Draghi's compromis: Praet als hoofdeconoom

Het was gebruik bij de ECB dat een Duitser als hoofd- econoom het rentebesluit voorbereidde. President Draghi breekt met die traditie om een Frans-Duitse conflict bij de ECB op te lossen.

Het laatste regeltje in een gortdroog communiqué markeert een belangrijke gebeurtenis voor de Europese Centrale Bank. „De heer Peter Praet zal verantwoordelijk zijn voor economie”, aldus de ECB.

Met de benoeming van de Belg Praet maakt ECB-president Draghi een einde aan het gebruik dat de hoofdeconoom een Duitser is. Dat is opmerkelijk. Het is de hoofdeconoom die het rentebesluit voorbereidt op basis van zijn economische analyse. Voor Duitsland, historisch bevreesd voor inflatie, was het sinds de komst van de ECB een geruststellende gedachte dat een landgenoot grote invloed had op de rentestand, ook al werd het monetair beleid niet meer bepaald door de Bundesbank.

Hoe groot de macht van de hoofdeconoom is, hangt af van de persoon. Monetair mastodont Otmar Issing (1998-2006) was een instituut op zich. Het verhaal gaat dat Issing in de beginjaren van de ECB zó veel macht genoot dat hij het rentevoorstel zonder medeweten van president Duisenberg voorlegde aan het bestuur van de ECB. Het bestuur zou in die tijd nog wel over het rentevoorstel hebben gedebatteerd, maar Issings wil was eigenlijk wet.

Jürgen Stark, de opvolger van Issing, genoot eveneens een machtige positie binnen het bestuur, ook al was ECB-president Jean-Claude Trichet meer een micromanager dan Duisenberg en hield hij meer controle op de rentebesluiten. Afgelopen september kondigde Stark zijn vertrekt aan. Stark wilde niet dat de ECB op nog grotere schaal staatsobligaties van probleemlanden opkocht.

Met het vertrek van Stark en dat van directielid Lorenzo Bini Smaghi rees een Frans-Duits conflict. Stark werd in de directie opgevolgd door de Duitse staatssecretaris voor Financiën Jörg Asmussen. Bini Smaghi werd vervangen door de Franse topambtenaar Benoît Cœuré. Beiden waren in de race voor de functie van hoofdeconoom, met steun van hun regering. Frankrijk hoopte dat een Franse hoofdeconoom zou leiden tot een (nog) grotere bereidheid staatsleningen te kopen. Duitsland hoopte op voortzetting van een monetair beleid gericht op inflatiebestrijding.

Uiteindelijk koos Draghi voor een compromis. Cœuré wordt verantwoordelijk voor het opkopen van staatsobligaties van probleemlanden. Maar de Duitser Asmussen wordt verantwoordelijk voor de internationale betrekkingen van de ECB en juridische zaken. Hij zal voor de buitenwereld zeer zichtbaar zijn en kan intern meepraten over de toelaatbaarheid van grotere interventies van de ECB. De Bundesbank is van mening geweest dat groter ingrijpen in strijd zou zijn met het Europees Verdrag en de statuten van de ECB.

De Belg Praet is het slotstuk van het compromis van Draghi. Hij is geboren in het Duitse Herchen en heeft carrière gemaakt in België. Hij spreekt vloeiend Duits en Frans. Na zijn promotie was Praet zeven jaar hoogleraar in Brussel. Daarna werkte hij twaalf jaar bij de Generale Bank (later Fortis). Na zijn tijd in de commerciële sector trad hij in 1999 aan als kabinetschef van de Belgische minister van Financiën Reynders.

In november 2000 begon Praet een nieuwe carrière als centralebankier. Elf jaar lang was hij directeur bij de Nationale Bank van België. Ook was directeur bij de financiële toezichthouder CBFA. Net als toezichthouders in Nederland kreeg Praet kritiek dat de kredietcrisis Belgische banken zwaar trof. In juni vorig jaar verruilde hij Brussel voor Frankfurt om aan de slag te gaan bij de Europese Centrale Bank.

De Belgische zakenkrant De Tijd schetst in een profiel een beeld van een slimme, vriendelijke, praatgrage maar ietwat chaotische econoom. Op zijn bureau liggen grote stapels papier en om uiterlijk vertoon geeft hij weinig, volgens de krant. Hij heeft wel eens een inktvlek op zijn overhemd.

Dat betekent volgens De Tijd niet dat Praet alleen maar met cijfers en modellen bezig is. In de jaren tachtig was Praet in Amsterdam om de gevolgen van een voorgenomen fusie tussen de Generale Bank en de AMRO-bank te bespreken. Toen bleek dat de lunch bestond uit een broodje kaas met karnemelk, weigerde hij terug te komen als er niet fatsoenlijk gegeten kon worden.