Taboe

‘Er ligt in ons een meer van steen

een stenen onrust woont in ons’

Ik kende het gedicht ‘Zo en anders’ van Chr. J. van Geel niet. Gisteren kreeg ik op een rouwkaart een paar regels onder ogen. Toen ik de volledige tekst opzocht, klopte die wonderbaarlijk.

Twee jaar geleden schreef Richard A. Friedman, hoogleraar psychiatrie, een spraakmakende column in The New York Times onder de kop ‘When Parents Are Too Toxic To Tolerate’. Wanneer, vroeg hij zich af, is het voor een volwassen kind gerechtvaardigd nog te breken met zijn ouders? De krant plaatste de column daarna onder de kop ‘Divorcing your Parents’ op de website, met de uitnodiging aan lezers om over ervaringen met ‘giftige’ ouders te schrijven.

En dat doen ze nu al twee jaar lang. Op de krantensite ontstond een soort opmerkelijke zelfhulpgroep, van lezers uit Amerika, Canada, Australië, Europa. Ruim elfhonderd verhalen, vaak tot in de verbijsterende details, nog steeds hunkerend naar begrip.

Ik ken iemand van wie de moeder een half jaar na haar geboorte tamelijk drastisch duidelijk maakte niet voor haar te kunnen zorgen. De moeder bleef in leven. Zij voedde haar kind niet op, dat kon niet meer, maar ze hielden nog lang contact. Spijt van haar daad kreeg de moeder niet: Zij had dat gedaan om haar kind niets aan te zullen doen, betoogde ze nog jaren later. Welbeschouwd, vond zij, had zij het kind juist gered.

Wat zeg je dan? Dankjewel?

Zo’n ouder, die niet zelden ziek is, dwingt en manipuleert net zolang tot een kind het onaanvaardbare aanvaardt.

Toevallig sprak ik deze week een meisje van dertien, met een moeder die evenmin voor haar kan zorgen. Dit meisje gaat nog trouw op bezoek. Het komt voor dat haar moeder dan afschuwelijke dingen tegen haar zegt, dingen die moeders nooit mogen zeggen.

Kinderen zijn zo tolerant. Eerst omdat ze klein zijn en niet anders kunnen – dat noemen we hechten. Later omdat zij zich schamen en er altijd mensen zijn die zeggen: ze is toch je moeder.

‘En om daarover uit te zien

en om daarover uit te zien’

Zo verklaarde het meisje het onaanvaardbare: zij was onaardig geweest tegen haar moeder, zij had te veel zitten sms’en, dáár kwam het vast door. Ik haalde haar even aan. Het meisje dook onmiddellijk zo hongerend, volledig in mijn armen dat het pijn deed. Wij bewogen ons niet.

Je hoort wel dat er geen taboes meer zijn, maar dat klopt niet. Er rust een loodzwaar taboe op de onmogelijkheid, voor sommige kinderen, een vader of moeder te kunnen ‘eren’.

Vorige week stierf mijn moeder. Ik had haar lang niet gezien. Het wordt tijd de zwaarte enigszins te verlichten. Ook voor het meisje.