Doodstraf geëist tegen Mubarak om doden bij betogingen Egypte

De aanklager in Egypte eist de doodstraf tegen ex-president Mubarak. Hij is volgens hem verantwoordelijk voor doden die vielen bij betogingen.

Toen het proces tegen oud-president Hosni Mubarak op 3 augustus begon, was dat spectaculair. Voor het eerst stond een Arabische leider die door zijn volk tot opstappen was gedwongen voor de rechter. En het proces werd ook nog eens live uitgezonden op televisie. Maar de euforie maakte al snel plaats voor ruzie makende advocaten, de ene verdaging na de andere, en uiteindelijk, het stopzetten van de live-uitzendingen op bevel van rechtbankvoorzitter Ahmed Refaat. Na drie maanden is het proces juist hervat en de aanklager heeft zijn eis geformuleerd: de doodstraf.

De 83-jarige Mubarak staat ondermeer terecht voor de dood van meer dan achthonderd betogers tijdens de 18 dagen durende opstand, die tot zijn ontslag leidde. Centraal staat de vraag of Mubarak persoonlijk het bevel heeft gegeven om dodelijk geweld te gebruiken tegen de betogers op het Tahrirplein en elders.

Voor het openbaar ministerie kan daar geen twijfel over bestaan. „Hij is juridisch en politiek verantwoordelijk voor wat is gebeurd”, zei hoofdaanklager Mustafa Suleiman gisteren in zijn slotbetoog. „Het is onredelijk en onlogisch te veronderstellen dat hij niet wist dat de betogers werden belaagd.”

Een sluitend bewijs voor de verantwoordelijkheid van Mubarak heeft het openbaar ministerie niet kunnen leveren. Habib el-Adly, Mubaraks minister van Binnenlandse Zaken die samen met hem terechtstaat, heeft getuigd dat er nooit een direct bevel is gekomen van de president om dodelijk geweld te gebruiken tegen de betogers op het Tahrirplein. Maar andere ex-ministers van Binnenlandse Zaken stelden dat het ondenkbaar is dat de politie met scherp zou schieten zonder direct bevel van de president.

Mubarak stelt dat hij na 28 januari, toen de betogers de politie van de straat verdreven, geen echte macht meer had. „Toen ik vaststelde dat het leger niets deed en zijn taak niet vervulde, zat er voor mij niets anders meer op dan op te stappen.”

Veldmaarschalk Mohamed Hussein Tantawi, defensieminister onder Mubarak en de huidige sterke man van Egypte, had eerder achter gesloten deuren getuigd dat de president het leger nooit heeft gevraagd om geweld te gebruiken tegen de betogers. Die uitspraak deed veel activisten van het Tahrirplein de wenkbrauwen fronsen. Het leger werd tijdens de revolutie op handen gedragen, omdat het zich neutraal had opgesteld. Maar als het leger nooit bevel had gekregen om geweld te gebruiken, dan was die positie plots een stuk minder heroïsch.

Bijna een jaar na het begin van de opstand tegen Mubarak is datzelfde leger voor veel activisten de nieuwe vijand geworden. Bij confrontaties tussen betogers en de ordediensten zijn de voorbije maanden tientallen doden gevallen. Veel activisten vrezen dat het leger geen afstand wil doen van zijn bevoorrechte positie, ondanks het feit dat de parlementsverkiezingen de voorbije maand volgens plan zijn doorgegaan.

Die verkiezingen, die pas half januari een definitieve uitslag opleveren, zijn gewonnen door de Moslimbroederschap, de gematigde islamisten, en door de Nour-partij, de radicale islamisten. Volgens de Moslimbroederschap, dat vrijwel zeker zal worden gevraagd een regering te vormen, moet de legerleiding niet bang zijn dat zij op een dag op haar beurt in de beklaagdenbank terechtkomt. Woordvoerder Mahmoud Ghazlan zei op televisie dat „wij bereid zijn te praten over immuniteit voor de legerleiding als dat de machtsoverdracht kan vergemakkelijken”.

Maandag houdt de verdediging van Mubarak haar slotpleidooi. De legerleiding, die zeker aan de macht blijft tot na de presidentsverkiezingen in juni, heeft een vetorecht over het vonnis.