Dure ruzie over kabels en leidingen

Het Kadaster negeerde in 2009 bewust het bedrijf HLA toen ze nieuwe software nodig hadden. Terwijl HLA het beste en goedkoopste programma had.

Grondroerders; zo heten ze in jargon. Dat zijn mensen die met machines bedrijfsmatig graafwerkzaamheden uitvoeren. Maar zomaar een graafmachine ergens in de grond steken, dat mag niet. Gasleidingen, telefoonkabels, waterleidingen; door heel Nederland ligt een grote wirwar van kabels en leidingen. Dus moet iedere grondroerder voor hij gaat graven bij het Kadaster informatie opvragen over de plek waar hij wil graven. Hij krijgt dan een digitale kaart waarop zo precies mogelijk staat aangegeven waar welke kabels en leidingen er liggen.

De software van het Kadaster om kabels en leidingen te kunnen zien kan iedereen gratis downloaden. De Klic-viewer heet het programmaatje. Daarmee kan iemand een gebied van maximaal 500 bij 500 meter op zijn scherm toveren. Het is in feite niets anders dan een Kadastrale-kaart waarop met kleur leidingen staan aangegeven. Een groene lijn is een kabel voor datatransport. Een blauwe lijn is een waterleiding. Paars is riool onder druk. Oranje is gas onder hoge druk, geel gas onder lage druk. Ook staat er bij van wie welke kabel is, zodat een graver als het nodig is met bijvoorbeeld Ziggo, UPC of Liander kan overleggen.

Het Kadaster heeft de software waarmee dit mogelijk is nog niet zo lang. De Klic-viewer-software is ontwikkeld door ingenieursbureau Arcadis en werd in februari 2010 opgeleverd. Maar het programma kampte met veel problemen en het duurde vervolgens nog maanden voor het naar behoren functioneerde.

Had het Kadaster maar voor software van het bedrijf Het Logistiek Adviesbureau (HLA) uit Epe gekozen. Dit bedrijf had al software op de plank liggen toen het Kadaster in mei 2009 een onderhandse aanbesteding startte. En HLA was bovendien goedkoper dan Arcadis, dat uiteindelijk de aanbesteding won. Voor 50.000 euro wilde HLA de zogeheten CableGuard aan het Kadaster leveren. Arcadis vroeg 76.000 euro.

HLA deed nooit mee aan de aanbesteding van het Kadaster, omdat het namelijk niet wist dat er een aanbesteding was. HLA raakte vervolgens betrokken in een rechtszaak tegen het Kadaster en vorderde een schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Vorige week deed de rechtbank in Zutphen uitspraak. Het leverde een vernietigend oordeel op voor het het Kadaster, dat als zelfstandig bestuursorgaan (zbo) onder het ministerie van Infrastructuur en Milieu valt. Het Kadaster moet HLA een schadevergoeding van 10 miljoen euro betalen omdat ze het bedrijf nooit heeft verteld dat er een onderhandse aanbesteding plaatsvond. En de rechtbank stelt in haar vonnis vast dat HLA de aanbesteding had gewonnen als het bedrijf mee had gedaan. Dan had iedere grondroerder op de website van het Kadaster de CableGuard van HLA gratis kunnen downloaden. Daar verdiende HLA niets aan.

Hoe is de rechtbank dan op een schadebedrag van 10 miljoen euro gekomen? Op de website van het Kadaster zou gratis de eenvoudige versie van CableGuard staan. Het idee was dat gebruikers vervolgens een licentie voor de professionele, uitgebreide versie voor 50 euro konden kopen. HLA beargumenteerde vervolgens bij de rechter dat het via de website van het Kadaster zo de professionele versie in de markt had kunnen zetten. De rechtbank volgde deze redenering en kwam op een schadebedrag van 10 miljoen euro. HLA had 22 miljoen gevorderd.

Maar waarom werd HLA door het Kadaster genegeerd? Het product van HLA was af en goedkoper. De partijen willen er zelf niets over zeggen, maar volgens betrokkenen heeft het allemaal te maken met conflicten die in 2000 begonnen.

Tot 2008 was er geen wet waarin professionele graafwerkzaamheden geregeld waren. In Nederland waren vier regionale Kabels- en Leidingen Informatiecentra (Klic’s) verantwoordelijk voor gegevens over kabels en leidingen. De Klic’s werden in 1967 opgericht door netbeheerders. Wie wilde graven deed een melding bij een Klic, die gaf dat door aan beheerders van kabels en leidingen, die vervolgens een digitale kaart opstuurden van het betreffende gebied zodat een graver aan de slag kon. HLA leverde aan drie van de vier regionale Klic’s software die dit mogelijk maakte.

Klic-West maakte gebruik van andere software. Vanaf 2000 waarschuwde HLA dat de gegevens van Klic-West niet betrouwbaar waren en dat er daardoor levensgevaarlijke situaties ontstonden. Wat als een graafmachine per ongeluk een gasleiding zou raken of een kaart niet klopte? HLA schreef onder meer brieven aan de vier Klic’s, Gasunie, gemeentes en verantwoordelijke ministeries. Klic ontkende dat er sprake was levensgevaarlijke situaties en noemde de motieven van HLA onzuiver. Eind jaren negentig had HLA namelijk een conflict gekregen met de drie regionale Klic’s waaraan het bedrijf wel software leverde. HLA claimde voor heel veel geld meerwerk te hebben geleverd. De Klic’s weigerden te betalen. Een arbitragecommissie besloot uiteindelijk in het voordeel van HLA en de Klic’s moesten in totaal een paar miljoen euro betalen.

Om een lang verhaal kort te maken: in 2008 werd de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten ingevoerd, waarmee de informatie-uitwisseling tussen grondroerders en netbeheerders gereguleerd werd. Voortaan was het Kadaster verantwoordelijk voor de informatieverstrekking. Een consequentie hiervan was dat de vier regionale Klic’s opgingen in het Kadaster. Een groot deel van het personeel van de Klic’s verhuisde mee en viel voortaan onder het Kadaster.

En daar ging het volgens betrokkenen mis. Werknemers van Klic die betrokken waren geweest bij de arbitrageprocedure met HLA, kregen toen als werknemer van het Kadaster met HLA te maken. Met HLA wilden zij bij de aanbesteding in mei 2009 niets te maken hebben. Ook al had HLA de software al klaar en was de prijs lager.

HLA’s advocaat, Bas Martens van Banning Advocaten, zegt dat zijn cliënt tevreden is met de uitspraak, maar noemt de uitspraak nog steeds een „bittere”. Zijn cliënt had „als ondernemer” liever zijn product op de markt willen brengen. Beide partijen overwegen nog in hoger beroep te gaan.

Over de reden dat het Kadaster HLA bewust negeerde bij de aanbesteding wil Martens niet speculeren. „Dat is niet zinvol. Maar er zijn weinig zakelijke redenen te bedenken die de handelswijze van het Kadaster legitimeren.”