De labrador onder de judoka's: heel trouw, maar scherpe tanden

Wie blinkt deze sportzomer uit? Redacteuren blikken vooruit. Vandaag in het laatste deel van de serie: judoka Dex Elmont gaat goud gaat winnen in Londen.

Als judoka Dex Elmont in de namiddag van 30 juli op de hoogste trede van het olympisch podium in Londen staat, dwalen zijn gedachten af naar de afgelopen jaren. Hoe vaak is hij een eeuwig talent genoemd dat de verwachtingen eens moest inlossen? En hoe vaak is hij eraan herinnerd dat nog geen gouden medaille had?

Elmont herinnert zich hoe hij als kleuter begon bij de judoschool van Hennie Pleizier in Amsterdam Zuidoost. Op zijn vijfde won hij meteen zijn eerste wedstrijd. Het hield niet op. Elk weekeinde bezochten zijn tweeënhalf jaar oudere broer Guillaume en hij jeugdtoernooien in het land, meestal namen ze twee gouden medailles mee naar huis.

Samen maakten als tiener de onvermijdelijke stap naar het Haarlemse judobolwerk Kenamju, van Cor van der Geest. Met bondscoach Maarten Arens en krachttrainer Heman Dubrot trainde hij de tactiek en de hardheid die onmisbaar zijn in het moderne topjudo. Dat zou leiden tot de Europese juniorentitel in 2003.

De stap naar de senioren verliep moeizamer. Elmont stelde in 2007 eens dat hij niets liever wilde dan zijn lege zakken eens te vullen. Clubgenoten bij Kenamju als Dennis en Elco van der Geest en zijn broer Guillaume hadden al medailles behaald bij WK en EK. Alleen hij bleef achter, zo voelde het, ook al was hij de jongste van het stel.

De ommekeer kwam na de Olympische Spelen van 2008 in Peking, waar hij na een zware voorbereiding al in de tweede ronde werd uitgeschakeld. Hij stapte over van de gewichtsklasse tot 66 kilogram naar de categorie tot 73 kilogram. Zo heeft hij minder moeite op het juiste gewicht te komen voor wedstrijden. Het bleek de juiste stap voor een judoka van zijn lengte.

Eerst won hij de zilveren medaille bij de EK (2009), daarna wist hij twee keer tweede te worden bij de WK, beide keren achter een Japanner. In 2010 verloor hij van Hiroyuki Akimoto, een jaar later was Riki Nakaya te sterk. „Maar wie de twee ook naar Londen mag, ze zijn niet onverslaanbaar”, waarschuwde Elmont.

Dat heeft iedereen vandaag kunnen zien in de olympische judohal aan de oevers van de Theems. Nu klinkt eens het Wilhelmus en niet het Japanse volkslied in de overvolle gewichtsklasse tot 73 kilogram. Als hij zijn ogen over de tribunes laat glijden, ziet de student medicijnen zijn broer en beste vriend Guillaume, zijn ouders en de vrouw die hij het afgelopen jaar trouwde na de WK waarbij hij zilver won.

Ook ziet hij de trainers van Kenamju, die altijd in hem hebben geloofd. Ronald Joorse, een van hen, noemt Elmont een labrador: heel trouw, maar met scherpe tanden. „Dex komt altijd zijn afspraken na en is heel loyaal naar de mensen om hem heen. Ik vind hem de ideale schoonzoon. Zeg iets lelijks over iemand die hem helpt en je spreekt hem nooit meer.”

Elmont herinnert zich dat Joorse hem eens een titel heeft voorspeld, op basis van zijn trainingsarbeid en snelle aanpassingsvermogen. „Dex is in één jaar van een jongen een echte man geworden, ook optisch. We hebben door de snelle ontwikkelingen in zijn lichaam de worpen moeten aanpassen. Hij hoort niet meer alleen bij de wereldtop, maar kan er ook over heersen. Dat moet er wel eens uitkomen.”