Flaneurs in het theater van de stad

Toeristen in Berlijn, op de Pariser Platz, tegenover de Brandenburger Tor en de Amerikaanse ambassade (Foto AP/Markus Schreiber)

Twee boeken bewijzen weer eens het ongelijk van profetieën over het einde van de stad.

Toen de globalisering een jaar of 20 geleden goed op gang kwam, voorspelden deskundigen dat alle grote steden op elkaar zouden gaan lijken. Snelwegen, appartemententorens, vliegvelden, winkelcentra en andere non-places zouden van metropolen ‘algemene steden’ maken, zo legde Rem Koolhaas bijvoorbeeld uit in The Generic City, zijn artikel over de toekomst van de stad in het superdikke boek SMLXL uit 1995. Zelfs als steden een oud, sfeervol centrum hadden, dan nog zou dit in de zee van de uitdijende urban sprawl van suburbs en shopping malls zo klein worden dat het zijn betekenis verloor en de metropool geen ‘identiteit’ meer kon geven. Zo zou globalisering een einde maken aan steden met een eigen karakter, stelde Koolhaas tevreden vast: ‘Opluchting ….. het is voorbij. Dit is het verhaal van de stad. De stad bestaat niet meer. We kunnen nu het theater verlaten’.

Nu, zestien jaar later, blijken de homogeniserende effecten van de globalisering veel minder dan verwacht, constateren de politicologen Daniel A. Bell en Avner de-Shalit in The Spirit of Cities. Why the Identity of a City Matters in a Global Age. Zelfs in China zien zij steden met een ‘eigen geest’ die zij ‘ethos’ noemen en in de straten en op de pleinen zichtbaar is. Het aantal stadions, theaters, cafés en restaurants in een stad wordt bijvoorbeeld bepaald door de levensstijl van de bewoners, schrijven ze in de inleiding.

Abonnees lezen de volledige bespreking van Bernard Hulsman over Daniel A. Bells The Spirit of Cities en Jos Gadets Terug naar de stad hier.