Respect voor de schoonmakers

Ze vestigden twee jaar geleden een naoorlogs record en wonnen er een internationale prijs mee: de schoonmakers in Nederland, die in 2010 negen maanden staakten, de langste staking sinds 1933. Later dat jaar kregen ze in Japan de Global Organising Award, een internationale prijs voor de beste vakbondsactie.

Het succes is blijkbaar van korte duur. Sinds de aanvang van dit nieuwe jaar voeren de schoonmakers opnieuw actie, nadat de cao-onderhandelingen waren vastgelopen. Hun ultimatum liep af op het moment dat 2011 in 2012 overging. Morgen is Amsterdam het trefpunt van de actievoerders. Dan lopen ze in optocht „naar een van de gierige opdrachtgevers”, zoals de organisatie heeft aangekondigd.

De president van de ‘Vakbond van Schoonmakers’, Khadija Tahiri, zegt op de website van vakcentrale FNV: „Wij vragen geen bonussen of gouden bergen, maar doodnormale dingen. Zoals genoeg tijd om ons werk te kunnen doen en ziekenhuizen, treinen en scholen schoon te maken. Of doorbetaling als we ziek zijn. En een respectvolle behandeling.”

Let op die roep om ‘respect’. Dikwijls een loze kreet, maar in dit geval de kern van de kwestie. Respect voor de schoonmakers zelf en royalere erkenning van de noodzaak van het werk dat zij verrichten. Het is merkwaardig hoe vanzelfsprekend mensgerichte bedrijven en instellingen als NS, Philips, Rijksuniversiteit Groningen, banken, basisscholen, Belastingdienst, ministeries en andere de zin van een propere werkvloer zo dramatisch onderschatten.

Schoonmaakwerk is geen luxe maar noodzaak. Een schone omgeving is fundamenteel. Smerig voelt ongezond en dus onveilig. Uitpuilende afvalbakken en stinkende toiletten bederven de sfeer en zijn aanstekelijk. Wat al vies is, wordt verder gevandaliseerd. Op sommige basisscholen poetsen ouders in hun vrije tijd daarom de vloeren en de toiletten. Is de school vuil, dan laten zij hun kind niet met een gerust hart achter.

Schoonmakers worden in vergelijking met andere arbeid voor lageropgeleiden niet slecht betaald. Zij moeten ervoor waken dat ze zich met hun looneisen niet uit de markt prijzen. Maar bedrijven en instellingen hebben van hun werk helaas vaak een restpost gemaakt. Niet hoe schoner hoe beter is gewoonlijk het adagium bij dit meestal uitbestede werk, maar hoe goedkoper hoe liever.

Twee jaar geleden moesten enkele NS-stations bijna worden gesloten, omdat ze last hadden van rattenplagen. Vervuilde bedrijven werken slecht. Een grote schoonmaak is niet alleen een hygiënische, maar ook een economische noodzaak. Daarom verdienen de schoonmakers meer waardering. Van opdrachtgevers, werkgevers, andere werknemers, van reizigers, van ons allemaal.