Verhagen wordt geen partijleider en dus zijn er straks twee CDA's

Het CDA bestuurt, zit in het kabinet. Maar de vicepremier wordt geen partijleider. Dat biedt de partij ruimte om afstand van het kabinet te nemen.

Overzicht. Er was een tijd dat het CDA dat had. Bijvoorbeeld toen, om maar iemand te noemen, in 2006 Jan Bart Mando overleed. Deze oud-wethouder, oud-burgemeester en oud-vicevoorzitter van de partij was „een christen-democraat in hart en nieren” en „een lief, betrokken mens”, aldus een overlijdensadvertentie uit die tijd. Was getekend: „Jan Peter Balkenende, Politiek leider CDA”.

Ook al kent het CDA helemaal geen functie ‘politiek leider’, er staat ook nergens in de statuten vermeld hoe je dat kan worden, duidelijk was het wel. Balkenende was het, geen discussie.

Hoe anders is dat nu. Het CDA kent sinds Balkenendes vertrek geen leider meer, officieel is er een trio van leiders. De fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Sybrand van Haersma Buma, de partijvoorzitter Ruth Peetoom en de vicepremier, Maxime Verhagen. Die laatste was – al was het alleen maar om zijn carrière binnen de partij – een van de kandidaten om officieel politiek leider te worden.

Maar gisteren liet hij met een interview in weekblad Elsevier weten dat hij toch niet beschikbaar is.

Maxime Verhagen is omstreden: zijn reputatie maakt van hem geen stemmentrekker buiten de vaste achterban en omdat hij een van de grondleggers van dit kabinet is, wordt hij daar door critici voortdurend mee in verband gebracht. In opspraak raken, dat overkomt de meeste partijleiders wel een keer. Al in opspraak zijn op het moment dat je partijleider wordt, dat is minder praktisch.

„Ik zit met een imago dat steeds tegen het CDA wordt gebruikt”, gaf hij dan ook als verklaring. Maar dat is niet het hele verhaal. Ook binnen de partij ligt Verhagen, afhankelijk van wie je spreekt, slecht. De reacties lopen uiteen van „tragisch dat het zo moest eindigen” (dat zijn de fans, tot in de partijtop) tot „dat was te verwachten en het werd tijd” (dat zijn de CDA’ers die hun partij liever anders zien).

In oktober hield deze krant een enquête onder alle gemeenteraadsleden, wethouders, burgemeesters, Statenleden, allemaal CDA’ers: de harde kern van de partij. En welke naam noemden zij op de vraag wie de nieuwe partijleider moest worden? Slechts 3 procent noemde Verhagen. Zelfs zijn eigen mensen zagen het niet met hem zitten.

Tegelijkertijd is de partij positie aan het kiezen. Was kabinetsdeelname anderhalf jaar geleden nog hét doel, nu is de partij bezig enige afstand tot Rutte c.s. te creëren. Voorbeelden? De Tweede Kamerfractie had kritiek op de verhoging van de maximumsnelheid naar 130 kilometer per uur. Verhagen noemde de hypotheekrenteaftrek een heilig huisje – „maar ook bij een heilig huisje kan het dak wel eens lekken, waardoor er maatregelen moeten worden getroffen”. En partijvoorzitter Peetoom had kritiek op het kabinetsbeleid: „Dit regeerakkoord gaat voorbij aan allerlei hervormingen die wel nodig zijn.” En, zo ging ze verder, er lag zelfs een scenario voor als het kabinet zou vallen.

Over twee weken komt het zogeheten strategisch beraad – een commissie van ruim twintig partijdenkers, jong en oud, uit stad en van platteland – met de nieuwe koers voor de komende tien jaar. Dat was een voorstel van Ruth Peetoom toen ze voorzitter wilde worden, daar was ze op gekozen door de leden. De details worden angstvallig geheim gehouden, maar er hangt veel vanaf. „Bij het strategisch beraad”, kondigde Peetoom alvast aan, „zal er licht zitten tussen hun oordelen en het kabinetsbeleid. Over de zorg, de arbeidsmarkt, de woningmarkt... Dat moet je van elkaar weten en respecteren.”

Anders gezegd: er zijn straks twee CDA’s. Eén zit in het kabinet, bestuurt nu het land. En de ander zegt dat het land er op termijn anders kan uit zien. Op korte termijn is die eerste groep machtiger. Op lange termijn trekt de partij een andere kant op. Verhagen is aanvoerder van die groep van vandaag. Door zijn aankondiging niet beschikbaar te zijn voor het CDA van morgen, heeft hij zijn handen vrij om vicepremier te blijven en de gemaakte afspraken binnen het kabinet uit te voeren en te verdedigen.

Begrijpen de kiezers deze koers voor de komende jaren? En weten premier Rutte en gedoger Wilders wel met wie ze zaken doen? Gerommel binnen het CDA, dat in het openbaar en vol discussie een nieuwe koers gaat bepalen en misschien meer afstand neemt van het kabinetsbeleid, dat maakt het kabinet niet stabieler.

Neem de zaak van de uitgeprocedeerde asielzoeker Mauro. Toen kon Verhagen de Kamerfractie nog op één lijn met het kabinet krijgen. Hij sprak het machtswoord en iedereen wist wat te doen. Maar waarom zou de fractie, waarom zouden provinciaal bestuurders, waarom zouden gemeenteraadsleden nog naar hem luisteren en zijn lijn volgen?

M.m.v. Jeroen van Kleef