Eerst naar Biervliet, dan pas naar Chartres

Roelof van Gelder

Zsuzsanna van Ruyven-Zeman: Stained Glass in the Netherlands before 1795. Part I: The North; Part II: The South, 468 en 372 blz. Amsterdam University Press, € 185,-

Schetsen van Schoonheid heet de tentoonstelling (t/m 4 april) in museumgoudA, gewijd aan de metershoge ontwerptekeningen (cartons) van de glas-in- loodramen van de St-Janskerk te Gouda. De tekeningen zijn de afgelopen zeven jaar gerestaureerd en behoren samen met de 72 ramen zelf tot de 16de-eeuwse topstukken van het vaderlands erfgoed. Gouda is er wereldberoemd mee geworden. Ze staan op de lijst van UNESCO-monumenten. Kaas en kaarsen doen de rest.

De uitstekende staat waarin de Goudse glazen bewaard zijn gebleven en de relatief grote aandacht door boeken, tentoonstellingen en kerstkaarten doen wel eens vergeten dat in heel Nederland glas-in-loodramen van hoge kwaliteit voorkomen. En niet alleen in kerken, ook in stadhuizen, schuttersdoelen en in burgerhuizen viel het licht door kleurrijk glas.

In vele steden en dorpen zijn die gebrandschilderde ramen nog intact. Het zijn vernuftige composities gevat in rasters of spinnenwebben van lood, van soms vele meters hoog, uitgevoerd in die intens warme kleuren die bij doorvallend zonlicht een typische, tijdloze sfeer weten op te roepen. Wie geluk heeft ziet de gekleurde projecties op de plavuizen en grafstenen. Daar kan geen historische 3D-film tegenop.

Katapulten

Veel van deze fragiele kunst is verloren gegaan. Oorlogen, branden, stormen, klinkers en katapulten hebben ontzettend veel vernietigd. En wat er nog rest is niet altijd goed zichtbaar. Kerken zijn gesloten, de ramen zitten hoog, veel bevindt zich nog in museale depots of bij particulieren thuis, in binnen- en buitenland. En zo blijven deze schatten relatief onbekend, temeer daar de Nederlander eerder afreist naar de Notre-Dame de Paris en naar Chartres dan naar Schermerhorn, Biervliet of Surhuizum.

De rijkdom van deze uitzonderlijke vorm van toegepaste kunst wordt zichtbaar in een tweedelig standaardwerk, dat tot stand kwam onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Dit eerste volledige overzicht van de Nederlandse monumentale glasschilderkunst is een prachtige, zeer informatieve en uitstekend geïllustreerde uitgave.

Zsuzsanna van Ruyven-Zeman heeft zich gebaseerd op eenenorme hoeveelheid materiaal, zoals inventariserende beschrijvingen, archivalische gegevens, ontwerptekeningen, archeologische vondsten en oude tekeningen die ter plekke zijn gemaakt. Ze heeft al die gegevens op een systematische manier geordend. In de inleiding legt ze aspecten van de glasschilderkunst uiteen; de techniek, de iconografie en de organisatie van het glasschilderambacht. Dan volgen de hoofdstukken per provincie en daar komen alfabetisch per plaats zowel de nog aanwezige als, voor zover te reconstrueren, de verloren ramen aan bod.

De vroegste voorbeelden die bekend zijn dateren uit de 16de eeuw. Onder de ontwerpers bevinden zich de beroemde namen van Dirck en Wouter Crabeth. Maar ook schilders als Jeroen Bosch, Hendrick Goltzius, Romeyn de Hooghe ontwierpen glas-in-loodramen. De meeste glasmakers zijn anoniem gebleven.

Dit kerkramen werden vaak als geschenk aangeboden – bij nieuwbouw, verbouw of restauratie – door vorsten, een lokale adellijke heer of door zustersteden. Stadsbestuurders, gildeleden, schutters en rederijkers bekostigden de ramen van hun eigen behuizingen. Als onderwerp kozen ze bijbelse en later vooral historische gebeurtenissen, portretten van vorstelijke personen, familiewapens, strak tegen elkaar gemonteerd of in weelderige cartouches. Er zijn ook voorstellingen van ambachten en onderwerpen uit de natuur, zoals bloemen en dieren.

Ook regionale verschillen komen aan bod. Noord- en Zuid Holland zijn het rijkst bedeeld met gebrandschilderd glas. Mooie voorbeelden zijn de ramen in de Oude en de Nieuwe Kerk in Amsterdam en in de kerken van Haarlem, Edam, De Rijp en Medemblik. Maar in elke provincie kan men mooie voorbeelden vinden. En dan maar hopen dat de koster de deur wil open doen.

10.000 fragmenten

Hoewel veel gebrandschilderde ramen verdwenen zijn, wordt soms onverwacht iets teruggevonden. Zo haalde een archeologische vondst te Zutphen in 1999 alle Nederlandse kranten. De vondst bestond uit 10.000 fragmenten, afkomstig van de Nieuwstadskerk waarvan de glazen werden vernield in 1572 toen de protestantse troepen de stad op de Spanjaarden innamen. Al jaren wordt gewerkt aan het aaneenvoegen van de puzzelstukken. In het boek staan er mooie voorbeelden van en eigenlijk krijgt zo’n zo’n gehavend stukje glas, waar net nog een woord, een halve hand, een engel- of een drakenkop op te herkennen valt, een nieuwe esthetische waarde.

In de 18de eeuw liep de productie van glas-in-loodramen terug. De grote gebouwen waren voorzien, en er kwam nauwelijks monumentale nieuwbouw bij. In de woonhuizen maakten kruiskozijnen – met glas in loodruitjes – plaats voor schuiframen. Men wilde meer licht in huis. Ook van burgers bleven de bestellingen uit. Pas ver in de 19de eeuw zag Nederland een herleving van de glas- in-loodkunst. De hele techniek moest opnieuw worden uitgevonden en ook toen bereikte deze kunst ongekende hoogten in uiteenlopende stijlen. Van Jugendstil tot de Stijl. Ook die ramen zijn een monumentaal boek waard.