Wat Brussel nooit hardop zegt

De journalist in Brussel heeft informele gesprekken nodig. Dat geldt altijd, maar in crisistijd verschilt wat off the record wordt gezegd wel erg van het officiële verhaal.

„Laatst heb ik aan mijn kinderen, die buiten de Europese Unie studeren, in één keer het hele bedrag overgemaakt dat ik de komende jaren aan studie- en verblijfskosten voor ze kwijt zou zijn. Nu had ik het nog op de bank staan. Volgend jaar is het misschien weg.”

Dit vertelde een medewerker van een Europese minister van Financiën laatst, in een bar in Brussel. Zijn naam en zijn land zullen hier niet worden onthuld. Waar het om gaat, is het contrast tussen zijn verhaal en dat van zijn eigen minister, die even later stond uit te leggen dat de banken in Europa redelijk gezond zijn en dat regeringen de crisis onder controle beginnen te krijgen.

Wie van de twee heeft gelijk? Hoe zit het nu echt? Dat is dezer dagen moeilijk te bepalen in Brussel. Politici en ambtenaren kunnen officieel weinig anders doen dan volk, vaderland en overige Europeanen geruststellen. Niemand wil een bankrun veroorzaken of een lagere kredietstatus op zijn geweten hebben.

Maar officieus, privé, zeggen diezelfde politici of ambtenaren soms iets heel anders. Zij zien dingen die andere mensen niet zien. En zij hebben eigen meningen, eigen hoop en eigen vrees – net als iedereen. Dat weten allen die in Brussel werken. Punt is: hoe laat je die twee zich tot elkaar verhouden?

Off the record-circuits zijn onontbeerlijk om in te kunnen schatten hoe erg de crisis werkelijk is, wat er nodig is om haar te bestrijden en om te kunnen beoordelen of politici hun werk naar behoren doen. Wat je in deze circuits hoort – aan een lunchtafel, op een verjaarsfeestje of bij een informele kop koffie op kantoor – dient als achtergrond daarvoor. Zo weet je wat er echt speelt en waar je op moet letten. Als je daarmee je blik eenmaal scherp hebt gesteld, kun je beter beoordelen wat er on the record wordt gezegd. Of níét wordt gezegd.

De officiële en officieuze versie vallen nooit helemaal samen. Maar het probleem in Brussel is op het moment dat de twee versies elkaar soms zelfs niet meer raken. Ze komen uit parallelle universums, lijkt het wel. Dat maakt het een bizarre omgeving om in te werken. Zo kun je beleven dat iemand je eerst, in officiële hoedanigheid, vertelt dat het nieuwe verdrag dat 26 landen net gesloten hebben om de euro overeind te houden, een „grote stap voorwaarts” is. Later brandt diezelfde persoon, in een informele setting, dat verdrag compleet af.

Ook een mooie: Europese ambtenaren die willen gaan staken tegen kortingen op hun salaris en aanpassingen van hun pensioen – terwijl er overal in de stad, bij denktanks maar ook bij de Europese Commissie zelf, seminars worden gehouden waarin pensioenexperts uitleggen dat de huidige generatie A) straks tot op hoge leeftijd zal doorwerken en B) sowieso „natuurlijk” geen pensioen meer heeft. De zaal zit vol mensen die zich daar niet over opwinden. Integendeel, ze knikken alsof ze dit al heel lang weten.

En wat te denken van die Europese ambtenaar die laatst, na een informele gedachtenwisseling bij een kopje thee, nog even goede raad gaf: „Je moet je spaargeld niet op één bank zetten, maar spreiden over meerdere banken. Volgens het depositogarantiesysteem hoeven banken maar 50.000 euro per persoon uit te keren.” Maar, werp je dan tegen, als de banken omvallen, bestaan die depositogaranties dan nog wel? Nerveus lachje: „Hé, nee, je hebt gelijk. Die gaan er dan ook aan.”

Waarom komt zo iemand spontaan met dit advies? Zegt het iets over hemzelf, of over de ‘situatie’? Heeft hij zelf wat te verliezen, of weet hij vreselijke dingen die jij niet weet? Of is hij gewoon overwerkt, en daarom somber?

Dit soort subjectieve meningen spelen mee. Ze helpen de temperatuur van het Europese badwater te bepalen. Vroeger objectiveerde je ze met het adagium check twice. Maar check twice werkt niet meer.

Je checkt iets nu vijf, zes keer, en nóg ben je soms niet zeker of je op het goede spoor zit. Alles ligt gevoelig. Politici liegen openlijk, en zeggen dan later: „Wat stelde jíj een goede vraag gisteren, ik redde me er maar ternauwernood uit.”

Velen worden emotioneel. Zowel de officiële als de officieuze versies worden minder betrouwbaar. En tegelijkertijd heb je beide versies meer nodig dan ooit. Vreemd beroep, journalistiek in crisistijd.