Niet zomaar een klootzak

Paddy Considine schreef en regisseerde Tyrannosaur, over angst en agressie.

Toen de film bijna af was hoorde hij dat hij aan het syndroom van Asperger lijdt.

‘Ho, stop, wacht even”, roept acteur Paddy Considine (1974) midden in een telefonisch betoog over de wonderlijke menssoort tyrannosaurus, die centraal staat in zijn gelijknamige debuut als filmregisseur. Tyrannosaur is een film in de traditie van het rauwe Britse sociaal-realisme over de door Peter Mullan explosief gespeelde alcoholistische weduwnaar Joseph, die zo veel moeite heeft zijn woede te beheersen dat hij onder andere zijn hond doodtrapt. „Wacht. Ik moet eerst even de wekker zetten.”

„De wekker? Bent u bang dat dit interview zo saai zal worden?”

„Ja, nee, maar ik moet de wekker zetten om mezelf in toom te houden. Ik kan geen maat houden. Anders ratel ik maar door. Waar hadden we het ook alweer over?” De tyrannosaurus.

„Een tyrannosaurus is een machtig beest dat altijd maar in beweging is en alles in zijn kielzog verslindt. In de film is het vooral een metafoor voor de hoeveelheid angst, agressie, stress en spanning die zich in een mens kan verzamelen en de vorm van een monster aanneemt. Ik weet niet of je weet hoe overweldigend angst en agressie kunnen zijn?”

Voor u groot genoeg om er uw zelfgeschreven regiedebuut aan te wijden?

„Een jaar geleden werd ik gediagnosticeerd met het Asperger-syndroom, een vorm van hoogfunctionerend autisme. Ik denk dat mijn vader dat ook had. Hij had veel moeite om met mensen te communiceren en zat vol angsten die zich in de vorm van agressie naar buiten baanden.”

Is de film autobiografisch?

„Als je halverwege de dertig bent, heb je er op een gegeven moment genoeg van dat mensen tegen je roepen dat je zo driftig bent. Nadat ik een handvol therapeuten had versleten en zeker wist dat ik geen last had van ressentimenten, vond ik het wel geruststellend dat ik niet zomaar een agressieve klootzak ben, maar dat er een oorzaak voor is. Bij mij manifesteert het zich vooral als angststoornis. Bij de meeste mensen staat het metertje gemiddeld op drie en slaat af en toe uit naar vijf of zes, ik leef permanent onder hoogspanning. Alles voelt als een bedreiging. Een van de afweermechanismen die je ontwikkelt is een permanente vechthouding. Niet dat je de hele dag mensen in elkaar timmert, maar het is de uitstraling: donder op en laat me alleen. En ja, dat is waar Tyrannosaur over gaat. Een wereld die ik ken. Autobiografisch of niet.”

Met het portret van Joseph, een man die ook het liefste ‘donder op en laat me alleen’ zegt?

„Ja, en met hem komen we erachter dat dat niet werkt. Ik kan niet zeggen dat de film het verhaal van zijn redding of verlossing is, verre van. Maar hij is het soort man dat zelfs zijn hond, zijn enige vriend, uit frustratie een doodschop kan geven. Laten we zeggen dat dat op z’n minst een deurtje in zijn ziel openzet.”

Wist u toen u ‘Tyrannosaur’ begon te schrijven dat u asperger heeft?

„Nee, dat werd pas duidelijk toen ik bijna klaar was met de montage. Het was alsof de puzzelstukjes op hun plaats vielen. Wow. Ik had dus dat hele proces beschreven zonder te weten wat het precies was.”

Een van de drijfveren van de film is Josephs relatie met de getroebleerde en zeer religieuze Hannah.

„Je gebruikt niet voor niets het woord getroebleerd. Het is een getroebleerde relatie. Ze leren elkaar kennen als hij zich achter een kledingrek in haar liefdadigheidswinkeltje verschuilt. En als hij de volgende dag terugkomt om haar te bedanken geeft hij haar in plaats daarvan de wind van voren.”

Ik had wel moeite met de lijdzame manier waarop zij alles ondergaat. Weer een vrouw als slachtoffer, dacht ik.

„Hij test haar. Hij cirkelt om haar heen als een roofvogel. Hij wil bij haar zijn, bij deze bron van leven zijn, hij voelt zich op een spiritueel niveau tot haar aangetrokken. Ik weet niet of ze lijdzaam is. Ze komt tot behoorlijk drastische daden en is bereid daar de verantwoordelijkheid voor te dragen. Maar ze heeft een zeer laag gevoel van eigenwaarde. De meeste slachtoffers van huiselijk geweld zijn makkelijke slachtoffers omdat ze denken dat ze niet beter verdienen. Het zijn prooidieren. De daders ruiken dat.”

Peter Mullan (Joseph) heeft in de films die hij zelf regisseert, zoals ‘Neds’ en ‘The Magdalene Sisters’ ook het nodige over agressie, huiselijk geweld en misbruik laten zien.

„Hij is de enige acteur die ik voor die rol wilde. Soms ontmoet je mensen, of zie je ze aan het werk, en je weet meteen dat het zielsverwanten zijn. Soms met dezelfde blauwe plekken op hun ziel. Ik hoefde aan Peter niets uit te leggen. Hij zat meteen in de situatie. Hij kent die man, het is niet zomaar een rol. Niet dat het geen geweldige acteerprestatie is, maar soms weet je gewoon net iets beter wie een personage is dan een ander.”

Is de wekker nog niet gegaan?

„Ik heb hem uitgezet.”