Griekse regering dreigt met vertrek uit de euro

Griekenland ziet zich genoodzaakt alsnog uit de euro te stappen als onderhandelingen over kwijtschelding van schulden mislukt. Met die waarschuwing zette de Griekse regering bij monde van een woordvoerder gisteren druk op de lopende besprekingen.

Europese regeringsleiders spraken eind oktober af voor de tweede keer noodhulp te verlenen aan Griekenland, voor een bedrag van 130 miljard euro. Dat was een akkoord op hoofdlijnen, over een lening die nog moet ingaan. Op dit moment houdt de Griekse overheid het hoofd boven water met het eerste noodpakket van 110 miljard euro uit mei 2010 dat in delen wordt uitgekeerd.

Een belangrijk bestanddeel van de afspraken uit oktober is dat banken de Griekse staat ongeveer 100 miljard euro kwijtschelden. Deze afschrijving van 50 procent van de waarde op Griekse obligaties heet vrijwillig te zijn.

Voor Griekenland is belangrijk dat bij het tweede pakket de nadruk niet alleen ligt op bezuinigen, maar ook op het stimuleren van de economie. De recessie is zwaarder dan vooraf – ook door het IMF – verwacht. Dat maakt het voortdurend moeilijk de afgesproken doelen te halen.

De uitspraak van de regeringswoordvoerder kan worden gelezen als een dreigement aan de banken dat ze de 50 procent korting moeten accepteren. Tegelijk is het een signaal aan de Europese Commissie waarmee de Griekse regering om meer tijd en begrip vraagt.

Het „vrijwillige” meebetalen door Europese banken, waartoe mede onder Nederlandse politieke druk is besloten, is binnen de EU omstreden. Als onvoldoende banken de 50 procent korting accepteren is deze mislukt. Het is dan nog maar de vraag of het IMF en de EU bereid zijn 130 miljard euro te lenen. De precieze invulling daarvan ligt ook nog niet vast. Het is de belangrijkste taak van de huidige coalitieregering om tot goede afspraken daarover te komen met het IMF en de EU. Eerder deze week drong Brussel aan op snelle afronding van de onderhandelingen met de banken.