Het was me het jaartje wel

Maandag verschijnt het 50ste deel van Het aanzien van, een reeks jaarboeken die het wereldnieuws vastleggen en warme nostalgische gevoelens opwekken. In elk geval bij Arjen Fortuin, die zich stortte op 1978 als de moeder aller aanziens.

Toen ik de kartonnen doos met oude Donald Ducks in het huis van mijn grootouders eenmaal uit mijn hoofd kende, raakte ik gefascineerd door de rij Het aanzien van… in hun boekenkast. Het moeten er een stuk of vijftien zijn geweest, beginnend in 1964. Bij elk volgend bezoek rende ik naar de kast om me op een nieuw jaar te storten en me vol te zuigen met de grotemensenwereld: 1969 (de moord op Sharon Tate!), 1971 (de eerste Europacup van Ajax!), maar vooral 1978, het jaar met paus Johannes Paulus I op het omslag. Misschien omdat het het nieuwste deel was toen ik de boeken begon te lezen, misschien omdat ik voor het eerst over het bestaan van het pausdom hoorde toen Paulus VI stierf – en vervolgens dacht dat pausen om de haverklap doodgingen. (In werkelijkheid zou Karol Wojtyla het uitzingen tot Het aanzien van 2005 en in Het aanzien van 2011 zalig verklaard worden).

Maar wat staat er verder eigenlijk in Het aanzien van 1978. Twaalf maanden wereldnieuws in beeld, dat nu met 46 broederboeken in mijn eigen kast staat, na erfenis en aanvulling. 33 jaar na 1978 ben je vooral blij dat we het allemaal hebben overleefd. Mijn grootvader zou in de laatste jaren van zijn leven volhouden dat er ‘steeds meer ellende’ in de boeken kwam te staan, maar de rampen vliegen je om de oren. Neem 20 november 1978, toen het verwachte einde van de wereld niet leidde tot Mayapraatjes in talkshows, maar tot een 900-voudige zelfmoord van een sekte in Guyana. Of de tien mensen die stikten in de chloordampen die vrijkwamen bij een treinongeluk in Florida op 26 februari. En dan was er de Spaanse camping waar een exploderende tankwagon 150 mensen doodde op 11 juli.

Waarbij we van geluk mogen spreken dat de in januari met kwik geïnjecteerde Israëlische sinaasappels geen slachtoffers maakten, in tegenstelling tot een hele reeks aanslagen die verband hielden met het Israëlisch-Palestijnse conflict (al werd ook het hele jaar toegewerkt naar de vrede tussen Israël en Egypte), de strijd in Rhodesië en Zaïre, de Rode Brigades (de moord op oud-premier Aldo Moro) en de gijzeling in het gemeentehuis in Assen.

Auteur Johan Jongma begint zijn inleiding dan ook onvergetelijk: ‘Weer is er een jaar voorbij waarvan we kunnen zeggen: „Het was me het jaartje wel.” Geen bijster originele typering en evenmin een die van een nuchtere, afstandelijke benadering getuigt, maar toch een verzuchting die menigeen over de lippen komt bij het terugblikken op het wereldgebeuren van het jaar 1978.’ De teksten van Jongma blijken minder droog dan je verwacht en verraden een linkse sympathie, bijvoorbeeld wanneer hij schrijft over Bram, Freek en het WK in Argentinië (Bloed aan de paal!).

In één stukje gaat Jongma lekker los, over een afgelaste uitzending van een optreden van Bette Midler: ‘De kijklust werd nog eens extra aangewakkerd door de kleinkunstrecensenten, die hijgkreten tekort kwamen om dat super-show-wijf, die onvergelijkbare superheks, die Divine Miss M op te hemelen. Helaas, we hebben dat brok buitensporige onstuimigheid, met haar wervelende show van Tits and Wits niet mogen aanschouwen.’ Je zou er Jongma alsnog de Tzumprijs voor geven. Wat de Tits zonder Wits betreft: de samensteller heeft een voorkeur voor antropologisch bloot, zoals blijkt uit foto’s van Juliana in Suriname en van Ethiopische vluchtelingen.

Elders komt Jongma juist een tikje oubollig uit de hoek. Zo ziet hij niet veel in punk: ‘de uitwerking ervan scheen toch beperkt te blijven tot wat nieuwe rauwe geluiden in de popmuziek en wat blikkerige opschik in de kleding’. In andere opzichten blijkt 1978 sprekend 2011; opstand in Tunesië (toen tegen Bourguiba, vorig jaar tegen Ben Ali), vallende Nederlanders in de Tour (toen Kuiper, nu Gesink), talkshow van de buis gehaald (toen Mies Bouwman – ja echt, nu vast Beau van Erven Dorens), succesvolle Nederlandse honkballers (toen winst op Japan, nu wereldkampioen) en natuurlijk Johan Cruijff (toen 0-8 voor Bayern München, nu een coup bij Ajax).

Maar vooral heel interessant zijn de gewetensbezwaren bij het CDA. In 1978 konden de christen-democraten maar moeilijk wennen aan het kabinet Van Agt I met de VVD. Al werden daar in 1978 meer consequenties aan verbonden dan in 2011: waar de zelfbenoemde CDA-dissidenten vorig jaar met een klein zetje terug in het gareel floepten, trad minister Kruisinga op 1 maart 1978 af omdat hij zich niet kon vinden in het standpunt over de neutronenbom (1,2 miljoen handtekeningen tegen, trouwens).

CDA-fractieleider Aantjes (die kritiek had gehad op het uitblijven van het tweede kabinet Den Uyl) haalde het einde van het politieke jaar ook niet wegens zijn oorlogsverleden. Hij werd opgevolgd door Ruud Lubbers, die een halfjaar eerder nog in de problemen raakte door wat dingetjes met beleggen tijdens zijn ministerschap en een daaruit voortvloeiend voordeeltje van drie ton. ‘Volgens CDA-commentaren was er wettelijk en moreel niets laakbaars aan de hand.’ En het bericht: ‘Politieke deining om koopsompolissen’, over de CDA-Kamerleden die net voor een wetswijziging een voordelige koopsompolis afsloten.

Nog een opmerkelijke samenhang: 1978 was niet alleen het jaar van de val van Aantjes, maar ook het jaar waarin Pieter Menten, wel een echte oorlogsmisdadiger, wegens formaliteiten werd vrijgelaten. Dat is ook wat de Aanzien-boeken toevoegen aan Wikipedia en de andere plaatsen waar de losse feiten te vinden zijn; ze laten zien hoe gebeurtenissen op elkaar ingrijpen of dat lijken te doen doordat ze kort na elkaar plaatsvinden.

Na de 240 pagina’s wereldnieuws in beeld ben je daadwerkelijk in 1978 geweest, soms juist door de onvolledigheid van de informatie. Neem die arme Albino Luciani. Zijn bijnaam ‘de lachende paus’ blijkt hij al meteen gekregen te hebben en ging het ‘helemaal mis’ met de witte rook. Van de inmiddels wijd verbreide theorie dat de 65-jarige Johannes Paulus I werd vergiftigd, is niets te vinden... op één in retrospectief omineus zinnetje na: ‘In weerwil van dringende verzoeken daartoe had het Vaticaan geen autopsie op het stoffelijk overschot willen laten verrichten, zodat geen zekerheid werd verkregen over de doodsoorzaak: een hartinfarct of een hersenbloeding.’ Of een kwiksinaasappel natuurlijk.