Wat is kunst ons waard?

Het wordt een slagveld, zegt kunsteconoom Arjo Klamer over de bezuinigingen die de kunst dit jaar treffen. Daarom hier aanbevelingen voor het rampjaar 2012. De overheid bezuinigt en wat doet u?

2 012 wordt een rampjaar voor de culturele sector. Nu nog kunnen instellingen hopen dat ze de dans ontspringen, maar in de loop van het jaar zullen tal van instellingen de tent sluiten wegens het wegvallen van de subsidie.

De culturele sector is in financieel opzicht relatief klein. De sector draagt een kleine 2,4 procent bij aan de economie (ter vergelijking: de bijdrage van de Rotterdamse haven is 8 procent) en de subsidies die hij krijgt, eisen slechts 0,4 procent van de rijksbegroting op. In cultureel en sociaal opzicht is de bijdrage groot, maar daar zijn helaas geen cijfers van. (Voor een goed beeld moet dat in de toekomst veranderen; het geeft geen pas om alleen met financiële grootheden te rekenen en dat zeker niet voor de culturele sector). Desalniettemin is de culturele sector een belangrijk mikpunt geweest voor de bijl van de bezuinigingen waar het kabinet mee zwaait. Vooral de podiumkunsten zijn het doelwit. Tellen we de bezuinigingen van de gemeentes en provincies mee, dan gaat de overheid (volgens een berekening van Berenschot) tegen de 1 miljard bezuinigen op de culturele sector.

Culturele instellingen zijn druk bezig hun verzoeken voor subsidie in te dienen. Ze zullen hoog opgeven over hun cultureel ondernemerschap want dat verwachten de subsidiegevers. Velen zijn naarstig bezig met samenwerkingsverbanden in de hoop de beoordelingscommissies te behagen. Maar het zal een gedrang van jewelste zijn om de drastisch ingekrompen ruif. Zelf zat ik in een beoordelingscommissie toen een veel kleiner bedrag bezuinigd moest worden. We konden niet anders dan snijden in een aantal van de grote jongens. Dat levert meer op dan veel kleine partijen weg te bezuinigen. Ik voorspel daarom dat een aantal gerenommeerde instellingen dit jaar te weinig subsidie krijgt om verder te kunnen. Het wordt een slagveld. Een of twee orkesten moeten ermee ophouden, één of twee grote theatergezelschappen zullen het moeten schudden, veel productiehuizen (bestemd voor het kweken van talent) weten al dat het einde oefening is en her en der zullen theaters de deuren gaan sluiten.

Deze ingreep is ongekend. Ongekend is ook de negatieve toon waarmee de culturele sector bejegend wordt. Wetende hoe kunstenaars moeten knokken om hun kunsten te vertonen, en dat vaak tegen een uiterst magere beloning, gaat het me aan het hart dat kunstenaars al dit jaar hun (naar is gebleken effectieve) financiële ondersteuning (de Wwik) kwijtraken en dat hun in 2013 nog zwaardere klappen te wachten staan.

De podiumkunsten voelen de pijn nu al. Mede dankzij de verhoging van de btw, maar ook door de economische onzekerheid is de verkoop van kaarten drastisch teruggelopen. Theaters zijn uiterst terughoudend in het inkopen van toneel. Ze kunnen het zich gewoon niet veroorloven om producties binnen te halen waar veel geld bij moet. In februari zal blijken dat vele producties geschrapt worden bij een gebrek aan verkoop. Tel daarbij de terugloop van sponsors op – ook door de economische onzekerheid – en het is nu al duidelijk dat er weinig te halen is uit de markt die het kabinet als alternatieve financieringsbron heeft aangemerkt.

En toch ben ik niet pessimistisch. Ik praat en werk met mensen door de gehele culturele sector, en leid studenten op die een rol in de sector willen spelen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Onder mensen die lang bezig zijn in de sector bemerk ik veel pijn en kwetsuur – wegens de miskenning. Maar ik kom toch vooral veel vastberadenheid tegen om er het beste van te maken. Workshops over de creatieve financiering van de kunsten brengen veel enthousiasme teweeg. Het boekje Pak Aan dat ik met Cees Langeveld schreef naar aanleiding van een oproep in deze krant voor creatieve voorstellen, vindt gretig aftrek.

De beste strategie in deze crisis – want met deze drastische aantasting van de fundamenten van het naoorlogs cultuurbeleid mogen we best van een crisis spreken – is teruggaan naar de kern. Daartoe zou ik graag een paar aanbevelingen doen op basis van mijn bevindingen tot nu toe. Ik richt me eerst tot mensen in de culturele sector en vervolgens tot de kunstliefhebbers.

Wat kan de cultuursector doen?

1 Bezint eer ge begint. Dit is de tijd om goed te overdenken waar het om gaat. Wat wil je met jouw theatergezelschap, jouw orkest of jouw museum. Wat is de missie? Wie zijn de stakeholders?

2 Realiseer al de waarden die jouw organisatie met haar mensen en haar activiteiten heeft. Een theatergezelschap heeft meer te bieden dan voorstellingen. Zo barst ze van vakmanschap – denk behalve aan het vak van acteren, ook aan de vakken van regisseren, belichting, decorbouw. Al dat vakmanschap heeft een waarde voor anderen, voor bedrijven vooral. ‘All the world’s a stage, And all the men and women merely players’, schreef Shakespeare. Als mensen in organisaties toneelstukken opvoeren, hebben ze veel te leren van de echte vakmensen op dit gebied. En wat te zeggen van kunstenaars als onderzoekers, of als creatieve consultants? Organiseer een korte brainstorm en je bedenkt van alles en nog wat aan mogelijk waardevolle bijdragen. (Als wetenschapper realiseer ik de waarde van mijn kennis door te doceren en lezingen te geven – misschien ook een idee?)

3 Maak een duidelijk onderscheid tussen middelen en doelen. Het verkopen van kaartjes is een middel, en het binnenhalen van fondsen is dat ook. Het artistieke doel en de middelen die je nodig hebt, staan op gespannen voet. Houd die spanning vast, is mijn advies. Zorg ervoor dat de commerciële aanpak, die zich richt op de middelen, niet gaat overheersen. Als dat gebeurt, kan je net zo goed meteen ophouden.

4 Wees flexibel. Maak bijvoorbeeld minder voorstellingen en probeer dezelfde voorstelling vaker te spelen. Werk met meer losse krachten.

5 Realiseer de bestaans- en optiewaarden van jouw organisatie. Het gaat om de waarde die mensen aan jouw organisatie hechten, ook al zijn ze niet van plan te komen, of alleen de optie willen hebben om te komen. Kondig je aan dat je ermee ophoudt, dan ga je ontdekken wat je werkelijk waard bent. Hopelijk zullen mensen in ontzetting en met teleurstelling reageren. Dat is mooi. Maar de vraag is wat ze ervoor over hebben om te zorgen dat je kan blijven. Met hun portemonnee stellen ze jouw optie- en bestaanswaarden vast.

6Ga nog bewuster en serieuzer het gesprek aan met de kunstliefhebbers dan je nu al doet. Probeer in opdracht te werken – een geweldige manier om erachter te komen dat mensen vaak niet weten wat ze willen en hoe daarop in te spelen. Ga langdurige relaties aan; koester de relaties in de wetenschap dat mensen jouw wereld fascinerend en inspirerend vinden. Ze zullen er wat voor over hebben om er deel van uit te maken als jij ze weet te binden.

Wat kunnen kunstliefhebbers doen?

Besef dat wij (wij, want ik schaar me in deze groep) tot en met 2012 voor een dubbeltje op de eerste rang hebben gezeten. We betalen 25 euro voor een toneelstuk en 45 euro voor een dansvoorstelling zonder te beseffen dat de belastingbetalers het tienvoudige van die bedragen bijleggen om onze avondlange genot mogelijk te maken. De vraag aan ons is wat die kunst ons waard is. Wat hebben we er werkelijk voor over dat we van de kunsten kunnen genieten, dat dansers, acteurs, musici en beeldende kunstenaars ons bekoren, verwarren, doen verwonderen, irriteren en inspireren?

Mijn advies is: geef royaal. Wordt een mecenas. Geef opdrachten aan kunstenaars. Adopteer een kunstenaar. Doe mee aan crowdfunding. Bedenk dat cultuur een goed doel kan zijn voor uw overtollige geld. En ontdek hoe goed het voelt om op die manier bij te dragen aan een o zo belangrijke sector.

Arjo Klamer is hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit. Samen met Cees Langeveld, Erik Nanninga en Lisa Wolters runt hij het Atelier voor creativiteit en cultureel ondernemerschap.