Maak fouten! (en veel)

Fouten maken moet. Je kunt onmogelijk iets presteren als je niet bereid bent te falen. Sterker nog, de mislukking is ingebakken in het menselijk handelen. Samuel Beckett zegt het. Beau van Erven Dorens zegt het. En zou het dan niet waar zijn?

In het werk van Beckett ontdekte criticus Arnold Heumakers onlangs een poëtica van het falen. „Beckett schrijft niet over falen, maar al schrijvend faalt hij, al falend schrijft hij.” Zelf vertelde Beckett aan een vriend dat hij zocht naar een middel „om te capituleren zonder helemaal te zwijgen”, en dat klonk verstandig. Tegelijkertijd kondigde Beau van Erven Dorens op de televisie zijn oudejaarsconference aan met de montere voorspelling dat die zou mislukken. „Daar staat een camera en die filmt hoe ik hopeloos ten onder ga.”

Buiten de wereld van kunst en cultuur om kom je dit soort wijsheid niet vaak tegen. In moderne tijden hebben veel mensen het in hun hoofd gehaald dat je fouten kunt uitbannen. De wereld zucht onder de gedachte dat je mensen en systemen uiteindelijk volkomen rationeel kunt maken en dat dan alles automatisch goed komt. Paradoxaal genoeg gaan de dingen daardoor extra mis. Want ten eerste kun je nooit voldoende informatie en kennis verzamelen om volmaakt rationele beslissingen te nemen. En ten tweede vergt veel menselijk gedrag oefening: je moet het eerst een paar keer fout doen voordat het goed gaat.

Toen Thomas Edison de gloeilamp had uitgevonden en hij werd herinnerd aan de tienduizend mislukte experimenten die hij had gedaan, antwoordde hij: „Niks mislukkingen, ik heb 10.000 manieren gevonden die niet werken.”

Dit gloeilampenvoorbeeld haal ik uit het boek Er zijn fouten gemaakt (maar niet door mij), dat gaat over onze angst om te falen. Psychologen Carol Tavris en Elliot Aronson verzamelden onderzoek naar de trucs die we gebruiken om onze eigen fouten goed te praten en de morele uitglijders tegenover onszelf te verexcuseren.

Wetenschappers ontkennen hun blinde vlekken, aanklagers rationaliseren hun tunnelvisie, artsen en ethici rechtvaardigen het aannemen van cadeautjes, echtgenoten en volkeren vinden hun eigen aandeel in een conflict volstrekt rationeel, en iedereen heeft altijd gelijk. Zo weet ik zelf zeker dat ik de plank nooit missla op deze plek, en als u maar niet zo verduveld onredelijk was, zou u me daarom bewonderen.

We hebben, kortom, een aangeboren neiging de wereld en de geschiedenis in ons eigen voordeel uit te leggen. Dat leidt tot akelige kompasfouten. Je begint met een kleine fout, en omdat je weigert die aan jezelf en anderen toe te geven, zet je steeds hardnekkiger koers in de verkeerde richting. Zo raak je al snel ver van huis. „Mensen brengen zichzelf schade toe om maar vast te kunnen houden aan het idee dat hun aanvankelijke beslissingen zinvol en verstandig waren”, schrijven Tavris en Aronson. Dus worden ze steeds wreder tegen geliefden die ze eenmaal hebben gekwetst en steeds fanatieker in hun steun aan foute leiders.

Wat bijdraagt aan het ontstaan van zulke kompasfouten is een cultuur waarin fouten onwelkom zijn. De Amerikaanse psycholoog James Stigler vroeg zich jaren geleden af waarom Aziatische kinderen beter in wiskunde zijn dan Amerikaanse kinderen. Hij kwam erachter dat Japanse kinderen langer mogen aanklooien. „In onze cultuur betalen we voor fouten een grote psychologische prijs. In Japan lijkt dat niet het geval te zijn. Daar zijn fouten, vergissingen en verwarring allemaal een natuurlijk onderdeel van het leerproces.”

Het is natuurlijk heel leuk om met een rood potlood door de samenleving te gaan en strepen te zetten bij iedere fout die je tegenkomt. Anderen op stommiteiten betrappen is een succesvolle techniek waarmee je op ieder podium triomfen kunt vieren. Maar die snelle veroordeling en dat samenlevingbrede leedvermaak leidt tot grote maatschappelijke en economische kosten.

Wie bang is te worden uitgelachen, aangevallen in de pers, ontslagen, beledigd of vervolgd, gaat zich indekken. Wie zich indekt, gaat zijn fout rechtvaardigen. Wie zijn fout rechtvaardigt, gaat hem herhalen en verergeren. En zo koerst een land op een crisis af. Je kunt daarom kinderen en volwassenen beter vertellen dat een fout geen teken is van domheid of minderwaardigheid, maar een aanleiding om het beter te doen. Gewoon één van de tienduizend manieren waarop het niet werkt. Als je maar serieus genoeg zoekt, vind je vast een manier die wel werkt.

Aan het begin van een nieuw jaar is het goed te beseffen dat je al falend leeft en al levend faalt. We kunnen ons natuurlijk voornemen onfeilbaar te worden, maar dat voornemen strandt waarschijnlijk vrij vroeg in januari. Zinvoller is het voornemen alle fouten ruiterlijk toe te geven en ze rond het kampvuur met elkaar te delen, zodat iedereen ze in het vervolg kan vermijden. Ik geef toe, dat is een stuk minder geestig dan elkaar uitlachen en beschuldigen. Maar – niet onbelangrijk in magere jaren – ook een stuk goedkoper.

Marjolijn Februari is columnist van NRC.