Geen Amsterdamse perikelen, op een verzakkinkje na

De enorme verbouwing van het Noordbrabants Museum ligt op schema.

Over een jaar is dit het grootste museum buiten de Randstad.

Een graafmachine bungelt voor het werkkamerraam van directeur Charles de Mooij van het Noordbrabants Museum, op drie hoog. De Mooij: „De verbouwing gebeurt voor mijn ogen. Uren kan ik ernaar kijken.” Hij werkt in het voormalige begin twintigste-eeuwse provinciehuis in de binnenstad van Den Bosch. Zijn werkkamer kijkt uit op een binnentuin met een honderd jaar oude beuk, die tegen de zon wordt beschermd door een tulpenboom. Die binnentuin zal straks het hart vormen van het nieuw Museumkwartier, waarin het Noordbrabants Museum en het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch samen zullen worden gehuisvest.

De Mooij wijst naar een gigantische wand met in glas gegoten tegels. Nu lijkt de muur groen, maar als de zon erop schijnt schittert hij. Elk licht geeft een ander effect. „Daar komt het Stedelijk Museum.” Hij wijst naar de tuingalerij met aangrenzende gebouwen. „En daar breiden wij uit.”

Vorig jaar, toen er een schokgolf door de cultuursector ging wegens de bezuinigingen op de cultuursubsidies, begon het Noordbrabants Museum aan een grootscheepse verbouwing, die begroot is op 53 miljoen euro. Op 15 mei ging het museum dicht en precies een jaar later gaat het weer open.

Tot nu toe stond in het centrum van Den Bosch alleen het Noordbrabants Museum. Het liet zijn collectie en tentoonstellingen zien in het voormalige paleis van de gouverneur van Noord-Brabant en twee aangebouwde tentoonstellingsvleugels.

Het nieuwe Museumkwartier beslaat straks 14.000 vierkante meter aan publieke ruimten. Museumbezoekers kunnen kiezen of ze alleen een kaartje willen voor één van de musea of een combiticket.

De expositieruimte van het Noordbrabants Museum verdubbelt tot 4.000 vierkante meter. De Mooij: „Daarmee worden wij het grootste museum buiten de Randstad. We mikken als Museumkwartier op 175.000 bezoekers per jaar. Dat is een voorzichtige raming.”

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Den Bosch betalen de verbouwing. De Mooij: „Wij hadden het geluk dat hierover nog voor de crisis werd besloten.” De inrichtingskosten – 5,5 miljoen euro – moeten de twee musea zelf bij elkaar sprokkelen bij sponsors en fondsen. Ze zitten al op 3,8 miljoen.

De Mooij geeft een rondleiding. Eerst door het voormalige provinciegebouw, dat zoveel mogelijk in originele staat is teruggebracht. Hier werken alle medewerkers van het Noordbrabants Museum. Ondanks de tijdelijke sluiting hebben ze het druk. Ze bereiden zich voor op nieuwe tentoonstellingen; het museum organiseert er zo’n veertien per jaar, altijd twee tegelijk.

De sluiting van anderhalf jaar vinden ze niet lang. Kijk naar de verbouwing van musea in Amsterdam, zeggen ze. Het Scheepvaartmuseum was ruim twee jaar dicht en het Rijksmuseum en het Stedelijk zijn al veel langer dicht.

Onder de kantoren, op de begane grond, ligt een gang met een glazen wand, die het Stedelijk Museum en het Noordbrabants Museum met elkaar verbindt. Hier komen ook het openbare restaurant, de binnentuin, de museumwinkel en de informatieruimte. Er wordt hier nog volop gebouwd.

Wie de vorderingen wil bekijken, moet gele laarzen aan en een bouwhelm op. Bouwopzichter Roel Coolen geeft toelichting. Hij is in dienst van de gemeente en de provincie Noord-Brabant en bewaakt het budget en de uitvoering.

Bij de ingang van het nieuwe Stedelijk Museum wijst hij. „Daar moet een grote wokkeltrap komen. En in het plafond een glastoeter. Ja, sorry, wij konden geen andere namen bedenken. Het is allemaal heel kunstzinnig.”

Hij leidt rond door de twee enorme tentoonstellingszalen voor het Stedelijk Museum en de tuingalerij waar straks werken zullen hangen van jonge Brabantse kunstenaars.

Daarna komen de nieuwe tentoonstellingsruimtes van het Noordbrabants Museum aan de beurt. Coolen: „Nu lopen we de driehoekszaal in. In elk geval, zo noemt de architect hem. Ik zie ook wel dat hij vijf hoeken heeft.”

In het nieuwe deel van het Noordbrabants Museum komt een Brabantzaal waarin kunsthistorische voorwerpen uit de eigen collectie het verhaal van de Brabantse geschiedenis vertellen. Er komen paviljoens voor de Brabantse kunstenaars Jeroen Bosch en Vincent van Gogh. Verder zijn er vijf zalen voor wisselende tentoonstellingen en komt er een vaste plek voor hedendaagse kust.

Coolen gaat voor naar het oude gouverneurspaleis dat wordt teruggebracht in de staat van 1768. Onderweg wijst hij op de rode hijskraan die van alles de binnentuin in tilt. „Vlak na plaatsing is die vorig jaar verzakt. De binnenstad moest in een straal van 150 meter ontruimd worden. De zaak werd zonder incidenten opgelost.”

Meer rare dingen zijn er bij de verbouwing eigenlijk niet gebeurd, zegt hij. „We hebben hier geen Amsterdamse perikelen. We zitten keurig op schema.”