De maat is nu echt vol, vinden veel Nigerianen

Zonder tussenkomst van het parlement heeft de president van Nigeria, Jonathan Goodluck, de subsidie op brandstof afgeschaft. Het IMF wilde dat allang, maar de bevolking is woedend.

Komende maandag zal Nigeria tegelijkertijd stil komen te liggen en losbarsten. De twee grote Nigeriaanse vakbonden zijn woedend over de sterk stijgende prijzen van brandstof en voedsel en hebben grootschalige stakingen en demonstraties aangekondigd, in heel het land.

De bonden eisen dat de afschaffing van de brandstofsubsidie, afgelopen maandag door president Jonathan Goodluck bekendgemaakt, wordt teruggedraaid. De president nam de beslissing tijdens het kerstreces en omzeilde hiermee het parlement.

De afgelopen dagen was het al onrustig. In verschillende steden verbrandden woedende Nigerianen autobanden en bedreigden ze de eigenaars van benzinestations die open wilden blijven. Bij het harde optreden van de politie is zeker één demonstrant gedood.

Met zijn ingreep in de Nigeriaanse benzinesubsidie heeft president Jonathan Goodluck maandag een bijzonder gevoelige snaar geraakt. Dezelfde dag nog begonnen de protesten. Benzinestations bleven dicht en bij geopende stations was de benzineprijs soms meer dan verdubbeld. Betogers riepen slogans als ‘Jonathan, je bent een slechte president’, en ‘Het land gaat richting anarchie’.

De twee leidende vakbonden, het Nigeria’s Labour Congress en het Trades Union Congress, riepen werknemers in de voor het land belangrijkse olie-industrie, scheepvaart en luchtvaart gisteren op om komende maandag te staken. Naar verwachting blijven ook banken, benzinestations en markten gesloten; als het aan de vakbonden ligt, tot de brandstofsubsidie terug is. Ze waarschuwen de bevolking dat het verstandig is water en voedsel in te slaan.

Het wegvallen van de subsidie heeft niet alleen consequenties voor de brandstofprijzen, ook de voedselprijzen stijgen sinds de afschaffing van de brandstofsubsidie. De transportkosten zijn hierdoor gestegen, waardoor sommige soorten groenten en vlees nu al twee keer zo duur zijn als een week geleden.

Het Huis van Afgevaardigden, dat op 10 januari terugkeert van het kerstreces, zal volgens volksvertegenwoordiger Abdurahman Kawuvan „alle nodige actie” ondernemen. Volgens hem kan de afschaffing teruggedraaid worden.

Het Huis had de eventuele afschaffing eind 2011 al besproken, maar nog geen beslissing genomen. De voorzitter van het Huis, Enyinnaya Abaribe, noemde de aankondiging van president Goodluck dan ook „voorbarig”. De Senaat moet het budget voor 2012 nog goedkeuren.

Samson Osagi, ook een volksvertegenwoordiger, suggereerde dat de timing van de president „riekt naar een clandestiene zweem van buitenlandse invloed”. Het IMF wil al sinds de jaren tachtig dat Nigeria de subsidie afschaft. Volgens een lijst die de Nigeriaanse overheid in december publiceerde profiteren vooral eigenaren van grote olie-importbedrijven van de subsidie.

De regering hield woensdag spoedoverleg, maar hield vast aan haar beslissing. „We kunnen niet meer terug,” zei de minister van Informatie Labaran Maku. Volgens hem zullen de prijzen snel weer dalen.

De ruim 140 miljoen Nigerianen wonen in een land met een enorme olieproductie – 2,5 miljoen vaten per dag – en een economische groei van 8 procent in 2011. Toch leeft de grote meerderheid van de Nigerianen in armoede. De olierijkdom verdwijnt niet alleen in de zakken van grote oliemaatschappijen als Shell, die de Nigeriaanse olie-industrie in handen hebben. Ook de politieke elite profiteert van de olie-inkomsten. Parlementsleden verdienen een miljoen dollar per jaar, terwijl zo’n tachtig procent van de Nigerianen van minder dan twee dollar per dag leeft.

De relatie tussen bevolking en regering wordt getekend door wantrouwen en geweld. Isaac Asume Osuoka, directeur van actiegroep Social Action, zei eerder tegen National Geographic: „Met al het oliegeld dat binnenkomt heeft de regering helemaal geen behoefte meer aan belastinggeld. De bevolking zit de regering in de weg, in plaats van dat zij het bestaansmiddel van de staat is. De regering ziet geen enkele reden om scholen of ziekenhuizen te bouwen.”

Maar de olie-industrie is de enige industrie in Nigeria waar veel geld in omgaat. Dus zoeken mensen werk als ongeschoolde arbeider op de olievelden. Of ze ontvoeren een buitenlandse werknemer van een oliemaatschappij, in de hoop dat er losgeld betaald zal worden. Bij elk olielek is het de vraag of het een ongeluk was of een manier om wat geld te verdienen. Zo houdt de olie-industrie haar grip op het land.

Onderwijl houdt het sektarische geweld – het noorden is overwegend moslim, het zuiden vooral christelijk – in Nigeria aan. Afgelopen zaterdag kondigde president Goodluck de noodtoestand af in de noordelijke staten Yobe, Plateau en Niger naar aanleiding van het aanhoudende geweld van de fundamentalistische sekte Boko Haram. Gisteren vielen twee doden bij bomaanslagen in de noordelijke steden Maiduguri en Damaturu.

Handelaar Ikechukwu Nnakwe, die de prijzen van zijn poedermelk met de dag ziet stijgen, is de wanhoop nabij. Hij zei tegen de Afrikaanse website allAfrica.com: „Ik snap er niets van, wil de regering ons dood hebben in het nieuwe jaar?”