Het Potalapaleis is niet de Poort van de Hemelse Vrede

Voor het Potalapaleis lag oorspronkelijk een bos; er was een troon gemaakt waarop de Dalai Lama kon uitrusten tijdens zijn wandelingen. Maar na de bezetting in de jaren 50 werd het bos omgehakt en werd het hoofdkwartier van de koloniale overheid er gebouwd. Dit gebouwencomplex was volledig omringd door een dikke muur van rode bakstenen, net zoals Zhongnanhai, het centrale hoofdkwartier van de Chinese machthebbers in Peking, door een rode muur is omgeven.

A view taken 07 July 2006 shows the World Heritage listed Potala Palace which used to be the seat of the Tibetan government and the winter residence of the Dalai Lamas in the Tibetan capital Lhasa. A new menace -- tourism -- threatens the jewel of Tibetan Buddhism, which has come to be the symbol of Tibet. The difficult task of safeguarding the palace is likely to become even harder, with the opening 01 July 2006 of a new railway linking Tibet, the so-called "roof of the world", to 1.3 billion people in China proper. Under restoration since 2002, the red and white palace -- which sits at an altitude of 3,700 meters (12,210 feet) -- is already full of religious pilgrims who compete with tourists for visitation rights. AFP PHOTO/Mark RALSTON Een archieffoto (juli 2006) van het Potalapaleis in Lhasa. Foto AFP / Mark Ralston

Voor het Potalapaleis lag oorspronkelijk een bos; er was een troon gemaakt waarop de Dalai Lama kon uitrusten tijdens zijn wandelingen. Maar na de bezetting in de jaren 50 door de troepen die zichzelf ‘bevrijders’ noemden, werd het bos omgehakt en werd het hoofdkwartier van de koloniale overheid er gebouwd. Dit gebouwencomplex, waarin het partijcomité en de regering van de Tibetaanse Autonome Regio waren gevestigd, was volledig omringd door een dikke muur van rode bakstenen, net zoals Zhongnanhai, het centrale hoofdkwartier van de Chinese machthebbers in Peking, door een rode muur is omgeven.

Toen in Peking het ‘Culturele Paleis van het Werkende Volk’ voor de Poort van de Hemelse Vrede werd gebouwd, werd er voor het Potalapaleis ook zo’n gebouw neergezet, dat voornamelijk diende voor bijeenkomsten en voorstellingen. Pas in 2005, bij de vergroting van het plein voor het Potalapaleis, is dat foeilelijke gebouw afgebroken.

En het plein voor het Potalapaleis lijkt nog meer een kopie van het Plein van de Hemelse Vrede. Er is een platform waar de rode vlag met de vijf sterren wappert, en daarnaast is in 2002 recht tegenover het paleis het ‘Monument voor de Vreedzame Bevrijding van Tibet’ opgericht, in de vorm van een raket. Zulke pleinen zijn vaak plaatsen waar despoten graag hun autoriteit tentoonspreiden, maar na een vlaggenceremonie die in woorden en daden en zelfs in de kleding helemaal werd uitgevoerd in de bureaucratische stijl van de Chinese Communistische Partij, zag ik op een keer een oude, kleine, magere boeddhistische non traag komen aanlopen; met haar gezicht naar het Potalapaleis vouwde ze haar handen hoog boven haar voorhoofd.

In 1994 is het Potalapaleis door UNESCO tot cultureel werelderfgoed verklaard. Dat is op zichzelf heel goed, omdat het een beschermende invloed kan hebben op het bedreigde paleis, en op de andere gebouwen in de directe omgeving die van belang zijn voor mens en cultuur, waaraan elke barbaarse ‘vermindering’ of ‘vermeerdering’ een onherstelbare fout kan veroorzaken. Toch hebben de machthebbers in 1996 Shöl verplaatst – Sneeuwdorp, aan de voet van het paleis, waar al meer dan duizend jaar mensen hadden geleefd – zodat het Potalapaleis er niet langer door wordt ‘ontsierd’.

Op de oorspronkelijke plek van Shöl heeft men enkele instellingen van de vroegere Tibetaanse overheid en een paar huizen die voorheen de Tibetaanse elite toebehoorden opzettelijk gespaard met als doel, zoals de ambtenaren van de Chinese Communistische Partij het uitdrukten, ‘de reconstructie van Potala’s Sneeuwdorp een belangrijke basis te laten worden voor het onderricht in patriottisme.’ Onder de kolonialisten, die geen enkel niveau hebben op het gebied van mens en cultuur, is het slechts een kwestie van tijd voordat de herinnering aan het Potalapaleis is herschreven.

Tijdens een rustige, gestage geschiedenis van meer dan duizend jaar hield het grootse Potalapaleis stand samen met het Tibetaanse volk dat het had geschapen; en ook daarna, tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw met zijn vele wendingen zonder weerga, overleefde het. Het ziet er nu prachtig uit, overdag is het versierd met verse bloemen en kleurige vaandels, ’s nachts verlichten kleurrijke lampen het als een hemels sprookjesrijk, daarbij weergalmen vrolijke popliedjes in de trant van ‘Welkom in Lhasa’ of ‘In de trein naar Lhasa’ – het Potalapaleis, dat voorheen gonsde van de religieuze en heilige gevoelens, is veranderd in een Disneyland of een Peking Zoo. Er komen horden bezoekers, meer dan zesduizend per dag. Hoe kan het Potalapaleis, dat oorspronkelijk van aarde, hout en steen is gemaakt, dat in 1959 is gebombardeerd en waar tijdens de Culturele Revolutie schuilkelders onder zijn gegraven, overeind blijven onder de gigantische stroom voeten die het elke dag over zich heen krijgt? Hoe kan het overeind blijven onder het oorverdovende kabaal, het gedrang van mensen als op een groentemarkt en de overal zichtbare sporen van rochels?

In 2007 kreeg het Potalapaleis tijdens de vergadering van het Werelderfgoedcomité een ‘gele kaart’: de status van ‘werelderfgoed’ zou kunnen worden ingetrokken omdat er excessieve winst uit het toerisme werd nagejaagd en het paleis naar willekeur werd geëxploiteerd; men ging de verantwoordelijkheden uit de weg en kwam de beloftes niet na. Maar het bestuur van Tibet heeft maling aan dat soort waarschuwingen en gaat door met het bouwen van voetgangerstunnels aan beide kanten van het Potalapaleis.

Het Potalapaleis is echt geen Plein van de Hemelse Vrede; maar de transformatie van het Potalapaleis in een Plein van de Hemelse Vrede toont aan dat men van zins is deze religieuze plek om te bouwen tot een een politiek schouwtoneel met een koloniaal-strategisch belang. Dit gebeurt onder het mom van de modernisering, zonder de minste consideratie voor de metafysische zoektocht van het Tibetaanse volk dat hier generatie na generatie heeft geleefd – dat is nog erger dan het vernietigen van een oorspronkelijke cultuur.

Vertaald door Silvia Marijnissen