'Hoge Raad boog voor tegenwind'

Bij de voordracht voor de Hoge Raad van advocaat-generaal Diederik Aben „kon de tegenwind niet overwonnen worden”. De politieke tegenstand in de Tweede Kamer was zo groot dat deze voorkeurskandidaat van de Hoge Raad „ernstig beschadigd” zou worden. Dit zei de president van de Hoge Raad, Geert Corstens, dinsdag bij de installatie van drie nieuwe vice-presidenten.

De president van het hoogste rechtscollege reageerde voor het eerst publiekelijk op de controverse over de mislukte voordracht van de strafrechtexpert Aben voor een vacature als raadsheer in het hoogste rechtscollege. Begin december liet de PVV in vertrouwelijk overleg binnen de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie weten tegen deze kandidaat te zullen stemmen. De PVV verweet Aben tijdens het proces Wilders een kritische notitie te hebben laten uitlekken over de wraking van de Amsterdamse strafkamer. Daarop trok de Hoge Raad de voordracht van Aben in en droeg een andere kandidaat voor.

Corstens zei dat het goed is om standvastig te zijn, mits dergelijke tegenstand overwonnen kan worden. Maar „welbewust het oog van een orkaan instappen in de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de kandidaat daaruit ernstig beschadigd van de radar zal worden weggeslingerd, zou niet van wijsheid getuigen. Het te verwachten resultaat en de te verwachten schade aan de institutie zijn ook belangrijke elementen bij deze afweging.”

Eerder uitte de PVV intern bezwaren tegen de voordracht van strafrechthoogleraar Ybo Buruma voor de Hoge Raad die ‘links’ zou zijn. Toen hield de Hoge Raad wel voet bij stuk en stemde uiteindelijk een ruime meerderheid van de Tweede Kamer in met zijn benoeming als raadsheer. Daarvoor was een uren durende schriftelijke stemming nodig. De verhindering van de benoeming van Aben zorgde voor discussie over de bemoeienis van het parlement met benoemingen van het hoogste rechtscollege. Bemoeienis vanuit eigen politieke inzichten zou strijdig zijn met de scheiding der machten.