Het laatste jaaroverzicht

In 2011 takelde mijn geheugen verder af. Iemand van vijfendertig zou niet zo slecht mogen zijn in het onthouden van namen en gezichten, ik zou geen hekel mogen hebben aan sociale happenings met mensen die ik zou moeten kennen, niet deze vrees voor de toekomst. Ik denk aan mijn grootoom, in het jaar waarin hij sterft. Hoe hij mij roept vanuit zijn bed in de woonkamer: ‘Linda! Linda!’

Van alles wat er te onthouden valt, blijven gesprekken me het beste bij, de onbelangrijkste eerst. Daarom: mijn voorbije jaar in drie banale conversaties.

1. Mijn vriend wordt Belg. Er komt een agente op bezoek die niet snapt waarom hij nu pas Belg wordt. Ik zeg – ik praat soms voor hem – dat hij het doet uit sympathie voor ons uiteenvallend land. Hij grinnikt: ‘Maar nee.’ ‘Dat zei je toch?’ zeg ik. ‘Dat was een grapje’, zegt hij. ‘Het doet er niet toe’, beklemtoont de agente. Als ze weg is, vindt mijn lief dat zoiets wel snel gaat, Belg worden. Hij heeft er een beetje spijt van. Ik zeg dat het niet hoefde en dat het niets verandert, voor mij.

2. Ik heb ergens opgetreden en mijn gezicht doet pijn van het glimlachen. Mensen beweren dat het goed was en ik zeg ‘dank u, dank u’ en ik meen dat, maar vraag me af of ik al weg mag. Een vrouw komt heel dicht bij me staan. ‘Gefeliciteerd’, schreeuwt ze. ‘Dank u’, zeg ik. Ze blijft me minzaam aankijken en vraagt: ‘U bent Belgische?’ Ik beaam. En zij articuleert: ‘U spreekt heel goed Nederlands.’

3. ‘What’s inside?’ vraag ik aan een verkoopster in Wroclaw, Polen. Ik wijs naar een bruine ontbijtkoek. Ze haalt haar schouders op en rekent mijn cola af. Ik laat mijn vinger zakken.

Dit is het eerstvolgende gesprek dat ik zal onthouden. Ik zal met mijn vriend ergens heen rijden, hij aan het stuur. De sfeer zal neutraal zijn, voor zover een sfeer daartoe in staat is en dan, zoals altijd onverwacht, zal mijn geheugen mij overvallen. ‘Stop hier even’, zal ik zeggen. Hij zal het niet begrijpen, maar aan de kant van de weg parkeren. Ik zal zeggen dat ik terugkom, wat ik ook zal doen, en ik zal er iets aan toevoegen wat al veel is gezegd en banaal leek, maar mij plots zo puur doet voelen, zo vreemd vervuld. ‘Laat de motor draaien’, zal ik zeggen.