Dit is Walt White: crystal meth koning

Breaking Bad hoort volgens critici thuis in het rijtje met Dexter en Mad Men.

Niet alleen dankzij het scenario en spel, maar ook door de filmische allure.

De eerste keer dat Walt White een pistool beethoudt, grapt zijn zwager, de agent: „Je lijkt wel Keith Richards met een glas warme melk in zijn hand.”

Zie Walt White: geen flitsend type, geen macho, maar een sneue scheikundeleraar op een middelbare school. Een man met een bijbaantje bij de Car Wash om zijn gezin te kunnen onderhouden. Zijn baas stuurt hem bij de kassa weg om te helpen met wieldoppen poetsen als het druk is, en dat is net op het moment dat de vervelendste leerling uit zijn klas langskomt. Hij wordt uitgelachen en gefotografeerd. Het is de dag dat hij vijftig wordt. Die avond trekt zijn vrouw hem af, terwijl ze online, met haar laptop op schoot, een veiling volgt.

Thuis aan zijn muur hangt een certificaat waarop vermeld staat dat hij bijdroeg aan onderzoek dat leidde tot de Nobelprijs. Dat is lang geleden. Walt White is geen held, hij is geen geleerde geworden, hij is een schlemiel. Als er geurtelevisie bestond, zou je natte hond ruiken.

Bij acteur Bryan Cranston stoomt de geslagenheid uit elke porie: afhangende schouders, droeve, doffe ogen, een gegroefde huid en een liploze mond die als een potloodlijn horizontaal in zijn gezicht ligt. Het ongeluk van Walt White is compleet als hij te horen krijgt dat hij longkanker heeft en nog maar kort te leven heeft.

Die mededeling is een keerpunt in zijn leven. Breaking Bad gaat over een man die zijn leven omgooit en radicaal breekt met wie hij was. Hij houdt zijn dodelijke ziekte geheim voor zijn vrouw en gehandicapte zoon en besluit dat hij ze in goeden doen wil achterlaten. Via zijn zwager de politieman ontmoet hij Jesse, een oud-leerling die in drugs handelt. Walt biedt Jesse zijn diensten aan als chemicus om crystal meth te bereiden. Walt wordt drugskok, en meteen een topkok.

Breaking Bad is de adembenemende en hilarische vertelling van de hellevaart waarin deze warmemelkman verzeild raakt. Alle krenkingen die hij heeft ondergaan, zijn brandstof voor zijn nieuwe leven. De woede van de ontevreden, brave burger blijkt in deze serie onuitputtelijk. Bij nieuwe pesterijen slaat Walt hard terug en hij herwint zelfs zijn seksuele drift. Als Jesse hem vraagt waarom hij zo verbeten is, zegt Walt: „Ik ben wakker.” En tovert een flauwe glimlach tevoorschijn.

Wat Breaking Bad onder meer tot zo’n briljante serie maakt, is niet alleen de karakterstudie van Walt of de snijdende analyse van woede en burgerlijkheid, maar ook de stevige laag slapstick en zwarte humor in het verhaal. Om zich staande te houden in het drugsmilieu verzint Walt de vreemdste oplossingen. En thuis stuit hij op de goedbedoelde, maar lachwekkende reacties van zijn vrouw, schoonzus en zwager als zij eenmaal achter het geheim van zijn ziekte zijn gekomen.

Zijn vrouw en haar zus willen zijn oude ik in stand houden, Walt wil hem uitdrijven. Zijn kristalheldere meth wordt een succes en dat verandert hem. Als het moet, is Walt hard, egoïstisch en tot alles bereid. In seizoen twee maant hij zijn partner Jesse een junk aan te pakken die hen bestolen heeft, tot verbazing van Jesse. Waarop Walt grijnst en zegt: „Ik geef toe dat er sprake is van een zekere leercurve.”

Om thuis de schijn op te kunnen houden, stapelt Walt niet zomaar leugen op leugen, hij bouwt een torenflat van onwaarheden. Zijn dubbelleven wordt geestig in beeld gebracht. Terwijl zijn zwager agenten toespreekt over de nieuwe ‘drugskoning in de stad’ komt Walt in beeld die thuis met ontbloot bovenlichaam voor de spiegel zijn tanden poetst. De camera begint bij de grote, witte onderbroek, streelt zijn uitgezakte lichaam met de harige buik en houdt stil bij zijn kin vol tandpasta en de blik van verveling waarmee de koning zijn reinigende dienst vervult.

Het is fenomenaal hoe Bryan Cranston elke scène naar zich toe trekt. Dat heeft hem de nodige prijzen bezorgd. Voor de eerste drie seizoenen (seizoen vier was dit najaar op tv in de VS), kreeg hij steeds de Emmy Award voor beste acteur in een dramaserie. Ook Aaron Paul kreeg er een voor zijn rol als Jesse.

Op de bonte mengeling van actie, comedy en psychologie in Breaking Bad is wel kritiek, maar critici kwalificeren het werk van schrijver en regisseur Vince Gilligan ook als een nieuwe klassieker, in een rijtje met The Sopranos, Dexter en Mad Men.

Dat is niet alleen te danken aan het voortreffelijke spel en voorbeeldige scenario. De serie bezit filmische allure: mooi gefilmde landschappen en woestijnen, een bijzonder kleurschema, beeldrijm en terugkerende beeldgrapjes. Eén van de ingrepen is dat bij de beeldbewerking de kleur uit het gezicht van Cranston wordt gehaald om hem er nog slechter uit te laten zien. Opdrachtgever AMC – het netwerk dat ook Mad Men en The Walking Dead maakt – steekt veel geld in een bijzondere vormgeving van zijn series.

In interviews zegt bedenker Vince Gilligan dat hij zich laat inspireren door film noir (zoals The Maltese Falcon) en de spaghetti westerns van Sergio Leone (zoals Once Upon a Time in the West). Aan de zwarte humor en visuele pracht is te zien dat hij liefhebber is van de films van de gebroeders Coen – Breaking Bad is wat de Coens bedacht hadden willen hebben als ze een televisieserie zouden maken.

serie

Breaking Bad

Seizoen 1, elke dag, Ned3, 23.15u. Vanaf 8 januari seizoen 2, elke zondag, Ned3, 23.15u. Elke aflevering staat een dag op Uitzending Gemist.