Hoeveel foto's maken een leven?

We nemen tegenwoordig enorm veel foto’s, maar we verlangen ook naar dat ene exclusieve, iconische beeld.

Kan de foto haar emotionele lading bewaren?

Een man geeft een vrouw een vuurtje. Ze zitten op opklapstoeltjes, achter hen een wilde haag van hoog gras. Waarschijnlijk is het warm, haar armen zijn bloot, hij heeft korte hemdsmouwen. Zij leunt met haar hand op haar vuist, haar gezicht wordt aan het zicht onttrokken door een schaduw, zijn gezicht is duidelijk zichtbaar, zonlicht weerspiegelt in het glas van zijn horloge.

Zomaar een zwart-wit foto. Voor mij bijzonder omdat het mijn grootouders zijn. Uit deze jonge mensen kom ik voort. Nog specialer is het voor mijn moeder: dit zijn haar ouders en er bestaan weinig foto’s uit die tijd. Bij haar roept het beeld een scala aan herinneringen en gevoelens op – fijne en minder fijne, zoals dat gaat met herinneringen en de daarmee samenhangende gevoelens.

Mijn moeder kreeg de foto onlangs opgestuurd van haar broer. Niet lang daarna verscheen de foto op Facebook, getagd naar haar eigen pagina. Mensen reageerden erop. In weerwil van haar angst hopeloos ouderwets te klinken gaf ze na mijn aandringen toe het niet prettig te vinden dat de foto online stond. Daar hield ze het bij, alweer ingehaald door de angst ouderwets te klinken.

Een week later bezochten we samen de tentoonstelling What’s Next: The Future of The Photograpy Museum in het Fotografiemuseum Amsterdam (Foam). Een tentoonstelling over de waarde van de foto als museumobject in een tijd waarin een foto niet per se beeld en object tegelijk meer is. Vier curatoren hadden hun visie hierop mogen verbeelden.

Een van hen is Erik Kessels, medeoprichter van het Amsterdamse communicatiebureau KesselsKramer, die gedurende vierentwintig uur al het beeldmateriaal dat mensen online plaatsen van internet heeft gedownload en geprint en letterlijk in twee grote ruimtes heeft neergestort. Zijn werk, getiteld 24 hrs in photos, maakt aanschouwelijk hoe het intieme leven van anderen over ons wordt uitgestort. Staand tussen de bergen foto’s zei mijn moeder: „Dit bedoel ik.”

Tussen die duizenden foto’s van Thaise huwelijken, babygezichten onder de appelstroop en ladderzatte Amerikaanse studenten tijdens hun Spring Break, lagen haar dierbare ouders. Op de digitale straat.

De afgelopen decennia zijn de ontwikkelingen binnen de fotografie in een stroomversnelling gekomen. Een van de meest in het oog springende veranderingen is de toename van het aantal foto’s die een gemiddeld mens maakt. Het resultaat daarvan is dat beeld aan inflatie onderhevig is. Een foto is vandaag minder bijzonder dan in de tijd van onze grootouders.

Schrijfster Susan Sontag schreef over fotografie en had het over ‘fotografisch kijken’: mensen leren naar de werkelijkheid kijken als een fotograaf, waardoor het bestaan transformeert in een serie van gebeurtenissen die worden vastgelegd in foto’s. „Today everything exists to end in a photograph.”

Een gevolg van dat fotografische kijken is dat ons realiteitsbesef ‘deplatoniseert’. De grotmetafoor van Plato beschrijft dat wat we waarnemen slechts een schaduw is van de werkelijkheid, en dat lijkt een adequate omschrijving voor de manier waarop fotografie de realiteit vat. Volgens Sontag zorgt het vermeende onthullende karakter van fotografie er juist voor dat er in onze ervaring steeds minder een onderscheid bestaat tussen kopie en werkelijkheid: de foto is een uitbreiding van de werkelijkheid.

Terwijl een foto weinig met de werkelijkheid te maken heeft, aldus Sontag. Verschrikkelijke dingen kunnen er prachtig uitzien op een foto, neem bijvoorbeeld esthetische oorlogsfoto’s, en mensen zien er op een foto soms mooier uit dan in werkelijkheid – denk aan de bekoring die uitgaat van het fotomodellensprookje waarin een grijze muis door de lens van de fotograaf wordt omgetoverd tot een schoonheid van mythische allure.

Desondanks krijgt het gefotografeerde leven bestaansrecht naast het geleefde leven. Een voorbeeld. Van mijn beide kinderen nam ik in de eerste weken dagelijks talloze foto’s en eens in de zoveel dagen schoot ik raak: had ik weer een mooi plaatje om op te sturen naar hunkerende oma’s, maar vooral om toe te voegen aan mijn eigen serie Meest Bijzondere Baby Ooit. Ik zal niet zover willen gaan dat ik meer met de foto’s dan met de baby zelf bezig was, maar er sloop een zekere jachtigheid in mijn queeste naar weer zo’n goed gelukt portretje. Had ik een paar dagen alleen maar middelmatige foto’s gemaakt, dan werd ik fanatieker en ging ik net zolang door tot ik mijn baby de goede uitdrukking had – best lastig bij iemand van een paar weken oud – en de lichtval, de kleuren en de compositie perfect waren.

De populariteit van de Hipstamatic App van de iPhone –- een programmaatjes waarmee je foto’s maakt die met een antieke filmcamera geschoten lijken te zijn – is in dit verband veelzeggend. De aantrekkingskracht van deze app zal voor een deel te maken hebben met het feit dat zo’n retrofoto er al snel kunstig uitziet. En, niet onbelangrijk, dat de meeste mensen er nogal goed op uit de verf komen. De werkelijkheid wordt op een prachtige manier geweld aangedaan.

Maar het belangrijkste van zo’n Hipstamatic-foto is nostalgische kwaliteit. Ik heb een jeugdfoto uit het predigitale tijdperk met daarop onze Renault 4, mijn moeder als jonge vrouw en mijn broertje en ik als kleuter. Het is een slordig beeld, een beetje scheef genomen, overbelicht, we worden alle drie op de rug gefotografeerd. Het papier is wat gekreukeld en vreselijk verkleurd, alsof er een pot rode verf overheen is gevallen die alles in verschillende roodtinten heeft gekleurd – precies zoals de Hipstamatic dat kan. Al jaren is het een van mijn meest dierbare foto’s, ik verhuis hem overal mee naartoe. Juist omdat-ie zo beduimeld is en een beetje mislukt. Een foto zoals een herinnering: gefragmenteerd, gekleurd, associatief, onscherp. Ondanks of misschien juist wel door de lawine aan beelden, steeds scherper en levensechter, koesteren we die ene foto waar de tijd zijn tanden in heeft gezet. De Hipstamatic-app helpt ons daar een beetje bij – ook al houden we onszelf overduidelijk voor de gek.

Deze hang naar nostalgie onderstreept de emotionele lading die een foto nog altijd heeft, ondanks het feit dat we omkomen in de beelden. Ook al geloven we niet, zoals in sommige culturen, dat onze ziel wordt gestolen wanneer er een foto van ons wordt gemaakt, een foto van een geliefde kan bezield raken. Een manier om hier recht aan te doen, is ervoor te zorgen dat zo’n beeld zijn exclusiviteit behoudt. Online publicatie maakt daar voorgoed een einde aan.

Ik vraag me af of mijn dochters later uit de berg digitale foto’s van hun jonge jaren een favoriet kunnen kiezen. Misschien zijn ze wel zo doodgegooid met beeld dat de romantiek er dan toch echt af is. Ik vermoed dat het verlangen naar een paar iconische beelden van je eigen leven blijft bestaan. Waarschijnlijk zijn dat doodgewone, beetje mislukte, digitale foto’s, die tegen die tijd hoe dan ook hopeloos ouderwets aandoen.