Bij Beatrix en Claus

Geert Wilders vindt dat de regering-Rutte excuses moet aanbieden voor de ‘slappe houding’ van de regering-in-ballingschap onder koningin Wilhelmina tegenover de Jodenvervolging. De oud-ministers Borst en Zalm achten excuses ook wenselijk; zij zeggen dat in het boek Judging the Netherlands van Manfred Gerstenfeld. „We weten nu dat de Jodenvervolging koningin Wilhelmina weinig bezighield’’, aldus Borst.

Ik vroeg me af wat Abel Herzberg (1893-1989), de vermaarde Joodse schrijver over Joodse kwesties, hiervan zou hebben gedacht. Ik vermoed dat hij zijn schouders had opgehaald, want hij stond bekend om zijn vergevingsgezinde houding, zelfs tegenover daders en medeplichtigen van de Jodenvervolging – ook al was hij zelf gevangene geweest in Bergen-Belsen. Andere vragen hielden Herzberg meer bezig, vooral de gewetensvraag: „Wij schelden wel op de nazi’s, maar zijn wij zelf zoveel beter?’’

In zijn geschriften ben ik nooit iets over de gewenstheid van Nederlandse excuses tegengekomen. Wel vond ik in de biografie Een wijze ging voorbij van Arie Kuiper over Herzberg een boeiende beschrijving van een contact tussen Herzberg en de koninklijke familie.

Toen kroonprinses Beatrix haar huwelijk met Claus von Amsberg aankondigde, hadden drie leidende rabbijnen dit afgewezen. Zij vroegen ook de steun van Herzberg, maar die noemde de bezwaren ‘misplaatst’, al voegde hij eraan toe: „Ik zal op de trouwdag van prinses Beatrix de vlag niet uitsteken, want zo plezierig vind ik haar keuze nu ook weer niet […].”

In 1976, na een bezoek van de prinses met Claus aan Israël, vroeg het paar aan Herzberg of hij met zijn vrouw Thea op privébezoek wilde komen. Herzberg bracht hierover later per brief aan zijn dochter verslag uit. „Wij waren woensdagavond bij prinses en prins Beatrix en Claus. Gehaald en gebracht met een hofauto. Borrel, soep, vlees, aardappelen, groente, een toetje (omelette sibérienne), bonbons. Koffie en likeur. Een heerlijke sigaar (Havanna) na. We waren er van half acht tot elf en het was er zo huiselijk en gezellig dat we elkaar bijna tutoyeerden en het niet veel scheelde of ik had Beatrix een zoen gegeven.”

Ze hadden veel over Israël gepraat en Herzberg was onder de indruk geraakt van het kroonprinselijk paar. „Als je bedenkt wat dit in hun positie voor rotmensen konden zijn, sta je verstomd over hun linkse, vrijzinnige, verstandige oordeel. Ze zijn precies op de hoogte, lezen alles over Israël.”

Claus vroeg Herzberg of hij hem aan een exemplaar van zijn boek Eichmann in Jeruzalem kon helpen. Het was niet meer in de handel en Herzberg moest het bij een antiquaar kopen. Dat kostte Herzberg, berucht om zijn zuinigheid, 20 gulden plus 2,75 aan portokosten. „Het Koninklijk Huis heeft ons dus, behalve een fooi die we aan de chauffeur hebben gegeven, wat gekost”, mopperde Herzberg tegen zijn dochter. Maar hij was blij met de door Claus eigenhandig geschreven dankbrief van liefst vier kantjes. „Ik zal hem voor mijn nageslacht bewaren.”

Wat leert ons dit, behalve dat je ook aan de chauffeur van de hofauto een fooi kunt geven?

Twee dingen.

Je kunt ook in onze koninklijke kringen gewoon lekker soep, vlees (ook sudder?), aardappelen en groente eten.

In die jaren was het nog vanzelfsprekend om de woorden ‘links’ en ‘verstandig’ te combineren. Laat Geert het niet horen, hij heeft al zo de pest aan het koningshuis.