Rintje Kwispelvlag

De school gaat bijna beginnen. Henriette en Rintje staan voor de deur te wachten.‘Heb jij Tobias gezien?’ vraagt Rintje.

‘Nee’, zegt Henriette. ‘Hij is bijna nooit te laat, ik begrijp er niets van.’ Dan gaat de bel en juf Wijskop houdt de deur open.

‘Goedemorgen kinderen’, zegt ze. ‘Kom maar snel binnen. In de klas is het lekker warm.’

Als iedereen binnen is en de juf de deur wil sluiten, ziet ze in de verte Tobias aankomen. Hij is samen met zijn moeder. Ze lopen heel erg langzaam, want Tobias hinkt. Om zijn pootje zit een dik verband.

‘Wat is er gebeurd?’ vraagt juf Wijskop.

De moeder van Tobias schudt haar hoofd. ‘Verschrikkelijk’, zegt ze. ‘Mijn kleine Tobias is aangereden door een grote hond met een fiets. Omdat hij laag bij de grond is zien ze hem over het hoofd.’

‘Kom maar gauw mee naar de klas, Tobias’, zegt de juf. ‘Dan mag je vertellen wat er gebeurd is en krijg je als troost iets lekkers.’

Als Tobias zijn verhaal verteld heeft, mogen de andere hondjes vragen stellen.

‘Is er niets te bedenken waardoor iedereen op straat je goed kan zien?’ vraagt Henriette.

‘Goede vraag’, zegt de juf. ‘Misschien willen jullie hier allemaal over nadenken. We moeten een oplossing verzinnen waardoor kleine honden goed te zien zijn in het verkeer. Na schooltijd kun je een tekening maken of je idee opschrijven. Morgen mogen jullie in de klas vertellen wat jullie hebben bedacht.’

Als de school is afgelopen lopen Henriette en Rintje met Tobias mee naar huis.

‘We lijken wel slakken’, zegt Tobias. ‘Maar ik kan echt niet sneller.’

‘Geeft niks’, zegt Rintje. ‘Ik heb trouwens na zitten denken over de vraag van juf Wijskop. Volgens mij weet ik iets waardoor kleine honden nooit meer aangereden zullen worden.’

‘Wat dan?’ vraagt Henriette. ‘Ik ben heel nieuwsgierig!’ ‘Ik ga het eerst thuis uitproberen en als het werkt, neem ik het morgen mee naar school’, zegt Rintje.

‘En, hebben jullie nog nagedacht over mijn vraag van gisteren?’ vraagt juf Wijskop de volgende dag. Om de beurt mogen de hondjes hun idee vertellen. Iemand heeft bedacht dat je met de helikopter naar school kan gaan. Een ander heeft een zwaailamp verzonnen die je op je kop moet zetten. En weer een ander hondje heeft houten stelten bedacht zodat je heel hoog boven iedereen uitsteekt.

Dan mag Rintje zijn idee vertellen. Uit zijn rugzak haalt hij een paar stokjes die hij aan elkaar zet. Aan het uiteinde van de lange stok zit een vlaggetje.

‘Wie wil er helpen om mijn idee te laten zien?’ vraagt Rintje.

Tobias komt naar voren en Rintje maakt de vlag vast aan Tobias’ staart.

‘Zo kan iedereen je heel goed zien!’ zegt Rintje. ‘Waar je ook loopt!’

‘Ik vind het een geweldige oplossing’, zegt juf Wijskop.

Tobias is zo blij dat hij gaat kwispelen. De vlag zwaait heen en weer.

‘En ik noem mijn uitvinding de kwispelvlag!’ zegt Rintje trots.