Brein van veertigers al achteruit

Geheugenachteruitgang begint al bij mensen van 45 jaar. Dat is 15 jaar eerder dan de meeste hersenonderzoekers nu aanhouden. Preventie van dementie moet dan ook veel eerder beginnen, schrijven Britse onderzoekers vandaag in een online gepubliceerd artikel in het British Medical Journal. En dan geldt: “wat goed is voor het hart is goed voor het hoofd”.

Mensen die vanaf hun 45ste in tien jaar tijd driemaal geheugentests deden, verloren bijna 4 procent van hun cognitieve vermogens. Mensen van 65 scoorden in dezelfde periode bijna 10 procent slechter op dezelfde tests. Het onderzoek wordt gedaan onder bijna 7.400 Britse ambtenaren, mannen en vrouwen. Het zijn deelnemers aan een langlopend gezondheidsonderzoek (Whitehall II) dat al in 1985 begon. Vanaf 1997 werden ook cognitieve tests afgenomen die redeneervermogen, patroonherkenning, woordgeheugen, woordenschat en het toekennen van woordbetekenis meten.

Het gaat hier nog lang niet om het meten van dementie. De bekende dementietest mini-mental state examination (MMSE) werd bijvoorbeeld niet afgenomen, want bij een vooronderzoek scoorden alle deelnemers gewoon goed op die test.

In tien jaar tijd was op bijna alle testonderdelen een gemiddelde achteruitgang te zien die toenam bij oplopende leeftijd en vanaf 45 jaar al duidelijk meetbaar was. Alleen de woordenschat bleef op peil bij het ouder worden, en dat komt overeen met wat in andere geheugenonderzoek wordt gemeten.

De gemeten cognitie-afname is waarschijnlijk in werkelijkheid nog groter, schrijven de onderzoekers, want uit dit soort grote onderzoeken vallen mensen weg die niet meer goed functioneren.