Geluk bleef voor haar ongrijpbaar

De goudblonde actrice wordt dit jaar alom geëerd: met een film, een toneelstuk en een opera.

Hoe zien de makers haar? En hoe zag zij zichzelf?

Wie Marilyn Monroe (1926-1962) voor de laatste natuurlijke schoonheid houdt, nog onbezoedeld door de plastische chirurgie, heeft een nostalgische kijk op de zaken. Want niet alleen naam en donkerblonde lokken, maar ook haar neus (kraakbeenknobbel weggehaald) en boventanden (overbeetcorrectie) werden aangepast aan de heersende norm.

Toegegeven: moeder natuur was Monroe, geboren als Norma Jeane Mortenson, goedgezind. In de jaren 50 en vroege jaren 60 voldeed ze met haar volle boezem en brede heupen aan het ideaalbeeld van toen. Ingesnoerd in kokerrok of cocktailjurk kon ze het silhouet van een Coca-Colaflesje evenaren. Precies zoals in de serie Mad Men actrice Christina Hendricks (Joan Holloway) dat vandaag laat zien. In die zin was Monroe een natuurlijke verschijning. Daar kwam nog geen liposuctie aan te pas.

Het levensverhaal van Monroe is dat van een bijna gelukte emancipatie. De vrouw die door haar zenuwzieke moeder in de steek was gelaten, wilde haar schoonheid inzetten om macht en aanzien te verwerven – wat lukte. Als jonge actrice wilde ze de scholing inhalen die ze als tiener had gemist. Ook dat lukte. Na een eerste ontmoeting met toneelschrijver Arthur Miller ging ze kunstgeschiedenis en letteren studeren aan de universiteit van Los Angeles.

Ze had de smaak van een late bekeerling tot de literatuur. Wat je bij zulke lezers vaak ziet, is dat ze zich met een jaloersmakende gulzigheid wenden tot de klassiekers. Ze zijn golddiggers in de literatuur. Wie ze aan de haak slaan? Marcel Proust natuurlijk, maar ook Gustave Flaubert en James Joyce – de bekende foto waar de roodgestifte Monroe in hotpants op een speeltuinbankje Ulysses zit te lezen is in dit opzicht dus waarachtig. Ten slotte wilde Monroe zich emanciperen door gelukkig te worden, dit met behulp van de psychotherapie. Dat mislukte grandioos.

Op 5 augustus 1962 werd het 36-jarige, ontzielde lichaam van Monroe door haar psychotherapeut aangetroffen in haar huis in Los Angeles. Ze had de inhoud van een compleet potje van het slaapmiddel Nembutal tot zich genomen, een geslaagde zelfmoordpoging. Precies zoals ze het haar therapeut eerder al had beschreven, inclusief de opluchting die ze bij de gedachte aan de dood ervoer. In dezelfde brief had ze uitgelegd dat ze ondanks haar geestelijke problemen, net als Greta Garbo en Charlie Chaplin, toch altijd was blijven werken. En ze citeerde Milton, althans zoals zij het zich herinnerde: „The happy ones were never born”.

Het had anders kunnen lopen, misschien. In 1955 nog neemt Monroe een aantal radicale beslissingen. Ze geeft eindelijk gehoor aan goede voornemens. Vanaf dat jaar volgt ze acteerlessen bij de befaamde Actor’s Studio in New York. Ze verhuist uit Hollywood naar de Oostkust en zet daar haar eigen productiebedrijf op. In New York ontmoet ze Truman Capote en ziet ze Arthur Miller opnieuw, met wie ze lange fietstochten door Brooklyn maakt en die haar een jaar later ten huwelijk zal vragen – al is ze op dat moment nog met de jaloerse, maar loyale honkballer Joe DiMaggio gehuwd.

Uit deze jaren dateren haar bekendste foto’s. In 1956 poseert ze voor Cecil Beaton, die de foto maakt die ze zelf als haar favoriet gaat beschouwen. Monroe, 29 jaar oud, ligt in een wit gewaad ruggelings op bed en houdt een anjer voor haar borst. Witte tanden, witblond woelig haar, zwartomrande ogen die schrander en oprecht in de lens kijken. Een jaar later is Richard Avedon aan de beurt. Urenlang voert Monroe haar act op in zijn studio op Madison Avenue, als sprankelende en zelfbewuste actrice. Tot ze, mede door de witte wijn die rijkelijk vloeit, haar masker laat vallen. Een beeldschone blondine in een glitterjurk met een oceaandiep decolleté kijkt langs de camera. Er huist ontroostbare verweesdheid in haar ogen. Avedon, die nuchter is gebleven, drukt af.

De acteerlessen bij de Actor’s Studio blijken in ieder geval vruchtbaar. Als ze in Bus Stop een weinig getalenteerde variétézangeres speelt, oogst ze lovende kritieken. En voor een volgende rol, die van een reizende muzikante in Some Like It Hot (1959) ontvangt ze zelfs een Golden Globe. De film wordt vaak Monroe’s beste genoemd – en dat is volkomen terecht. Het is de manier waarop ze licht loenst als ze een slok van haar heupflesje neemt, het is de platinablonde lok die verstrooid voor haar ogen valt. Het is die dromerige, bijna lodderige blik in haar ogen als ze over haar toekomstdromen vertelt. Ze wil een rijke man met een bril trouwen, want die zijn zo „gentle, sweet and helpless”; een man die slechte ogen heeft gekregen door de kleine kolommen van The Wall Steet Journal te lezen.

Natuurlijk, je kunt cynisch zijn en hier een post-coïtusblik in zien, maar dat is het niet. Of liever: dat is het niet alleen. In Some Like It Hot is Marilyn Monroe meer dan louter een sekssymbool. Hier is ze kwetsbaar, zelfrelativerend, bijna echt, zoveel meer dan de stereotiep sletterige buurvrouw die haar ondergoed in de koelkast bewaart uit The Seven Year Itch – lachend in haar witte jurk boven het stomende metrorooster, met die permanent open mond, en wenkbrauwen die om de seconde richting plafond gaan, als in een pornofilm met kleren aan.

Cynisch ook, maar waarschijnlijk deels waar, is in die wonderlijke droomblik al de verslaving aan alcohol en pillen te zien waaraan ze uiteindelijk ten onder zal gaan in 1962. Het gaat die laatste twee jaar snel bergafwaarts met haar (geestelijke) gezondheid en carrière. In 1960 ontvangt ze een journaliste op de set van The Misfits, haar laatste film (scenario Arthur Miller), slechts gekleed in een zwarte doorschijnende jurk. Ze houdt een kam in haar handen en vraagt toestemming haar haar te doen. Als de journaliste opkijkt, is Monroe bezig haar schaamhaar te borstelen. Truman Capote wil haar nog koste wat kost in de verfilming van Breakfast at Tiffany’s (1961) hebben. De filmstudio kiest echter voor de ranke aristocrate Audrey Hepburn, die minder moeite heeft met op tijd op de set zijn. Het ene stijlicoon lost het andere af. Brede heupen en mollige bovenarmen zullen de komende decennia tot het verleden behoren. De dromerige blik is niet meer.