Dictatuur der meerderheid

In een democratie regeert de meerderheid, al dan niet in een coalitie. Maar in een democratie hebben ook minderheden de kans om ooit een meerderheid te vormen. Want als die ruimte er niet is, wordt een formele democratie in feite een dictatuur van de meerderheid. In het hart van Europa bevindt zich nu zo’n land, Hongarije, dat sinds 1 januari een nieuwe Grondwet heeft die zijn gelijke in de EU niet kent.

Er zijn meer democratische landen waar de president van de centrale bank niet volstrekt onafhankelijk is, waar de godsdienst van het staatshoofd is voorgeschreven of waar het ‘homohuwelijk’ niet is verankerd. Maar alles bijeen kan de nieuwe constitutionele orde van Hongarije de toets der kritiek niet doorstaan. Bijvoorbeeld omdat de nieuwe Grondwet bepaalt dat ook de huidige gezinswet, het pensioensysteem en het fiscale stelsel voortaan alleen met een meerderheid van tweederde kunnen worden gewijzigd. Kortom, premier Orbán en zijn partij Fidesz willen hun macht voor bijna eeuwig verankeren en na hun graf door regeren.

Sterker, ze betrekken ook het verleden in hun machtsaanspraken. Zo ligt er een wet ter tafel waarin de Fidesz-meerderheid in het parlement bepaalt dat de Hongaarse Socialistische Partij (MSZP), die afgelopen twee decennia drie termijnen met een democratisch mandaat geregeerd heeft, identiek is aan de communistische Arbeiderspartij van voor 1989.

De MSZP zou dus verantwoordelijk zijn voor het stalinisme tot 1956, de collaboratie met de Sovjet-Unie en het ‘goulashcommunisme’. Zelfs de naam van Imry Nagy, de hervormingsgezinde communist die in 1956 de Sovjetbezetter weerstond en daarom ter dood werd veroordeeld, staat tegenwoordig in een kwade reuk. Er is in Midden- en Oost-Europa, dat tussen 1939 en 1989 zowel onder het nazisme als het communisme leed, geen land dat zo eenzijdig met zijn geschiedenis omgaat.

Dat is niet alleen zorgelijk voor het historisch bewustzijn, dat belast ook de democratie hier en nu. In feite zegt Orbán dat hij gaat doen wat hij als premier tussen 1998 en 2002 nog niet durfde: een onomkeerbare revolutie ontketenen. Dat staat haaks op de waardengemeenschap die Europa wil zijn. Want in een democratie, die zich natuurlijk mag en moet beschermen tegen dictatuur, is de macht juist wel omkeerbaar.

Europa moet stelling nemen. De Europese Commissie doet dat ook. Ze onderzoekt of de nieuwe wet op de Centrale Bank van Hongarije in strijd is met het EU-verdrag en ziet voorlopig af van financiële steun voor het land, dat in budgettaire nood verkeert. Het is een verstandige methode om geld als breekijzer te gebruiken. Hopelijk keert Orbán op zijn schreden terug als zijn revolutie hem domweg te duur wordt.