Hans Spekman begint kansloze missie

De nieuwe voorzitter van de PvdA wil dat de partij na vier jaar 100.000 leden heeft. Dat is veel te hoog gegrepen, betogen Joop van Holsteyn en Josje den Ridder.

Dat Hans Spekman zou worden verkozen tot de nieuwe voorzitter van de PvdA, kwam voor niemand als een verrassing. Over de vraag of zijn score van ruim 80 procent opmerkelijk hoog dan wel een tikje teleurstellend was, kan misschien nog worden getwist. Dat ruim eenderde van de leden van de PvdA toch nog een stem uitbracht, valt bepaald niet tegen.

Waarom kozen zo velen voor Spekman? De verleiding is groot om een verklaring te zoeken in de beloften die hij heeft gedaan in de aanloop van de verkiezing. De opvallendste belofte had te maken met zijn nieuwe functie, het leidinggeven aan een ledenorganisatie. Spekman heeft bij herhaling beloofd om het aantal leden van de PvdA in vier jaar tijd naar de 100.000 te tillen. Hij schoot daarbij niet in de lach, dus we kunnen de toezegging serieus nemen.

De PvdA heeft op dit moment tegen de 55.000 leden. Het streven van Spekman is dus gericht op zo goed als een verdubbeling. In vier jaar. Als hij daarin zou slagen, zou dat een prestatie zijn die zijn weerga niet kent. Volgens het overzicht van ledentallen van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen had de PvdA in 1987 voor het laatst meer dan 100.000 leden. Daarna zette een daling in, vooral in de jaren negentig. In 2000 had de partij ruim 58.000 leden, waarna een kleine opleving zichtbaar werd in de eerste, politiek enerverende jaren van de 21ste eeuw. In 2007 stond de teller op bijna 63.000, gevolgd door een terugval. Ambitie is prachtig, maar Spekman dient zich te realiseren dat hij de trend zacht gezegd niet mee heeft, een trend die trouwens voor vele partijen in binnen- en buitenland zichtbaar is. Trouwens, nimmer in de hele geschiedenis van de PvdA is het aantal leden met 45.000 leden in vier jaar tijd toegenomen.

Spekman heeft het imago van een bevlogen, bijna ouderwets ideologisch geïnspireerd en geprofileerd politicus. De wakkere krant van Nederland had als kop voor het bericht van zijn verkiezing bedacht ‘PvdA maakt ruk naar links’. In zijn poging leden te winnen voor de PvdA kan dat scherpere inhoudelijke profiel en zijn streven wat te doen aan ‘verwaterde idealen’ en te komen tot een ‘helder en stevig programma’ een pluspunt zijn.

Extra aandacht voor ideologie kan wervend werken. Voor mensen die lid worden van een partij als de PvdA zijn de beginselen en het gedachtegoed van de partij namelijk van essentieel belang. In een groot partijledenonderzoek uit 2008, waaraan ook de PvdA deelnam, werd aan leden voor meer dan twintig redenen gevraagd hoe belangrijk of onbelangrijk deze waren toen men besloot lid te worden van de partij. Voor PvdA’ers staken drie redenen er met kop en schouders bovenuit. Voor bijna de helft van de leden was ‘om me voor een rechtvaardiger samenleving in te zetten’ een zeer belangrijke reden om zich als lid te melden, voor 40 procent was het zeer belangrijk geweest ‘om steun te geven aan de beginselen van de partij’, en een bijna net zo grote groep koos voor het meer algemene ‘om uiting te geven aan mijn sympathie voor de partij’. Dergelijke zo prominente redenen voor het lidmaatschap doen vermoeden dat er met een revitalisering van het sociaal-democratische, vooruit: linkse profiel van de partij mogelijk enige ledenwinst te boeken is. Maar 45.000 leden erbij...?

Het streven van Spekman naar meer partijleden kan wellicht op steun rekenen van diegenen die zich reeds bij de PvdA als lid hebben aangesloten. In 2008 was althans een meerderheid van ruim 60 procent van mening dat naarmate een partij meer leden heeft, die partij meer aanzien geniet. Of zijn tweede doel, het nadrukkelijk betrekken van niet-leden bij het verkiezen van de lijsttrekker, ook uiteindelijk goed zal vallen binnen de partij, is echter ten zeerste de vraag. Van de PvdA-leden was in 2008 bijna 70 procent het (helemaal) eens met de stelling dat bij Tweede Kamerverkiezingen de lijsttrekker direct door de leden zou moeten worden gekozen. Voor niet-leden zag men een ondergeschikte rol. Minder dan een kwart stemde in met de stelling ‘Sympathisanten moeten volwaardig kunnen deelnemen aan discussies in de partij’. De stelling ‘Geïnteresseerde niet-leden moeten in de PvdA op gelijke voet kunnen meedoen als partijleden’ kon op instemming rekenen van minder dan 15 procent van de PvdA’ers. Ongeveer een kwart was het eens noch oneens met de suggestie, waarmee een groep van ruim 60 procent resteerde die het (helemaal) oneens was met de stelling, die dicht in de buurt komt bij het voornemen van de nieuwe voorzitter. Trouwens, als ook niet-leden een zo dikke vinger in de pap krijgen, waarom zouden mensen zich dan nog als nieuw lid bij de partij aansluiten? Maar dat terzijde.

Spekman heeft aangekondigd zich ‘met ziel en zaligheid’ voor zijn partij en de door hem gestelde doelen als voorzitter in te willen zetten. Die intentie hoeft niet in twijfel te worden getrokken. Voor het bereiken van de gestelde doelen zijn goede intenties echter ontoereikend. Tussen wil en daad staan in het geval van de nieuwe PvdA-voorzitter niet eens zozeer wetten in de weg, maar praktische bezwaren. Onoverkomelijke bezwaren.

Prof.dr. Joop van Holsteyn is universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden.Drs. Josje den Ridder is wetenschappelijk medewerker bij de onderzoeksgroep participatie en bestuur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.