Arts lijdt ook door euthanasie

Het plegen van euthanasie vergt veel van artsen, constateren Stijn van Deursen en Jan Swinkels. Een gelijkwaardig alternatief is hulp bij zelfdoding.

De Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) bepleit het oprichten van ambulante teams die mensen met een euthanasiewens thuis kunnen opzoeken. Zij vindt dit nodig omdat patiënten niet altijd thuis kunnen sterven, bijvoorbeeld als de arts gewetensbezwaren heeft tegen het uitvoeren van euthanasie. In reactie op Kamervragen van de ChristenUnie en de PvdA laat minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) weten dat zij tegen oprichting van zulke teams geen wettelijke bezwaren heeft.

Tegen deze ambulante teams, die het land doorreizen om patiënten te euthanaseren, bestaan vele bezwaren. De minister noemt zelf al de relatie tussen euthanasiepleger en patiënt. Bij ambulante teams bestaat zo’n relatie niet of nauwelijks. Het met toestemming doden van een ander – waar euthanasie op neerkomt – is een erg intiem proces. Patiënten laten zich vaak euthanaseren door hun huisarts of door een andere behandelaar met wie zij een hechte relatie hebben en die zij vertrouwen.

In de discussie over ambulante teams en euthanasieklinieken valt op dat zelden het perspectief wordt belicht van de arts. De impact die euthanasie heeft op de pleger – meestal de huisarts – is moeilijk te onderschatten. Het weinige wetenschappelijke onderzoek bespreekt gevallen van artsen die depressief worden en zelfs maanden rondlopen met zelfmoordneigingen.

Recentelijk is dit beeld bevestigd door een onderzoek van EenVandaag onder een grote groep huisartsen. Bijna driekwart van hen heeft psychisch last van het plegen van euthanasie. Als een huisarts al psychische schade ondervindt van het plegen van euthanasie, wat zal dan het letsel zijn bij de leden van de voorgestelde ambulante teams? Welke gevolgen heeft het werken in euthanasieklinieken voor mensen? Is het niet aannemelijk dat mensen die dit werk langere tijd kunnen volhouden een sinistere voldoening halen uit het doden van anderen?

Het is tijd om de euthanasiewet uit te leggen zoals deze bedoeld is. De euthanasiewet (Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding) reguleert namelijk niet alleen euthanasie, maar ook hulp bij zelfdoding. De wet stelt een aantal zorgvuldigheidseisen, maar geeft nadrukkelijk twee gelijkwaardige opties om de levensbeëindiging uit te voeren: hulp bij zelfdoding en euthanasie. Bij hulp bij zelfdoding neemt de arts een drank mee die de patiënt opdrinkt, waarna deze in coma raakt en overlijdt. Indien de patiënt slikklachten heeft kan de arts een infuus aanleggen, waarna de patiënt zelf het euthanaticum kan inspuiten. Bij euthanasie geeft de arts de patiënt eerst een coma-opwekkend middel, waarna hij de patiënt het euthanaticum toedient en de patiënt overlijdt. De impact die hulp bij zelfdoding heeft op een arts is kleiner dan de impact van euthanasie. Immers, het zwaartepunt van de verantwoordelijkheid ligt dan bij de patiënt zelf.

Tussen 1998 en 2010 zijn er 21.055 euthanasiegevallen gemeld en 1.852 gevallen van hulp bij zelfdoding. Euthanasie komt dus vele malen vaker voor, ook al is het schadelijker voor de arts. Daar zijn een paar oorzaken voor aan te wijzen. Ten eerste is de optie euthanasie veel bekender dan de optie hulp bij zelfdoding (neem de naam ‘euthanasiewet’). Veel artsen, laat staan patiënten, weten niet dat hulp bij zelfdoding een wettelijk gelijkwaardig alternatief is.

Ten tweede voelen artsen de plicht om de last van hun patiënten over te nemen. De patiënt is ernstig ziek en wordt overbelast door zijn ziekte. De arts beschouwt het vaak als zijn morele plicht om de patiënt te helpen, zelfs als dit ten koste gaat van de arts zelf. Ten derde is er vaak druk van patiënt en omgeving op de arts om de patiënt te euthanaseren.

Het is zeer de vraag of het rechtvaardig is dat de arts het zwaartepunt van de verantwoordelijkheid draagt voor een handeling waar de patiënt voor kiest. Op deze manier draagt de arts de consequenties die voortvloeien uit het handelen van de patiënt. Euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn zaken die veel verder gaan dan zorg voor de gezondheid en daarmee het terrein van de arts. De patiënt kiest uit eigen beweging voor een vroegtijdig einde van zijn of haar leven. Als deze wens voldoet aan de wettelijke eisen, dan kan een arts daar legaal bij assisteren. Toch is vrijwillige levensbeëindiging eerst en vooral de verantwoordelijkheid van de patiënt.

Natuurlijk zijn er gevallen te noemen waarbij hulp bij zelfdoding niet mogelijk is maar euthanasie wel. Een patiënt die zeer verzwakt is door ziekte of door pijnmedicatie verdoofd is, is niet in staat tot het drinken van een gifbeker of het inspuiten van een euthanaticum. Voor dit soort uiterste gevallen is euthanasie een gerechtvaardigde oplossing.

Toch zou men er verstandig aan doen om te benadrukken dat mensen, dus ook patiënten, zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden en dus ook de consequenties van hun keuze kunnen ondergaan. Voor een vrijwillig levenseinde betekent dit dat patiënten kunnen kiezen voor hulp bij zelfdoding, om zo hun arts te behoeden voor de psychische schade van euthanasie. Op deze manier belasten patiënten anderen niet met de gevolgen van hun keuze, en misschien zijn er dan in Nederland helemaal geen ambulante teams of euthanasieklinieken meer nodig.

Stijn van Deursen is student geneeskunde. Jan Swinkels is psychiater en hoogleraar. Beiden zijn verbonden aan het AMC/UvA.