'In het bos klopt het Duitse hart'

Het Duitse bos is een bron voor verhalen en symboliek, voor nationalisme en sprookjes, zo is te zien op een expositie in Berlijn. Typisch is de voorliefde voor loden jassen en jagershoedjes.

Van alles hebben we al meegemaakt in het Duitse bos. We zijn op zoek gegaan naar wolven in de uitgestrekte wouden van Bad Muskau, nabij de grens met Polen. We vonden hun pootafdrukken en excrementen. In Grunewald, het bos van Berlijn, zijn we ooit opgejaagd door wilde zwijnen die misschien dachten dat we voer voor ze hadden. In de ruisende naaldbossen op het schiereiland Darss werden we belaagd door muskieten, tot we aan een smal strand kwamen en onze achtervolgers zich terugtrokken. De bomen daar staan tot aan de Oostzee, een merkwaardige sensatie.

Nog nooit waren we verdwaald in het Duitse bos. We dachten dat dat niet kon. Wat een misvatting. In de bossen van een groot natuurgebied bij Müncheberg, ten oosten van Berlijn, raakten we tijdens de witte kerstvakantie van 2010 ongemerkt van de voorgeschreven wandelroute af. Daarna begon een geforceerde mars door een landschap dat steeds vijandiger werd.

We waren de weg kwijt. Het was koud, er lag een dikke laag sneeuw en het begon te schemeren. Het Duitse bos had voor ons, mensen van de polder en de horizon, opeens z’n charme verloren. Uiteindelijk stuitten we op de spoorlijn Berlijn-Kostrzyn (Polen) en konden we opgelucht naar station Rehfelde lopen. Een paar uur later waren we thuis.

Duitsland en zijn bossen vormen een mythische twee-eenheid. „In het bos klopt het Duitse hart”, is op een oud affiche te lezen in de net geopende tentoonstelling Unter Bäumen. Die Deutschen und der Wald in het Duits historisch museum in Berlijn. Alles wat de Duitsers ooit met het bos hebben gehad, is in deze expositie samengebracht: de sprookjes, de kunst, de symboliek, het nationalisme, het nazisme en de voorliefde voor loden jassen en jagershoedjes.

Het Duitse bos inspireerde schrijvers en dichters. Goethe zette een bomenrijke wereld neer met zijn beroemdste en kortste gedicht: Über allen Gipfeln/ist Ruh/In allen Wipfeln/spürest Du/kaum einen Hauch;/die Vögelein schweigen im Walde/Warte nur, balde/ruhest Du auch. En waar anders dan in de Duitse bossen zou Schillers toneelstuk Die Räuber kunnen spelen?

Volgens historicus en politicoloog Herfried Münkler is de Duitse geschiedenis in het bos begonnen. Hij schrijft in zijn boek Die Deutschen und ihre Mythen dat Arminius, de overwinnaar van de slag in het Teutoburger Wald tussen de Romeinen en de Germanen, „de eerste echte Duitser” was. Arminius, ook wel Hermann genoemd, lokte in het jaar 9 na Christus de oprukkende Romeinse troepen steeds verder het bos in en sloeg er vervolgens op los, met een groep guerrillastrijders avant la lettre. De Romeinse opmars stokte; de Germanen bleven vrij.

Een meer dan vijftig meter hoog monument bij Detmold in het Teutoburger Wald herinnert aan deze Germaanse zege. Het Hermannsdenkmal is in de negentiende eeuw als symbool voor Duits nationalisme gebouwd. Het is een geliefd bedevaartsoord gebleven. Vanuit Detmold kun je erheen lopen, dwars door een oud loofbos waar volgens het volksgeloof de geest van Hermann nog steeds ronddoolt.

De tentoonstelling in Berlijn begint met een verzameling houten boeken, een curiosum en zeldzaamheid tegelijk. Het is de vermaarde houtbibliotheek (‘xylotheek’) van Schloss Hohenheim, die uitvoerig wordt toegelicht en deels is nagemaakt. Een nieuw exemplaar van een larikshouten boek, dat opengeklapt kan worden en dan zijn botanische geheimen prijsgeeft, mag door het publiek worden betast en beroken. De tweehonderd jaar oude exemplaren staan in een vitrine.

Van de economie van het bos en lieflijk geschilderde bostaferelen gaat de expositie geleidelijk over in de vraag wat het bos en de Waldromantik voor de Duitsers betekenen. De socioloog Werner Sombart (1863-1941) heeft eens geschreven dat uit het Duitse bos „alle Europese cultuur is voortgekomen”. De Duitsers hebben hun vele wouden altijd gebruikt om er te wonen en te werken en ernaar terug te verlangen als ze elders waren. Hun bossen zijn symbool geworden van een eigen, specifiek Duitse cultuurgeschiedenis, die uiteindelijk over Europa is verspreid.

Maar volgens antropoloog Albrecht Lehmann is de liefde voor het bos niet exclusief Duits. „De Scandinaviërs en onze Poolse en Tsjechische buren houden net zo veel van bossen als wij. En in Japan worden bossen niet alleen om hun schoonheid geprezen, maar krijgen ze ook geestelijke kwaliteiten toegedicht, op dezelfde manier als bij ons de mythevorming over het bos is ontstaan”, schrijft Lehmann in de tentoonstellingscatalogus.

Met de mythevorming en de symboliek is het Duitse bos uiteindelijk in de gevarenzone beland. Germaan en bosbewoner Arminius (Hermann) kreeg mythische proporties toen dapperheid en Bodenständigkeit (letterlijk: geworteld zijn) Teutoonse eigenschappen moesten worden. Op die manier zijn het bos en z’n oer-bewoners door tal van generaties Duitse politici misbruikt.

Het verst daarin is Adolf Hitler gegaan. Het geliefkoosde Duitse woud was voor de nazi’s een onmisbaar deel van de nationaal-socialistische partij- en staatsideologie. Rijksmaarschalk en opperhoutvester Hermann Göring plaatste het diep in de vaderlandse aarde gewortelde Duitse ‘woudvolk’ tegenover het ontwortelde ‘woestijnvolk’ van de Joden.

Overal in het Derde Rijk liet Göring zogenoemde ‘Hitlereiken’ planten en ‘hakenkruisbossen’ aanleggen. Herinneringen daaraan zijn nog lang zichtbaar geweest in het Brandenburgse Zernikow en bij Asterode in Hessen. In drukbezochte Duitse bossen verschenen vanaf 1933 borden met daarop: Juden sind in unsern deutschen Wäldern nicht erwünscht.

Zo werd het Duitse bos een schuldig oord. Maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig moeten de bossen in Duitsland beschermd worden. Tegen verstedelijking, vandalisme, zure regen en andere vormen van vervuiling. Ruim 30 procent van de Bondsrepubliek is met bos bedekt, waaronder opmerkelijk veel privébos. Het bosareaal groeit; het laatste decennium zelfs met ruim 3.500 hectare per jaar.

Afgelopen zomer werden vijf stokoude Duitse beukenbossen door de Unesco tot wereldcultuurgoed uitgeroepen. Daaronder was de Schorfheide in de deelstaat Brandenburg, ten noordoosten van Berlijn. Het is een van de grootste samenhangende bosgebieden van Duitsland. In de uitlopers ervan raakten wij afgelopen winter verdwaald.

Deutsches Historischen Museum: ‘Unter Bäumen. Die Deutschen und der Wald’. T/m 4 maart.