Is de arbeider ontevreden? Dan heffen we hem gewoon op

Vorige maand protesteerde links Nederland – SP, PvdA, Abvakabo, FNV Bondgenoten en anderen – tegen de bezuinigingen op de bijstand, de zorg, de sociale werkplaats en het speciaal onderwijs, het voorlopige sluitstuk van een campagne die in maart 2011 door de SP werd gestart. De slagzin: ‘Armoede werkt niet’.

Ik tuurde een tijdje naar het banier op de bijbehorende website en dacht: ‘Ja, maar die slagzin ook niet’.

‘Armoede werkt niet’. Als iets niet werkt, wanneer is dat een probleem? Als de Alpen niet werken, raakt Zwitserland dan in crisis? Links Nederland gaat de straat op omdat armoede niet werkt; alsof iemand beloofd had dat het wel zou werken. Als verontwaardigde consumenten die met een defect product zitten. Met armoede op zich is eigenlijk niets mis, zou je haast denken, zo lang het maar werkt. Wat ze bedoelen is: de armoede moet de wereld uit. Armoede deugt niet. Waarom zou je er anders een protestmars tegen houden? Als het probleem werkelijk was dat armoede niet ‘werkt’, zou ik eerder een taskforce adviseren, of een denktank.

Het is de neoliberalisering van de taal. Links was ‘arbeid’, en rechts ‘kapitaal’. Maar zoals de kapitalist geen kapitalist meer wil zijn, wil de arbeider geen arbeider meer zijn.

‘Er zijn geen arbeiders meer’ – ook linkse mensen zullen die dooddoener altijd beamen, terwijl het helemaal niet waar is. De man in overalls achter een lopende band bestaat niet meer, oké, maar zou zijn maatschappelijke equivalent zijn verdwenen? Dan zou zich de afgelopen dertig jaar een sociaal-economisch wonder hebben moeten voltrekken. Simsalabim, weg laagbetaalden! De vakbonden, de linkse politieke partijen, gezamenlijk hebben ze de arbeider de nek omgedraaid, uit ambitie, uit gêne en uit zelfhaat, terwijl ze hem beter hadden kunnen heruitvinden. Ze hadden voorbij die overalls en de lopende band moeten kijken om in te zien dat die helpdeskmedewerker en die vakkenvuller ook ‘arbeiders’ zijn. Dat mensen niet ‘sterk’ en ‘krachtig’ worden als je ze zo noemt.

Rechts had het niet beter kunnen wensen. Is de arbeider ontevreden? Dan heffen we hem toch op? Zo werd ‘arbeid’ ‘werk’. Belangrijke nuance: arbeid is de sine qua non voor het kapitaal, werk is de sine qua non voor de mens. De dubbelzinnigheid: arbeid is werk, werk is ook: functioneren. Als we werken, werkt het, werkt alles. De maatschappij als machine, als fabriek, waar alles gelegitimeerd is, als het maar werkt.

Thatcher gaf het startsein, met haar TINA-doctrine. De wereldeconomie draaide als nooit tevoren, de zaak liep op rolletjes, en daar was IJzeren Maggie, die domweg beweerde dat we aan de rand van de afgrond stonden. There is no alternative! Reagan, Friedman, dezelfde boodschap.

En langzaam veranderde de taal. ‘Werkloos’ werd ‘inactief’ en inactief werd ‘parasitair’, ‘publiek’ werd ‘inefficiënt’ en inefficiënt werd ‘corrupt’. ‘Commercialisering’ werd ‘marktwerking’, ‘darwinisering’ werd ‘deregulering’, en ‘afbraak’ werd ‘modernisering’. Inferieure werkgelegenheid werd ‘flexwerk’. Allemaal termen die links overnam. De ‘efficiencyslag’, Agnes Jongerius mag het graag in de mond nemen, alsof ze zelf ook elk moment een stopwatch kan trekken.

De verzorgingsstaat als molensteen. Het gaat helemaal mis met ons, tenzij we alles krachtig ‘hervormen’. Er is geen alternatief. The time to repair the roof is when the sun is shining, zei John F. Kennedy in 1962, hij verlaagde de belasting en verhoogde de uitkeringen. „We moeten het dak repareren als de zon schijnt”, zei Balkenende in 2008 toen hij precies het omgekeerde verdedigde. In 2010 kwam Femke Halsema met haar eigen TINA. Hij heette NIGO: „Nietsdoen is geen optie.”

‘Armoede werkt niet.’

Het bezwaar van armoede is dat het niets bijdraagt aan de economie, zegt die slogan eigenlijk. De vertwijfeling van links, in drie woorden. De waarden leven voort, de woorden zijn zoek.

Jan Kuitenbrouwer is directeur van de Taalkliniek. Hij geeft cursussen in strategisch taalgebruik aan allerlei instellingen. Zijn jongste boek is De woorden van Wilders & hoe ze werken. Bekend werd hij met het boek Turbotaal. Zijn column verschijnt elke week op woensdag.