Zijderups krijgt genen om spinrag te spinnen

Eindelijk is het gelukt: zijderupsen kweken die spinnenzijde kunnen spinnen. Spinnenzijde is veel sterker en elastischer dan de zijde van zijderupsen. Amerikaanse en Chinese onderzoekers meldden hun triomf maandag in de early edition van Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Spinnenzijde is een ‘magisch’ materiaal. Het is naar verhouding even sterk als staal en elastischer dan nylon. Het lost niet op in water en kan tegen hitte en vrieskou. Medisch technologen zouden dolgraag spinnenzijde gebruiken om er hechtdraad, gaasjes en zelfs weefselimplantaten van te maken.

Maar spinnen ‘melken’ in gevangenschap is geen succes. Spinnen hebben een eigen territorium, waardoor ze moeilijk in groepen in gevangenschap kunnen leven. Synthetisch spinnenzijde maken lukt ook niet.

Biotechnologen zijn daarom al jaren aan het experimenteren met bacteriën, planten en dieren met spinnengenen in hun DNA. De zijde-opbrengst was steevast te laag, en bovendien lukte het niet om de eiwitten in de juiste structuur te spinnen.

Zijdewormen hebben van nature organen die eiwitten tot mooie draden spinnen. Experimenteren met transgene zijdewormen ligt dus voor de hand, maar die dieren zijn moeilijk genetisch te modificeren. De doorbraak kwam toen er andere spinnengenen werden ingezet en een ander genconstruct om het spinnen-DNA in het rupsen-DNA te krijgen. De resulterende rupsen maakten hybride zijde-eiwitten: eiwitten met kenmerken van beide diersoorten. Die vervlochten ze keurig in hun zijdedraden – die toch net zo sterk en elastisch waren als spinnendraad.