Het geheim van Silicon Valley

Na de dotcom-bubbel bloeit Silicon Valley weer als vanouds. Apple en Google domineren het nieuws, de beursgang van Facebook nadert. Waarom worden die successen telkens geoogst op een klein schiereiland bij San Francisco?

Het is een klein maar cruciaal wijkje, daar aan het begin van Sand Hill Road in Menlo Park. Verscholen tussen de bomen van de Sand Golf and Country Club, zitten de venture capitalists op elkaar gepakt in een paar lage kantoorgebouwen.

Hier vind je de grootste durfinvesteerders in de technologiesector op een paar vierkante meter. Ze helpen met raad, daad en kapitaal jonge bedrijven snel te groeien. Vervolgens verkopen ze hun belang bij een beursgang of een overname door een ander bedrijf. Het is een truc die Silicon Valley, een paar aan elkaar gegroeide stadjes op het schiereiland van San Francisco, als geen ander beheerst.

Sequoia Capital is gevestigd op Sand Hill Road nummer 3000. De gerenommeerde beleggingsmaatschappij, actief sinds 1972, stak geld in bijvoorbeeld Apple, Google, Oracle, Yahoo en Cisco – op een moment dat nog niemand die bedrijven kende. Nu zijn die vroege ontdekkingen – Sequoia’s specialisme – goed voor 20 procent van de waarde van de Nasdaq.

Deze Amerikaanse technologiebeurs bruist weer na de recente beursgangen van onder meer LinkedIn, Groupon en Zynga. En beleggers kijken reikhalzend uit naar de grootste vis: sociaal netwerk Facebook, met een geschatte waarde van zo’n 100 miljard dollar.

Roelof Botha werkt al negen jaar voor Sequoia Capital. Botha – hij is een kleinzoon van de Zuid-Afrikaanse voormalige politicus Pik Botha – was in het verleden onder meer commissaris bij YouTube en PayPal en heeft nu zeventien starters onder zijn hoede. „En we blijven zoeken naar beloftevolle bedrijven”, zegt Roelof Botha van Sequioa. „Als je een goed idee hebt, een bijzonder team en unieke technologie, dan kunnen wij je helpen.”

Hoewel spectaculaire beursgangen veel aandacht trekken is dat niet waar het in Silicon Valley om draait, zegt Botha. „Als een ondernemer vanaf het begin denkt ‘hoe kan ik zoveel mogelijk verdienen met een exit’, dan schort er blijkbaar iets aan het verdienmodel.”

Sequoia Capital richt zich op successen op langere termijn, zegt Botha. Het weert particuliere investeerders – „miljardairs die nog rijker willen worden” – en heeft vooral universitaire fondsen en liefdadigheidsfondsen als klant. Die nemen deel aan investeringsrondes van telkens enkele honderden miljoenen dollars. Botha: „Met de opbrengst van Sequoia bouwen bijvoorbeeld Stanford, Harvard en Princeton betere gebouwen voor hun studenten. Met zulke educatieve doelen werken we liever samen dan met pensioenfondsen.”

De universiteiten vormen een onmisbaar element in het ecosysteem van Silicon Valley. Zij lokken talent naar Californië. Wie over de campus van Stanford of Berkeley wandelt ziet alle werelddelen voorbij komen. Op hun beurt investeren technologiebedrijven veel in de universitaire laboratoria, om in contact te komen met de meest talentvolle studenten. Ze sponsoren cursussen, geven lezingen – zoals Steve Jobs’ vermaarde rede voor Stanfordstudenten: ‘Stay young, stay foolish’ – en zitten in het universiteitsbestuur.

Deze symbiotische relatie bestaat al lang. De gids Silicon Valley for geeks – te koop bij het Computer History Museum in Mountain View – beschrijft hoe de basis in 1956 werd gelegd in het laboratorium van William Shockley. Deze natuurkundige stond aan de wieg van de chipindustrie en haalde een paar briljante wetenschappers naar de Bay Area. Die trokken nieuwe studenten aan, die weer aan de slag konden bij nieuwe bedrijven als Intel.

Ook Microsoft, dat zijn hoofdkwartier in de buurt van Seattle heeft, bouwde in Silicon Valley een extra campus voor 2.400 medewerkers, pal naast aartsrivaal Google. „Je moet hier wel zitten als je toegang wilt hebben tot de beste techneuten”, zegt Matt Thompson die namens Microsoft jonge bedrijven begeleidt.

Silicon Valley staat bekend om zijn serial enterpreneurs. Roelof Botha heeft een psychologische verklaring voor het hoge ondernemersgehalte. „Mensen worden niet gelukkig van een hoge beloning. Ze worden gelukkig als ze zelf mogen bepalen wat ze doen. En dat kun je als eigen ondernemer.”

Na zelf twee of drie start ups begonnen te zijn, helpen ondernemers vaak andere starters. Daarbij investeren ze het geld dat ze zelf aan hun vorige bedrijven overhielden. Matt Thompson: „Tijdens een potje golf, of op vrijdagavond, tijdens een potje poker, wijzen ze hun vrienden op een aantrekkelijke investering.”

Het is dit netwerk dat de startersmolen draaiende houdt. Want wie vroeg instapt, verdient het meest en steekt zijn opbrengst opnieuw in veelbelovende initiatieven. Dat is de crux van Silicon Valley.

De nieuwe internethausse trekt veel nieuwkomers. Ze laten zich niet afschrikken door torenhoge huurprijzen en peperdure supermarkten. Zelfs koffieketen Starbucks rekent hier een dollar extra voor een mierzoete Frappuccino.

Omdat je in de Bay Area zoveel nationaliteiten en culturen treft zijn de drempels laag: vrijwel iedereen komt van elders. Phil Libin van Evernote: „Ik heb jarenlang gewerkt aan de oostkust en daar moest ik me na drie ontmoetingen nog steeds voorstellen. Hier voelde ik me meteen thuis.”

Evernote, een internetdienst die je notities verzamelt en aantekeningen inscant, heeft net een grote financieringsronde van 50 miljoen dollar achter de rug. Het bedrijf telt nu 100 medewerkers. Phil Libin. „Dit is de beste tijd om een technologiebedrijf te beginnen. Vroeger moest je miljoenen investeren in servers en bandbreedte. Die kosten zijn gedecimeerd. Je hebt de beschikking over gratis software en betaalbare, gemakkelijk in te huren diensten op internet – al kiezen wij ervoor onze eigen infrastructuur te bouwen.”

Distributie van software is stuk eenvoudiger dankzij de app stores, de softwarewinkels voor smartphones en tablet-pc’s. Hetzelfde geldt voor marketing: reclamemaken is gratis op sociale media als Facebook, Twitter en YouTube.

Libin: „Maar het belangrijkste verschil met de dotcom-bubbel is dat internet volwassen is geworden. Er zijn twee miljard mensen online en er zijn betrouwbare verdienmodellen.” Freemium (free en premium) is nu het toverwoord: een gratis dienst met beperkingen en advertenties om de grote massa over de streep te trekken, een betaalde variant voor een kleine groep gebruikers. Dankzij die formule is Evernote al in een vroeg stadium winstgevend, aldus Libin.

Een start up kan met 150.000 dollar in een paar maanden een idee uitwerken, en dan voor de echte funding gaan. Maar lage initiële investeringen vormen geen garantie voor succes. „Slechte ideeën kosten je nu wel een stuk minder geld”, lacht Matt Thompson van Microsoft.

Daarna groeit de start up door in twee of drie volgende investeringsrondes, die uiteindelijk tientallen tot honderden miljoenen groot kunnen zijn.

De jongste generatie internetbedrijven kan razendsnel ‘opschalen’. Facebook is daarvan het beste voorbeeld: met minder dan 3.000 man personeel bedienen ze wereldwijd meer dan 800 miljoen gebruikers. Na een reeks financieringsrondes is Facebook echter uitgespeeld in de private markt. Het moet naar de beurs omdat er meer dan 500 verschillende aandeelhouders zijn – zo wil de Amerikaanse wet het.

Zijn de verwachtingen voor Facebook te hooggespannen en stevent Silicon Valley op een nieuwe zeepbel af? „Of Facebook straks 100 of 200 miljard dollar waard is doet er niet toe”, zegt Roelof Botha van Sequoia Capital. „Het is een bedrijf met een enorm aantal gebruikers en het maakt een gezonde winst. Jammer genoeg konden wij er niet meer in investeren.”

Omdat vrijwel iedereen in Silicon Valley zich met techniek bezighoudt, is er wederzijds respect, ook tussen concurrenten. Vijanden maken is sowieso niet verstandig in dit kleine wereldje. Matt Thompson: „Technologiebedrijven veranderen snel. Je weet nooit waar je over vijf of tien jaar werkt.”

Want de motor van Silicon Valley draait vooral op een enorme reeks mislukkingen. „Je werkt pas echt in The Valley als je bij een bedrijf hebt gezeten dat in één klap van tien miljard waarde in elkaar stortte”, zegt Kent Walker, hoofd van de juridische afdeling van Google.

Phil Libin van Evernote herinnert zich hoe het zijn vorige twee bedrijven verging na een beursgang. „Het personeel vergat te werken; ze hielden continu de koersen in de gaten. In gedachten rekenen ze uit hoe groot de boot was die ze konden kopen. Maar de beurs is volatiel. De ene dag heb je een jacht van zestien meter, de volgende dag is het nog een roeibootje.”

Marc Hijink