Geboortebeperking als voorwaarde voor hulp

Overbevolking overstijgt de draagkracht van de aarde en remt ook de groei van arme landen. Nederland moet de hulp aan geboortebeperking geven, vindt Ries Riezebos.

Om de tien jaar krijgt de groei van de wereldbevolking met weer een miljard slechts even aandacht. Met een gevoel van ‘het zal mijn tijd wel duren’ gaan we dan op weg naar het volgende miljard.

De omvang van de wereldbevolking overstijgt nu de draagkracht van de aarde. Er is sprake van overbevissing van de oceanen, een toenemend watertekort op het land, onomkeerbare ontbossing en woestijnvorming. Ik zwijg nog over klimaatverandering.

Er kan iets aan gedaan worden met geboortebeperking. China en India doen dat op eigen kracht. Elders is er assistentie van buitenaf nodig, onder meer door International Planned Parenthood Federation (IPPF). Nederland zou deze activiteiten kunnen ondersteunen met een deel van het ontwikkelingsbudget.

Mijn pleidooi is niet nieuw. Al in de jaren zestig, toen we nog maar met drie tot vier miljard mensen waren, was er ongerustheid. Wetenschappers als René Dumont en Lester Brown trokken aan de bel, evenals de IPPF. De Amerikaanse president Johnson wilde ontwikkelingshulp alleen verstrekken aan regeringen die geboortebeperking stimuleerden. Maar dit werd in de kiem gesmoord door conservatief-christelijke krachten.

Het plan berust op studies waaruit bleek dat een dollar die werd besteed aan geboortebeperking, vele malen meer economische groei opleverde dan ‘gewone’ ontwikkelingshulp. China en India zouden dit later illustreren. Onder Mao ontvingen moeders met meer dan tien kinderen nog een medaille. Na Mao kwam de éénkindpolitiek en mede daar dankt China de huidige groei aan. De sterilisatieprogramma’s in India hadden eenzelfde effect.

Elders bleef de bevolkingsgroei hoog, vooral in Afrika. Op het platteland wensen ouders veel kinderen voor goedkope arbeid en een oudedagsvoorziening. Maar in steden wensen ouders geen groot kindertal en zeker niet de vrouw, want zij draagt het leeuwendeel van de lasten – getuige de hoge sterfte door illegale abortus bijvoorbeeld in Latijns Amerika.

Anticonceptie ligt voor de hand. Helaas, in veel landen zijn de middelen niet aanwezig. Veel politieke leiders prefereren grote, straatarme bevolking boven een kleine, welvarende. Dezelfde redenering volgen de orthodoxe islam en de Rooms-Katholieke kerk. In de VS staat de prolife-beweging niet toe dat USAID anticonceptie financiert. Ook de Verenigde Naties en Wereldbank moeten zich in bochten wringen om iets op dit gebied te doen. Door anticonceptie te verpakken in programma’s voor ‘mother and child care’, zoals IPPF, wordt de oppositie omzeild.

Wat kan Nederland doen? Van de 5 miljard euro die nu jaarlijks wordt besteed aan ontwikkelingshulp, gaat slechts een miniem bedrag naar geboortebeperking. Wel wordt decennialang eenderde tot de helft van het budget besteed aan ‘dingen waar we goed in zijn’ zoals landbouw en waterbeheer in de vorm van directe hulp aan regeringsinstanties.

Tot de jaren 90 was het politiek incorrect om te twijfelen aan het nut van dit bilaterale deel van de Nederlandse ontwikkelingshulp. Toch was het toen al duidelijk dat die weinig tot niets blijvends opleverde. Voor elk succesverhaal waren er wel tien flops te melden. Ook de rapporten van de inspectiedienst van Buitenlandse Zaken– althans de ongekuiste versies ervan – lieten dit zien.

Ondanks radicale geluiden over ontwikkelingssamenwerking in de verkiezingscampagne van 2010 (PVV: stoppen met die handel, VVD: budget halveren) prevaleerde het CDA-standpunt. De norm werd slechts verlaagd van 0,8 procent naar 0,7 procent van het bnp. Maar nog steeds gaat er vrijwel niets naar geboortebeperking. En naar bilaterale hulp gaat nog steeds anderhalf miljard. Deze hulp zou binnen twee jaar gestopt moeten worden, te beginnen in landen zonder adequate bevolkingspolitiek.

Met de vrijgemaakte middelen kan Nederland een substantiële bijdrage leveren aan de bestrijding van de hoofdoorzaak van de armoede en verpaupering in de derde wereld.

Ries Riezebos was ontwikkelingseconoom aan de Landbouwuniversiteit Wageningen en consultant voor internationale organisaties.