Late abortus, na het zien van de echo

Het aantal abortussen na de 20ste zwangerschapsweek neemt toe. Er zijn ouders die abortus willen, omdat op de echo is te zien dat het kind een open lip of gehemelte heeft.

Het zijn kleine aantallen, zegt Corstiaan Breugem, maar het baart hem zorgen. De laatste maanden weet hij dat vier ouderparen de zwangerschap hebben afgebroken nadat er op de 20-wekenecho een schisis-afwijking zichtbaar was.

Breugem is plastisch chirurg van het schisis-team in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht (specialisten die kinderen met een gespleten lip, kaak of gehemelte opereren). Twee van de foetussen hadden naast de schisis andere afwijkingen. Twee niet. „Een van de ouders zei dat de zorg voor een kind met een schisis nu niet in hun leven past.”

Pijnlijk om te horen, vindt Breugem, al wil hij niet oordelen. „Deze kinderen kunnen vaak goed geholpen worden, zeker kinderen die alleen een open-lip-schisis hebben.” Ze ondergaan één of meer operaties, afhankelijk van hoe erg de spleet is. Waarom hij dit opeens vier keer meemaakte in een jaar? Hij kan het niet verklaren.

Alle aanstaande moeders krijgen sinds 2007 de ‘20-wekenecho’ aangeboden. Met die echo kan de arts afwijkingen aan de foetus zien, zoals spina bifida (open rug), schisis (open gehemelte), hart- en ernstige huidafwijkingen. Het aantal vrouwen dat de zwangerschap laat afbreken na die echo, wanneer de foetus 20 tot 24 weken is, is sindsdien ruim verdubbeld. In 2010 gebeurde dat 317 keer, blijkt uit recente cijfers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Tot 2006 bekeken artsen alleen foetussen van moeders die golden als ‘risicogeval’. In dat jaar lieten 140 ouders de zwangerschap afbreken na de 20ste week. Bedoeling van de algemene echo was dat alle moeders beter voorbereid zouden beginnen aan een leven met een kind met ernstige afwijkingen. En dat ze, bij heel ernstige afwijkingen zoals een open rug (spina bifida), konden kiezen of ze de zwangerschap wel wilden uitdragen.

De ontwikkeling is omstreden. Christelijke partijen en patiëntenverenigingen van zwaar gehandicapten hebben bezwaar tegen abortus op grond van een afwijking bij het kind. Schrikbeeld is dat er op termijn alleen nog perfecte baby’s worden geboren. Bij een ‘pro life’-polis van zorgverzekeraar Achmea (die groeit en nu 55.000 verzekerden telt), wordt de 20-wekenecho alleen vergoed als de ouders vervolgens beslissen de baby te houden. Ook de PVV pleitte vorig jaar in de Tweede Kamer voor verlaging van de abortusgrens tot 12 weken. Bij zo’n prille zwangerschap zijn de meeste afwijkingen niet te zien op een echo. In Nederland is abortus toegestaan tot 24 weken; afbrekingen na de 20-wekenecho vinden meestal plaats in ziekenhuizen, niet in abortusklinieken.

Gynaecoloog en hoogleraar Jan Nijhuis van het academisch ziekenhuis Maastricht vindt het „logisch” dat de 20-wekenecho tot meer afbrekingen leidt. „Ouders hebben het recht om af te breken als ze ‘in nood’ raken, zo staat het in de wet.” Dat kan betekenen: „Bij het idee dat hun kind een zware afwijking zal hebben.” Daar is geen lijst voor op te stellen, zegt hij, waarvan je kunt zeggen: deze afwijking vinden we niet erg genoeg voor abortus en deze wel. „Dat vragen politici weleens. Maar het is per gezin anders. Je kunt niet zeggen: we vinden het altijd begrijpelijk als u een foetus met spina bifida laat verwijderen, maar altijd onbegrijpelijk als u een foetus met schisis laat verwijderen.”

Neem een erfelijke afwijking van de hand- en voetstand. Een vrouw bij wie Nijhuis die afwijking zag op de 20-wekenecho, wilde het kind houden. De afwijking zat in de familie van haar partner; alle familieleden wisten hoe je ermee omging, welke operaties er voor nodig zijn. „Sterker, de vader zei onmiddellijk: ‘nu weet ik zeker dat ík de vader ben’.” Een andere moeder wier foetus dezelfde afwijking had, brak de zwangerschap af. „De hele familie herinnerde zich hoe de vader van het kind vroeger had geleden. Operaties, pesterijen, eenzaamheid. Ze zeiden meteen: je laat het toch wel weghalen hè?’”

De beslissing om een zwangerschap in zo’n ver stadium af te breken, is zwaar, zegt Nijhuis. „Dit zijn gewenste zwangerschappen. Ouders die graag een kind willen. Maar door de diagnose gaan ze er anders over denken.”

Er zijn ook landen waar ouders erop worden aangesproken als ze een kind met spina bifida of schisis wél laten leven. Nijhuis: „Dat moet hier niet gebeuren. Ouders moeten in vrijheid kunnen kiezen: wel of niet. Als ze kiezen om het kind te houden, dan moeten we als maatschappij daar de kosten voor dragen.”

Opvallend is dat het aantal baby’s van wie het leven wordt beëindigd na de geboorte, fors is gedaald. In andere landen vond men dat schokkend, maar in Nederland was dat al jaren gangbaar bij kinderen van wie de ouders vonden dat het ‘ondraaglijk’ zou lijden. Het gebeurt amper nog; in 2010 werd er niet één levensbeëindiging van een pasgeborene gemeld door artsen bij de daartoe in het leven geroepen commissie-Hubben. Wel werden er drie ‘late zwangerschapsafbrekingen’ gemeld, ofwel abortus ná de 24ste week, wat strafbaar is, tenzij er heel specifieke redenen voor zijn. In zijn evaluatie over 2010 schreef de commissie-Hubben: „Vooral de invoering van de 20-wekenecho heeft tot gevolg dat levensbeëindiging bij pasgeborenen tegenwoordig minder voorkomt.”