Hoeveel medisch kernafval is er?

Het is Bert Koning uit Haren (GR) opgevallen dat er maar weinig discussie is over het radioactieve afval dat vrijkomt bij behandelingen in het ziekenhuis. Hoeveel is het eigenlijk, en waarom is er geen protest tegen?

Voor de opsporing en behandeling van kanker en bijvoorbeeld hartkwalen wordt gebruikgemaakt van radioactieve middelen. In die middelen zitten radioactieve isotopen die worden geproduceerd in de onderzoeksreactor van Petten (NH). Net als bij de productie van kernenergie levert het produceren van medische isotopen radioactief afval op.

De hoeveelheid kernafval van de productie-energie (Borssele) en die van isotopen (Petten) is vergelijkbaar, maar niet al het medische kernafval komt uit Petten. Bovendien is niet al het medische afval even radioactief. Bij het behandelen van patiënten met isotopen raken naalden en handschoenen radioactief besmet. Dit afval is veel minder radioactief dan de brandstof uit Borssele of Petten. Omdat het toch schadelijk is voor mensen moet het afgevoerd en opgeslagen worden in een speciale omgeving.

Laagradioactief afval zoals naalden en handschoenen wordt in beton verpakt en ondergebracht in een gewone loods van de nucleaire opslagplaats COVRA in Vlissingen. Hoe lang het radioactief blijft, hangt af van het isotoop waarmee is gewerkt. Hoogradioactief afval wordt op hetzelfde terrein opgeslagen, maar in een bunker met 1,7 meter dikke muren die bestand is tegen allerlei rampen zoals een vliegtuigcrash of een overstroming. Die bunker wordt ook gekoeld omdat hoogradioactief afval tot 100 jaar warmte af blijft geven.

Volgens plaatsvervangend directeur Ewout Verhoef van COVRA is de hoeveelheid hoogradioactief afval uit Petten ongeveer de helft van de anderhalve kubieke meter afval per jaar uit Borssele. Het afval uit Borssele wordt, voor de opslag, nog naar Frankrijk gestuurd om gerecycled te worden.

Het zijn juist de transporten naar Frankrijk die protesten aantrekken van milieuorganisaties. Greenpeace gaat niet de barricaden op tegen het gebruik van de kernreactor in Petten, maar vindt wel dat alternatieven voor de isotopenproductie snel ingezet moeten worden. Aan die alternatieven met minder afval wordt gewerkt door wetenschappers, maar ze zijn nog niet beschikbaar.

Jeroen van Kleef