'Eén mens kan iets veranderen'

De literaire liefdesverklaring van deze week: Kamerlid Tofik Dibi van GroenLinks over het stripboek Persepolis.

‘Persepolis kreeg ik in 2010, op mijn dertigste verjaardag, van Femke Halsema. Zij vond dat ik deze autobiografische beeldroman, geschreven en getekend door de Iraans-Franse schrijfster Marjane Satrapi, moest lezen. Dat deed ik graag, alleen al omdat Persepolis een strip is. Ik ben van kinds af aan dol op stripboeken, vooral van Marvel Comics als X-men en Spiderman. Een stripboek is voor mij de ultieme ontspanning. Ik kan ’s avonds in bed uren blijven nadenken over de heftige politieke debatten van die dag. Door het lezen van comics kom ik tot rust.

„Ik las Persepolis vlak voor het uitbreken van de Arabische lente. Tijdens de opstanden in landen als Egypte en Tunesië heb ik veel aan de beeldroman moeten denken. Satrapi laat prachtig zien hoe kwetsbaar de nasleep van een revolutie kan zijn. Als klein meisje zag ze de blijdschap van toen. Na zoveel protesten en zoveel doden vertrok de Shah in 1979. De Iraanse revolutie was geslaagd.

„Daarna begon de ellende. Vervolgingen, intimidatie, lichaamsbedekkende kleding. Die fenomenen deden allemaal hun intrede na de revolutie. Het wordt Satrapi als klein meisje verboden haar haar los te dragen. Ook controleert de juf of haar kleding wel volgens de richtlijnen is. Door de oorlog tussen Iran en Irak wordt het op een gegeven moment in haar thuisland te gevaarlijk. Satrapi’s ouders sturen haar in haar eentje naar Wenen. Daar leert ze veel nieuwe mensen kennen, volgt er een opleiding, leest Simone de Beauvoir, gebruikt drugs, wordt verliefd. Wenen vergroot haar vrouwelijk zelfbewustzijn. Ze verwesterst. Toch blijft ze, onder meer door een oplevend extreem-rechts sentiment, in Wenen een buitenstaander.

„Als ze na vier jaar haar ouders in Iran opzoekt, blijkt ze dat ook in haar geboorteland te zijn. Ze moet weer gezichtsbedekkende kleding dragen en ziet de grote posters hangen waarop vrouwelijke martelaren staan afgebeeld. Het is haar thuis niet meer. Satrapi is stateloos geworden.

„Dat gevoel herken ik. Hoewel ik een Nederlander ben en gewoon in de provincie Zeeland ben geboren, geven genoeg mensen in Nederland me het gevoel er niet echt bij te horen. Datzelfde gevoel heb ik in Marokko. Ze noemen me daar zelfs ‘barani’, wat in het Marokkaans buitenstaander betekent.

„Het mooie aan Satrapi’s ontworteldheid is dat het haar dwingt haar eigen weg te gaan en haar eigen verhaal te vinden. Ze komt geheel los te staan van de clichés en de kaders waarbinnen ze is opgegroeid. Dat heeft me erg geïnspireerd. Als lid van de Tweede Kamer krijg ik vaak het verzoek om te fungeren als kopstuk van de allochtonen in Nederland en moet ik Geert Wilders vaker aanvallen. Daarnaast wordt me geregeld gevraagd symbool te staan voor de goed ingeburgerde allochtoon. Ik wil aan geen van beide kampen toebehoren. Ik wil mensen laten samenkomen op basis van gedeelde interesses en idealen, niet op basis van etniciteit.

„Persepolis laat boven alles zien hoe één persoon in staat is om iets te veranderen. Ten tijde van de Arabische lente was ik in Marokko bij mijn familie. De Marokkaanse koning had in het openbaar te kennen gegeven demonstraties te tolereren. Ondanks de werkloosheid en corruptie durfden mijn neefjes niet de straat op te gaan. Persepolis zou ook voor hen de ideale handleiding zijn. Het laat op onvergetelijke wijze zien wat er gebeurt als je weigert op te staan.”

Marjane Satrapi: Persepolis. Amstel Uitgevers, 346 blz. €24,90