'Mooi hoe die mannetjes door de bochten suizen'

R oem was de jonge schaatser Kai Verbij (17) al vooruit gesneld, bij zijn debuut bij de Nederlands sprintkampioenschappen vlak voor de jaarwisseling. Meervoudig nationaal kampioen bij de junioren C en B. Ongewoon snel, als tweedejaars B-junior, overgestapt naar Jong Oranje. En ook daar was de zoon van een Nederlandse vader en een Japanse moeder niet van plan om lang de kat uit de boom te kijken. Net drie maanden zeventien jaar en nu al nadert het grote talent uit Leiderdorp toptijden van 35 seconden op de 500 meter en 1.10 op de 1.000 meter. „Er zijn nog snellere junioren”, blijft Verbij zelf kritisch.

Hoe kijk je terug op je NK-debuut?

„Supergaaf om in een vol Thialf te rijden, helemaal als het zo goed gaat. Vier persoonlijke records. Ik had nog nooit een 1.000 meter onder 1.12 gereden en rijd nu 1.11,08. En de 500 meter in 36,17. Ik had het best moeilijk me voor dit toernooi te plaatsen. Vooraf wilde ik vechten om één na laatste te eindigen. Nu word ik twaalfde [van de 24 deelnemers]. Super.”

Tot vlak voor je laatste race zat je op het gemak in het publiek. Ben je altijd zo relaxed?

„Mijn moeder was er en twee oud-klasgenoten van het Leidse Lyceum. Dan vind ik het leuk om ze even op te zoeken. Wat moet ik anders doen? Bovendien streed ik niet voor de eerste plaats of zo.”

Is school nog met sport te combineren op dit niveau?

„Ik zit in 5 vwo, sinds dit jaar op de sportschool in Heerenveen. Je bent als schaatser veel weg, moet veel inhalen. Maar mijn cijfers zijn nog steeds goed. Al is het dit jaar wel wennen in Jong Oranje, alles gaat een stuk professioneler. Maar de combinatie met school is zeker niet onmogelijk.”

Ben je een sprinter of een allrounder?

„Ik wil me allround ontwikkelen, maar op dit moment maak ik de meeste winst op de korte afstanden. Ik wil onder de 36 seconden komen, daar zit ik nu dichtbij. Misschien volgend jaar. Maar ik ga er niet voor naar een snelle baan als Calgary. Dan rijd je de twee jaar daarna geen persoonlijk record meer. Dat lijkt me niets. En op de langere afstanden kan ook overal sowieso nog wel een stukkie af. Ik doe sinds dit jaar ook de vijf kilometer erbij.”

Je reed op de NK schitterende bochten. Is dat aanleg?

„De bochten gaan best goed, in de training let ik er wel op. Maar tijdens de races heb ik me er niet speciaal op gefocust. Misschien gaat het wel zo zo goed omdat ik tot vorig jaar veel aan shorttrack heb gedaan.”

Wie is jouw favoriete schaatser?

„Op de 500 meter Keiichiro Nagashima en Joshi Kato.”

Heeft dat te maken met een Japanse achtergrond?

„Mijn moeder is inderdaad Japans, maar ik vind het gewoon schitterend om te zien dat die kleine mannetjes zo supersnel door de bochten kunnen suizen. Op de 1.000 meter vind ik Shani Davis en Kjeld Nuis weer heel mooi om te zien schaatsen.”

Maarten Scholten