'Het Kremlin herschrijft de geschiedenis'

Om zijn ideologie aan de man te krijgen, heeft Vladimir Poetin sterke symbolen nodig, zoals oud-premier Pjotr Stolypin. Dat diens naam synoniem was voor de galg, wordt slim verzwegen.

Aan de vooravond van Vladimir Poetins terugkeer als president is de conservatieve, nationalistische premier Pjotr Stolypin in Rusland ineens de grote held. Vergeten is dat onder zijn bewind drieduizend revolutionairen door speciale rechtbanken ter dood werden veroordeeld en dat ‘de stropdas van Stolypin’ bijnaam was van de galg. Ook wordt erover gezwegen dat hij het in 1905 ingestelde, maar ongehoorzame parlement ontbond en de kieswet ten gunste van de adel en welvarende klassen veranderde. Het enige dat vandaag nog telt zijn de hervormingen, waarmee Stolypin het Russische keizerrijk wilde moderniseren.

De ‘heiligverklaring’ van de conservatieve hervormer is niet toevallig, zegt historicus Salavat Ischakov, onderzoeker aan het Instituut voor Russische Geschiedenis van de Academie van Wetenschappen en specialist op het gebied van de revoluties van 1905 en 1917. „Toen Poetin zei dat de nieuwe ideologie van Rusland het conservatisme was, had het Kremlin iemand als Stolypin nodig die daar symbool voor kon staan. Precies daarom wordt hij nu geïdealiseerd als een sterke leider.”

Het op een voetstuk plaatsen van Stolypin is dus volgens Ischakov bedoeld om Poetins conservatieve politiek te rechtvaardigen. „Op televisie wordt de noodzaak van zo’n politiek voortdurend benadrukt”, zegt hij. „Terwijl het conservatisme van Poetin hoogstens een parodie is op een echte conservatieve ideologie, die het goede van vroeger wil behouden.”

Premier Poetin, die zich alom manifesteert als de grote hervormer van Rusland, spiegelt zich dezer dagen met genoegen aan zijn daadkrachtige voorganger. Sinds de zomer is hij zelfs voorzitter van het comité dat dit jaar – op Stolypins 150ste geboortedag – een standbeeld voor hem wil oprichten voor het Witte Huis, de zetel van de Russische regering.

Maar de verering van Stolypin is onterecht, zegt Ischakov, die ook zijn vraagtekens plaatst bij de stroom boeken die nu over hem verschijnt. „Zijn hervormingen zijn allesbehalve succesvol geweest. Eerder kun je spreken van een totale mislukking. Stolypin wilde Rusland moderniseren door onder meer een moderne boerenstand op te richten, die de monarchie moest steunen. Maar toen hij de boeren in 1907 land in eigen beheer gaf, wisten ze niet wat ze daarmee aanmoesten en wilden ze het niet hebben.”

Een al even vernietigend oordeel geldt voor Stolypins industriepolitiek. De industrie groeide weliswaar enorm aan het begin van de twintigste eeuw, maar dat was niet dankzij zijn bemoeienis, die de ontwikkeling van het kapitalisme alleen maar in de weg zat. „Zijn hervormingen hebben in feite alleen maar tot repressie geleid en ervoor gezorgd dat de toch al zo explosieve situatie in Rusland vlam vatte.”

Het gladstrijken van Stolypins nagedachtenis gebeurt onder leiding van de – inmiddels voormalige – directeur van Ischakovs instituut, de vooraanstaande historicus Andrej Sacharov. Hij is jarenlang bezig de Russische geschiedenis mooier voor te stellen dan zij is. „Als we Sacharov horen, weten we precies wat de regering van historici verlangt”, zegt Ischakov. „Zo heeft hij gezegd dat Rusland de oorlog met Japan van 1905 helemaal niet heeft verloren. Het was daarom de hoogste tijd de geschiedenis te herzien. En wij, zijn ondergeschikten, moesten onze mond houden over die onzin.”

De herschrijving van de geschiedenis vindt volgens Ischakov plaats op aanwijzing van Vjatsjeslav Soerkov, de chef-ideoloog van het Kremlin, die ook de term ‘geleide democratie’ heeft bedacht als eufemisme voor Poetins autoritaire regime. „De Communistische Partij van de Sovjet-Unie deed precies hetzelfde. Wat dat betreft is er niets veranderd.”

Niet alleen de status van Stolypin wordt verfraaid, maar ook die van de Russische geschiedenis in het algemeen. „Het verleden onder de tsaren wordt geïdealiseerd, alsof alles toen mooi en schitterend was en er geen schrikbarende armoede bestond. Ook moet worden benadrukt dat Rusland altijd ‘groots’ is geweest. Voor de zwarte kanten van onze geschiedenis is in dat ideologische beeld geen plaats. Daarom wordt er over de Stalinterreur zo gezwegen.

„Onlangs is bijvoorbeeld aan de Moskouse Staatsuniversiteit een dissertatie over de hongersnood in het Wolgagebied in de jaren twintig niet door de promotiecommissie geaccepteerd. Niet omdat het onderzoek, waaraan vijftien jaar was gewerkt, niet deugde, maar omdat het onderwerp niet-patriottisch genoeg was.”

Om ‘dissident’ historisch onderzoek tegen te gaan, worden ook de archieven in toenemende mate gesloten. Het is een klacht die door veel westerse historici wordt geuit. „Sinds Poetin aan de macht is, worden sommige archiefstukken niet meer vrijgegeven”, zegt Ischakov. „Dat geldt ook voor de archieven van de presidentiële staf. De reden daarvoor is dat men bang is dat nieuwe westerse publicaties Rusland en zijn regering in diskrediet zullen brengen.”