In de crisis van '36 wilde de koningin wel wat salaris inleveren

Zoals ieder jaar maakte het Nationaal Archief gisteren weer archiefstukken openbaar. Met onder andere koningin Wilhelmina’s kijk op de crisis van 1936.

De Troonrede van 1936 was wel heel somber, vond koningin Wilhelmina nadat ze begin september de eerste versie van de toespraak had gelezen. Wat er in ontbrak – en wat er zeker in moest – was een verwijzing naar de zojuist aangekondigde verloving van prinses Juliana en Bernhard van Lippe-Biesterfeld.

Wilhelmina stuurde premier Hendrik Colijn enkele opzetjes toe voor een alinea over de vreugdevolle gebeurtenis. De vorstin kreeg haar zin, want de regels waarbij „voorkeur” stond genoteerd, waren enkele weken later de opening van de Troonrede.

Dat blijkt uit stukken uit het geheim archief van het Kabinet der Koningin die gisteren publiekelijk toegankelijk zijn geworden. Zoals traditie is, gaf het Nationaal Archief op de eerste dinsdag van het jaar weer honderden meters archivalia aan de openbaarheid prijs. Die werden om verschillende redenen – staatsveiligheid, bescherming van privacy – tot gisteren achter slot en grendel gehouden. Ze waren alleen te raadplegen voor onderzoekers die een met redenen omkleed verzoek tot inzage indienden. Nu kan elke Nederlander ze bekijken.

Uit de stukken van het Kabinet der Koningin komt het beeld naar voren van een vorstin die zich nauwgezet informeert over de turbulente economische tijden die Nederland doormaakt. Colijn wilde lang niets weten van een devaluatie van de gulden, maar moest in september 1936 toch de Gouden Standaard verlaten toen ook Frankrijk dat deed. In de maanden na deze dramatische stap hield hij Wilhelmina wekelijks op de hoogte van koersontwikkelingen van de gulden en van de goudreserves die bij De Nederlandsche Bank in de kluis lagen. De rapporten waren uitgetikt door zijn ambtenaren, maar Colijn schreef bij iedere brief met de hand zelf de meest gevoelige informatie.

Zo noteerde hij op 30 september: „Eigenhandig moge ik hieraan toevoegen – want het geldt hier een diep geheim – dat het in het voornemen ligt den gulden niet te doen dalen beneden de ƒ 9,50 in het pond sterling en haar niet te doen stijgen boven de ƒ 8,50 in het pond. [...] Het zij nog veroorloofd zeer eerbiedig U.M. te verzoeken deze mededeling te zien als voor haar alleen bestemd.”

De koninklijke familie toonde zich in economisch moeilijke tijden bereid een aanzienlijk deel van haar salaris in te leveren. „Akkoord, W”, noteerde Wilhelmina boven een wetsvoorstel om haar jaarlijkse vergoeding te verlagen van 1,2 miljoen naar 1 miljoen gulden. Juliana leverde ook 200.000 gulden in, de helft van haar jaarinkomen van 400.000 gulden. Verder werd de Grondwet zo aangepast dat het inkomen van leden van het Koninklijk Huis jaarlijks kon worden aangepast, en niet enkel in de twee jaar na een troonsbestijging, zoals tot dan het geval was. Dit besluit werd genomen „met het oog op de tegenwoordige onzekerheid van de munttoestanden”.

Tussen al deze economische beslommeringen had Wilhelmina het erg druk met de voorbereiding van het huwelijk van haar dochter. Een verzoek van de voltallige Tweede Kamer om op audiëntie te komen op het paleis om felicitaties met de verloving over te brengen, werd dan ook met weinig enthousiasme ontvangen door de koningin.

Op vier kladvelletjes die in het geheim archief zitten, noteerde ze met potlood haar bezwaren. Wilhelmina schreef „dat het bekend is dat de voorbereidingen van het huwelijk zeer veel van mijn krachten vergen en dat ik reeds nu zeer vermoeid ben en het de vraag is of ik de reeds op mij genomen verplichtingen wel goed kan nakomen.”

De Kamerleden konden enkele weken later in de Ridderzaal alsnog kennis nemen van de gevoelens van de vorstin rondom de bruiloft van Juliana. „Leden der Staten-Generaal, Mij wederom in Uw midden bevindend, gevoel Ik allereerst behoefte uiting te geven aan Mijn innige vreugde over het voorgenomen huwelijk Mijner dochter. De overstelpende bewijzen van belangstelling door het ganschen volk aan den dag gelegd hebben Mij met warme erkentelijkheid vervuld.”