In de senaat is het best gezellig met de PVV

De Eerste Kamer moet verdwijnen, vindt de PVV. Toch zitten er PVV’ers in de senaat. „Keurige mensen”, „niet polariserend” en „met wie je kunt samenwerken”.

Doe eens normaal, man! Die uitspraak domineerde dagenlang de berichtgeving over de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer, in september. De Eerste Kamer had een maand later in haar Algemene Beschouwingen een eigen doe-eens-normaal-man-incident. Tot vier keer toe kreeg Marleen Barth, fractievoorzitter van de PvdA, het stempel „de Wassenaarse burgemeestersvrouw” opgeplakt. Van Machiel de Graaf, Wilders’ evenknie in de senaat. En hij bedoelde het niet positief.

Na die vier keer had de Eerste Kamer er genoeg van. Barth is wel getrouwd met de Wassenaarse burgemeester Jan Hoekema (D66), maar zoiets gebruik je niet in een senaatsdebat. „Argumenten ad hominem zijn ongepast”, zegt ChristenUnie-senator Roel Kuiper. „Dan heb je blijkbaar niets beters te melden.”

En dus kwam SP’er Tiny Kox rustig omhoog uit de groene bankjes, liep naar de interruptiemicrofoon, en zei: „De grap is gemaakt. Ik stel voor om het hierbij te laten. Anders ga ik elke keer dat de heer De Graaf het woord voert, één van de tweehonderd beloftes die hij niet meer heeft kunnen waarmaken, noemen.”

„Ik ga over mijn eigen spreektekst”, antwoordde De Graaf, „maar ik zal er eens goed over nadenken.” Hij gebruikte de term niet meer.

Sinds juni vorig jaar maken tien PVV’ers deel uit van de senaat. De partij zou „van de mores afwijken”, waarschuwde senator Ronald Sörensen (nummer 5 op de PVV-lijst) tijdens zijn maidenspeech, zijn eerste toespraak, in de Eerste Kamer.

Maar wijkt de PVV echt af van de mores? Dat valt wel mee. Vraag senatoren van andere partijen naar hun ervaringen en ze zeggen allemaal hetzelfde: het ‘burgemeestersvrouw’-incident was een uitzondering. De PVV-leden gedragen zich „niet polariserend” en „passen zich aan aan de gebruiken van het instituut”. Machiel de Graaf citeerde tijdens zijn maidenspeech – als een ware senator – zelfs uit een werk van een overleden denker: Il Principe van Niccolò Machiavelli (1469-1527).

Natuurlijk komen ook Henk en Ingrid in de Eerste Kamer geregeld langs, Machiel de Graaf had het in zijn maidenspeech elf keer over het symbolische PVV-stel. Maar een minister „knettergek” noemen (Wilders over Ella Vogelaar) of een collega „een beginnend lijder aan alzheimer” (Dion Graus over Henk Jan Ormel van het CDA), dat gebeurt niet in de senaat. En de term „Marokkaans tuig” is ook nog niet gevallen. Dat is ook niet de bedoeling, zegt senator Marcel de Graaff, nummer drie op de PVV-lijst. „We zullen ons af en toe krachtig uitspreken, maar zonder heel grof te worden. We zijn geen Tweede Kamer, waar het in het heetst van de strijd hoog kan oplopen.” Díé fractie „staat in de frontlijn”, zegt ook Peter van Dijk (nummer 10). „Wij hobbelen daar achteraan.”

In de Eerste Kamer is de PVV-fractie een ‘gewone fractie’, die keurig meedoet in commissievergaderingen en samenwerkt met andere fracties. Ook in de dagelijkse omgang blijken het „keurige mensen”, zeggen senatoren van andere partijen. PVV-senator Mariëtte Frijters kwam afgelopen zomer een dagje op bezoek bij VVD’er Heleen Dupuis („gezellig bij mij in de achtertuin”) om het werk van de Eerste Kamer door te nemen.

Andersom waren de PVV-senatoren ook blij verrast. Het was aftasten, zegt Marcel de Graaff, maar de bejegening door andere senatoren was vriendelijk. En de griffie maakte de fractie wegwijs in de senaat. Machiel de Graaf: „Je waant je af en toe in het Amstel Hotel, zo perfect is het geregeld. Als je denkt: waar is mijn jas gebleven, dan is-ie al opgehangen.”

De PVV voelt zich senang. Maar waar is die frisse wind gebleven, die de partij bij haar entree aankondigde? De PVV’ers „zijn net senator, dus ze willen niet gelijk hoog van de toren blazen”, zegt Machiel de Graaf. Daarnaast, zegt hij, hebben alle PVV’ers een eigen stijl. Neem de nummer twee van de lijst, Reinette Klever. Een „mooie keurige dame” die „normale PVV-retoriek” in haar mond neemt. „Er is geen PVV’er die zo vaak het woord massa-immigratie gebruikt. Maar ja, dat valt niet op.” En de hoogtepunten voor de PVV moeten nog komen. „We wachten op de asiel- en immigratiemaatregelen, de nationale politie, de minimumstraffen.” Hij denkt even na. En voegt dan bedachtzaam toe: „We gaan hier geen Tweede Kamertje spelen. Als je vier jaar langs niks van ons hoort, dan doen we het fantastisch.”

De taak is dus helder: opvallen hoeft niet, als de maatregelen uit het gedoogakkoord maar worden aangenomen. En dus stemmen PVV’ers altijd keurig met de coalitie mee. Behoefte aan een prominente rol in het debat hebben ze niet, vaak hebben ze aan de eerste termijn genoeg en laten ze de tweede maar zitten. Marleen Barth: „Echte politici houden juist van de tweede termijn. Dan zijn er zaken te doen.”

Toch zijn er af en toe irritaties. Neem de hoofdelijke stemming die de PVV eiste over de Nederlandse bijdrage aan het Europese noodfonds. Gebruikelijk is dat zo’n stemming een week van tevoren wordt aangevraagd. En een hoofdelijke stemming wordt niet aangevraagd als duidelijk is dat een ruime meerderheid voor of tegen zal stemmen – die duidelijkheid was er.

Maar de PVV deed het wel, om de kiezers „in de ogen te kunnen kijken”. Dus zaten alle senatoren ’s avonds verongelijkt op bankjes in de hal te wachten tot de stemming zou beginnen. Op het tv-scherm, dat normaal beelden uit de vergaderzaal uitzendt, was nu de voetbalwedstrijd Zweden-Nederland (uitslag: 3-2) te zien. Kamerarrest!, klaagden de senatoren. Sommigen konden de laatste trein niet halen. „Het was een vervelende situatie”, zegt Tof Thissen, GroenLinks-senator. Om elf uur kon iedereen eindelijk naar huis.

Er is nog iets dat de andere partijen niet lekker zit: de PVV zit in de senaat, maar is van mening dat die moet verdwijnen. „Er wordt ontzettend veel gezwamd om niks”, zegt Marjolein Faber (nummer 8 op de PVV-lijst). „Is iets met algemene stemmen aangenomen in Tweede Kamer, gaat de senaat weer dezelfde vragen stellen.”

Het idee om de senaat af te schaffen is geen exclusief PVV-idee. Maar senatoren vinden dat je dat niet steeds moet benadrukken. „Dan stel je je als indringer op”, zegt zegt Niko Koffeman van de Partij voor de Dieren. „Zo van: we zitten er wel maar we hebben er eigenlijk helemaal geen zin in.”

Machiel de Graaf vindt het onzin: „Ze kijken ons wat meewarig aan. Je ziet ze denken: over een paar jaar zien jullie het nut ook wel in van de senaat. Nou, mooi niet dus!”