Een tredmolen van wreedheid en berouw

Tyrannosaur. Regie: Paddy Considine. Met: Peter Mullan, Olivia Colman, Eddie Marsan. In: 12 bioscopen. ****

De tyrannosaurus van de filmtitel, dat is een heel dikke vrouw. Als ze boven rondloopt, rimpelt beneden het water in de glazen, zoals in de film Jurassic Park. Leuk om daar zo’n misselijk, denigrerend geintje over te maken tegen je vrienden. Hard genoeg, zodat zij het kan horen. Want zo gaat dat nu eenmaal: juist geliefden doen we zo gemakkelijk pijn. Omdat ze nabij zijn, omdat ze het van ons accepteren.

Maar dan sterft zij aan diabetes, nadat ze haar ledematen één voor één hebben afgezaagd. En herinnert Joseph, hoofdrolspeler van Tyrannosaur, zich dat ze geen stomme koe was maar een zachte vrouw met een groot hart die iedereen vergaf. Zelfs hem. Dus drinkt hij zijn wroeging weg. En schopt zijn hondje woedend de ribbenkast in.

Agressie die zich naar binnen en buiten keert: in Tyrannosaur geeft regisseur Paddy Considine een inkijkje in een lijkbleek, grimmig universum. Beeldschoon gebutste personages lopen daar rond als roofdieren die grauwend en grommend hun eenzame territoria verdedigen. Maar tegelijk hunkeren ze naar een vonkje warmte, een seconde sympathie. Het is enerzijds een klassiek verlossingsverhaal over zielenpoten die elkaars eenzaamheid opheffen in een buitenwijk van Leeds. Elkaars ellende opheffen omdat een mens nu eenmaal iemand nodig heeft die hem nodig heeft. Tegelijk gaat het ook over de perverse manier waarop liefde zich tegen de gever kan keren. Want meegevoel lokt misbruik uit.

De drie hoofdpersonages van Tyrannosaur zitten allen gevangen in een tredmolen van wreedheid en wroeging. Joseph (Peter Mullan) is een bitter in zichzelf mompelende weduwnaar die slaat en geslagen wordt. Op een dag verzeilt hij toevallig in de christelijke rommelwinkel van Hannah (Olivia Colman), die voor hem bidt en die hij uiteraard afsnauwt voor de moeite. Maar er gebeurt iets. Hannah is de enige die naar hem luistert.

Hannahs onbaatzuchtige goedheid blijkt evenwel pervers martelaarschap in zich te dragen. Haar kwelgeest is de middenklasseschoft James (Eddie Marsan), een wandelende tijdbom die haar onderwerpt aan een regime van getreiter en jaloers geweld, gevolgd door slobberige tranen van berouw („Ik ben jou niet waard”). Maar verschilt hij in dat monsterlijke gedrag zoveel van Joseph? Buiten hun driehoek is er nog ruimte voor een lawaaiig timide fascist, de buurman van Joseph, die zijn pitbull als een soort verlengde penis annex handwapen gebruikt.

Tyrannosaur komt direct voort uit de korte film Dog Althogether, het debuut waarmee acteur Paddy Considine in 2007 meteen een Zilveren Leeuw verdiende in Venetië. Ook daarin is Peter Mulland de vijandige, boze Joseph die slaat en incasseert tot een ontmoeting met een christelijke vrouw hem weer een beetje hoop geeft. De eerste negen pagina’s script waren zo’n beetje identiek: des te knapper wat Considine vervolgens met die personages doet, en met name die even prachtige en afschuwelijke wendingen die hij voor ons in petto heeft. Want dit is zo’n film met een ‘twist’ aan het eind. Een nare, en toch bevredigende wending. Want Tyrannosaur is geen film die een makkelijke uitweg biedt. Een hond de schedel inslaan met een knuppel kan een bevrijdende daad van medemenselijkheid zijn. Geweld is onvermijdelijk: het probleem en de oplossing.

Tyrannosaur is het soort film dat je kan verwachten wanneer een acteur in de regiestoel plaatsneemt. Messcherp getekende, niet al te subtiele personages, de ene naar de andere emotionele mokerslag en acteren dat uit de tenen komt, met veel gooi-en-smijtwerk. De personages maken een spectaculaire reis: van gewelddadige klootzak naar mensenredder, van heilige naar moordenaar en terug. Prachtige wrakken zijn het, met gevaarlijke rafelranden: je raakt niet op ze uitgekeken. En de conclusie stelt in zekere zin gerust, als een lichtpuntje in de mist.

Een interview met regisseur Paddy Considine op pagina 6.