar, in dat geval met ettelijke tientallen dollars zal stijgen. Hoewel het zeer onwaarschijnlijk is dat Iran daadwerkelijk tot afsluiting zal overgaan, beïnvloedt de retoriek de markt wel. Elke keer als de uitlatingen tussen Iran en de Verenigde Staten feller worden, stijgt de olieprijs met enkele dollars.

Intussen werken de VS en de Europese Unie aan een olie-embargo tegen Iran, één van de sancties die bedoeld zijn om het land te weerhouden van de ontwikkeling van een kernwapen. Gisteren werd hierover in Brussel overlegd, maar er wordt geen overeenstemming verwacht voor het einde van de maand.

Belangrijkste geschilpunt is de termijn die landen krijgen om hun bestaande oliecontracten met Iran nog door te laten lopen. Enkele eurolanden, juist die met grote schuldproblemen (Griekenland, Italië, Spanje), betrekken veel olie uit Iran. De Italiaanse premier Mario Monti zei deze week alleen in te stemmen met een embargo als Iran wel olie kan blijven leveren om een miljardenschuld aan het Italiaanse energiebedrijf Eni af te betalen.

Een embargo zou voor Iran grotere gevolgen kunnen hebben dan enkele weken geleden werd ingeschat. Toen werd nog aangenomen dat Iran bij een westers embargo zijn olie nog prima zou kunnen verkopen aan Aziatische landen.

Inmiddels is duidelijk dat ook Japan en Zuid-Korea alternatieve leveranciers zoeken, Saoedi-Arabië in de eerste plaats. Zij worden hiertoe onder druk gezet door een vergaande sanctie die de VS vorige week tegen Iran instelden. Die komt er op neer dat financiële instellingen, uit welk land dan ook, sterk ontmoedigd moeten worden om zaken te doen met de Iraanse centrale bank, waar de olie-opbrengsten binnenkomen.

China, dat de grootste afnemer van Iraanse olie is, heeft geprotesteerd tegen de unilaterale actie van de VS, maar ook dat land sluit sinds enige tijd minder oliecontracten af met Iran. Het ziet ernaar uit dat Iran zijn olie met fikse kortingen moet gaan aanbieden aan landen die bereid zijn om weerstand te bieden tegen Amerikaanse druk.

Als Saoedi-Arabië zijn productie snel genoeg kan verhogen, en een embargo geleidelijk wordt ingevoerd, zal het effect van de maatregel op de olieprijs beperkt blijven.

De olieprijs kan bovendien beïnvloed worden door verdere internationale isolatie van het regime in Syrië en de Arabische opstanden meer in het algemeen. Ook Nigeria, dat veel olie produceert, wordt politiek steeds instabieler als gevolg van terroristische aanslagen.

Hogere olieprijzen leiden gemakkelijk tot hogere prijzen voor andere grondstoffen, waaronder gas en voedselgewassen, omdat er olie nodig is voor de productie hiervan.

Behalve deze conflictsituaties zijn er nog allerlei andere politieke factoren die de grondstoffenprijzen kunnen beïnvloeden (zie kaart).

Al met al worden de vooruitblikken op 2012 beheerst door tail risks: gebeurtenissen met een kleine kans, maar met grote gevolgen. Investeerders dekken zich tegen die risico’s in door opties te kopen, meldt de Financial Times. En ook hierin is weer grote onzekerheid zichtbaar: aan de Nymex-beurs in New York stijgen zowel de verkoop van opties op een hoge olieprijs, als die van opties op een lage olieprijs.