Ik moet een aaseter zijn

Met zijn band The Devil’s Blood speelt gitarist Selim Lemouchi door heel Europa.

„Ik vervloek het vlees maar het is de tempel waar vanuit ik de wereld in zal moeten.”

„In het slachthuis ben ik vaste klant. Laatst kocht ik veertig liter, twee vrieskisten vol. Ik had nooit zo’n zin om de slagers te vertellen waarom ik bloed nodig had. Inmiddels kennen ze me wel. Voor hen is het gewoon een van de vele producten die ze verkopen. Wat je ermee doet, maakt ze niets uit. Al smeer je het in je haar.”

En dan begint Selim Lemouchi (31) te grijzen: „Nou, dat doen wij dus.”

In 2007 begon hij met The Devil’s Blood. Hij schreef en speelde alle muziek en liet zijn zus zijn duivelse onheilsprofetieën zingen. Hun twee albums werden in heel Europa lovend ontvangen. The Devil’s Blood speelt er, inmiddels als band, in uitverkochte zalen.

Doorgaans is dat slecht nieuws voor de schoonmaakploeg.

Want voordat de leden het podium (vol kaarsen, wierook en altaars) betreden, smeren ze zichzelf in met bloed.

Lemouchi is namelijk een satanist in hart en nieren. Daarom staat er ‘Hail Satan’ op zijn voordeur en hangen er binnen botten, schedels en omgekeerde kruizen. Er staat een altaar, op de muur zit – onder meer zijn eigen – bloed. Maar helaas. Bij hem thuis afspreken wil hij niet, ook niet nadien voor de foto.

En dus zit Lemouchi in de stationsrestauratie van zijn woonplaats Eindhoven. Hij ziet eruit als een hardrocker: lang haren en baard, leren broek en jack, armen tot aan de vingerkootjes vol getatoeëerd met occulte symbolen. Maar voor een duivelaanbidder is hij behalve goedlachs ook welbespraakt. Het interview duurt anderhalf uur en lijkt soms op een monoloog. Daarin laat Lemouchi achteloos termen vallen als ‘soevereine entiteit’ en ‘antropomorficatie’.

„Lekker”, zegt hij bij zijn eerste hap appeltaart. En daarna, bloedserieus: „Ik vervloek het vlees maar het is de tempel waar vanuit ik de wereld in zal moeten. En aangezien ik de beslissing heb genomen om deze wereld voorlopig niet te verlaten, moet ik ervoor zorgen dat ik – op mijn voorwaarden – blijf voortbestaan.”

Wilde je eigenlijk zelfmoord plegen?

„Na ons eerste album The Time of No Time Evermore was ik ervan overtuigd dat ik alles had gezegd wat ik moest zeggen. Ik zag nergens nog heil in. Niet op een depressieve manier, maar meer van: het schilderij is klaar.”

Vond je moeder dat ook?

„Natuurlijk is het voor geen enkele ouder acceptabel om een eigen kind te begraven. Maar dat is niet mijn zorg.”

Dat zijn harde woorden…

„...voor een zoon uit een warm nest. Maar het is de realiteit. Dat zeg ik niet om haar te kwetsen, want ik hou van mijn moeder. Maar ik weet dat ze er vrede mee zou hebben. Ik ken haar goed genoeg om te weten dat ze er vrede mee zou hebben. Ze onderschrijft mijn – wat zij noemt – ‘hersenspinsels’ niet, maar respecteert ze wel. Ze is een paar keer komen kijken en is erg trots op mijn zus en mij.”

Toch leef je nog.

„Dat werd voor mij besloten. Ik kwam tot het inzicht dat ik nog lang niet klaar was en wilde de nummers ook live gaan uitdragen. Die inspiratie diende zich aan. Ik denk niet dat ik alsnog volgend jaar beslis dat het genoeg is geweest, maar kan me ook niet voorstellen dat ik hier nog dertig jaar ben.”

Wat betekent Satan voor je?

„In het universum zijn er twee stromingen: de kracht van de orde en van chaos. In die strijd probeer ik mezelf zoveel mogelijk in het aanschijn der duisternis te plaatsen. Het creëren van verwarring, onzekerheid en onbalans – bij mezelf me nog het meest – dat is waar ik voor sta. Niet kiezen voor vluchten, maar voor vechten.”

„Ik neem de duivel heel serieus. Maar of het een rode man met hoorns is, een grote wolk antimaterie of alleen een filosofisch principe, daar heb ik geen pasklaar antwoord op. Het gaat om de vraag: ga je zielig in een hoekje zitten en stel je jezelf zo min mogelijk bloot, of durf je in het vuur te treden en totale vrijheid na te streven?”

Je zat ooit zielig in een hoekje.

„Op mijn 22ste werd ik steeds ongelukkiger van alles waarvan mij was geleerd dat ik het moest najagen: werk, hobby’s, relaties. Ik kon niet dealen met de maatschappij en het idee van huisje-boompje-beestje. Je duwt jezelf in een rol die niet aan je is besteed. Het is als een homoseksueel die jarenlang blijft ontkennen. Dat gaat een keer mis.

„Onbewust verdoofde ik mezelf dagelijks met drank, speed en coke. Bijna vier jaar ben ik ambulant in behandeling geweest bij psychiaters en psychologen. Niet stoppen met drugs, zeiden ze, want dat is jouw reddingsvest. Alsof er geen enkele reden tot paniek was en ik die deken gewoon verder over me heen moest trekken.

„Muziek, destijds in de hardrockband Powervice, hield me op de been. Het gaf ritme, ondanks alle medicijnen en chemicaliën. Maar toen die band stopte, is de boel echt geklapt.”

Hoezo?

„Ik ben teruggegaan naar het nulpunt. In een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis heb ik mezelf als het ware laten resetten. Vanuit die leegte ben ik opnieuw begonnen. Eén van de dingen die me daaruit heeft getrokken was mijn interesse voor het occulte en – daar is-ie weer – de duivel.

„Ik heb besloten om me helemaal niet meer bezig te houden met zekerheden, ambities en carrière. Ik moet een aaseter zijn. Op elk moment kiezen wat het meest opportuun is. Als een roofdier rücksichtslos nemen wat ik nodig heb. Morele implicaties zijn niet aan mij besteed. En naar de hel met iedereen die het anders ziet.”

Geldt dat ook op het podium? Jullie optredens heten ‘rituelen’.

„Spelen vergt totale concentratie. Daarvoor moet je onbenullige gedachten, maar ook gevoelens van heimwee en liefde uitschakelen. Voor een deel gebeurt dat vooraf, achter het podium. Hoe precies, dat moet achter gesloten lippen blijven. Anders verliezen die rituelen hun betekenis.

„Bij het opdoen van het bloed word je gedoopt in de dood. Vanaf dat moment gaat mijn persoonlijkheid uit en ben ik niet meer aanspreekbaar. Je draait volstrekt op discipline.

„Soms gebeurt er niets, af en toe krijg je terug uit de zaal wat je erin stopt. Dan zie je bijvoorbeeld de eerste zes rijen met gesloten ogen staan. Ik voel hoe de poorten in mezelf openen en de geesten naar buiten vliegen. Dan komt de waarheid boven.”

Is het geen gimmick?

„Onze generatie heeft alles al gezien, hoe moet je die nog shockeren? Ik zie het voordeel ook niet. Sterker nog: er zijn alleen nadelen. Veel zalen en boekingskantoren willen ons niet. Maar dit is gewoon de manier waarop we dit moeten doen, onze expressie.

„Het wijkt af van de norm, maar er zijn wel gekkere dingen gedaan. Vergeleken met een kunstenaar als Hermann Nitsch zijn wij nog normaal. Bij hem moet je het hele pand laten ontsmetten. Bij ons ben je met een teiltje en een dweiltje wel klaar.”

Even praktisch: hoe kom je aan bloed in het buitenland?

„Het staat op onze rider. Maar als de zaal het niet regelt, doen fans dat. Dat is het mooie: over de hele wereld bestaat een netwerk van gelijkgestemden. In Noorwegen had een jongen driekwart liter bij zichzelf afgetapt. Daar heeft hij wel een paar dagen last van gehad. Als je dat opdoet, komt er mentaal nog wel even iets bij.”

The Thousandfold Epicenter van The Devil’s Blood is verschenen bij Ván Records. Vanavond speelt de band in Nijmegen (Doornroosje), morgen in Antwerpen (Trix). Meer op www.devilsblood.com