Heerlijk, kunst waar de mensen naar komen kijken

De vraag is hoeveel borsten je kunt hebben. Ik loop rond op de overzichtstentoonstelling van Aat Veldhoen. Tientallen schilderijen, steeds: borsten.

Ik heb niets tegen borsten, integendeel. Dankzij borsten zijn vrouwen mooier dan mannen. Maar ik vraag me af wat Veldhoen er eigenlijk aan vindt. Zijn naakten, in schrille acrylkleuren, bestaan uit borsten. De rest valt weg. Is er aandacht voor een vulva dan kun je van een kut niet spreken, zo onpersoonlijk schildert Veldhoen het gevalletje, alsof hij er eigenlijk niets van wil weten. Bezield zijn ook Veldhoens borsten niet. Zijn aandacht lijkt eerder administratief. Zij heeft zulke en zij heeft andere en die van haar zijn zo.

Ik zie Veldhoens schilderijen en denk aan Hysteria, de film over de uitvinding van de vibrator in het Engeland van koningin Victoria. „Dit is een waar verhaal. Really”, zo begint hij. Dan vertelt hij hoe de als ‘hysterie’ aangeduide mentale aandoening van veel vrouwen in die dagen door een society-arts met ‘bekkenmassage’ werd bestreden. Hij vingerde ze, discreet en medisch. Ze kwamen klaar en ze voelden zich, even, een stuk beter. De arts dacht niet aan seks. Zijn patiëntes wel. „Tot volgende week, mevrouw.” „Nou, als u eerder een gaatje heeft...”

Veldhoen lijkt met zijn naakten net zo hysterisch, niet omdat hij onbevredigd is maar oververzadigd. Hij schildert maar door, zonder lust, zonder verwondering. Weerzin dan? Ook niet. Hij wíl, maar wat?

En dan zie ik twee mannelijke naakten, tegenover elkaar. Roze en ontroerend. De ene is Simon Vinkenoog, de andere Robert Jasper Grootveld. Ouwe mannen, ze gingen even zitten. Veldhoen schilderde zijn generatiegenoten onderzoekend, autobiografisch: wat is er gebeurd dat we geen jonge goden meer zijn, maar hompen met een slak tussen onze benen?

Wie Veldhoens werk wil zien, zijn schilderijen, zijn etsen, litho’s en tekeningen, moet naar Amsterdam-Oost, naar het CBK aan de Oranje-Vrijstaatkade. Het is een buurtcentrum waar ik kom omdat ik in die buurt woon. Ik kijk rond en ik snap iets niet: waarom hoor ik in de beeldende kunstwereld zeggen dat niemand reageerde toen de regering die onevenredige bezuinigingen op de kunsten aankondigde? En dat ‘de mensen’ het er ‘dus’ mee eens zijn? Subtekst: dat zal ons leren, weg met ons. Er zijn serieuze kunstcritici die zich hierbij aansluiten in hun artikelen en commentaren. Ook in die hoek wordt pertinent vastgesteld dat ‘gewone’ mensen (‘buitenstaanders’ heten die soms zelfs!) de hedendaagse beeldende kunst zat zijn, omdat ze er niets mee aan zouden kunnen. Die critici schrijven op hoge toon, net of ze dat altijd al vonden. En ik herinner me toch echt met hoeveel verve zijzelf berichtten over de kunstwereld die ze nu zo hatelijk afserveren.

Intussen gaan wij, de mensen in Amsterdam-Oost, buitenstaanders dus, met z’n allen naar die Veldhoen-expositie in onze buurt. Misschien dat van de weeromstuit ook de kaarten voor polderlicht@home zo snel uitverkocht waren – drie dagen moderne kunst bekijken bij zestien privéadressen in de wijk. Startpunt van de route was dat CBK, waar dan meteen Veldhoen meegenomen kon worden.

Soms was die kunst-aan-huis waardeloos, soms onrijp. Maar in een halletje hypnotiseerde Prix de Rome-winnares Femke Schaap met draaiende spiralen, achter de deur ruiste de douche. Een huiskamer verdween rondom Serge Verheugens enorme robot die de bezoekers op haar knie noodde voor wat surrogaat-moederschap. In een kelder danste de ijle installatie van Marijke Neppelenbroek. Op een etage vervloeide in de jungle van Nieuw-Guinea een Papoea met Christus, in een video van Roy Villevoye. In een slaapkamer liet Peter Zegveld het spoken. Constant Dullaart zette, zwierend met een logo, een levende screensaver neer met zijn video op de muur boven een souterrain. Met gekwelde kop. Geen idee waarom, maar dat kon me niet schelen.

Eigenlijk ontbrak het alle kunstwerken aan een duidelijk waarom. Daar zat niemand mee. De mensen verbaasden zich, vermaakten zich, knoopten gesprekjes aan. Ze genoten van al dat vreemde gedoe.

Hun aandacht beschouw ik als een duidelijke reactie, tegen de bezuinigingen, voor de kunst.

Joyce Roodnat