De Nostradamus van Jeroen Pauw heet Kamp

In de eerste week van het nieuwe jaar is Hilversum nog half op reces en ontbreken enkele van de vaste dagelijkse talkshows.

Dat betekent niet dat er minder gepraat wordt, zij het op een nog lossere toon. Zo is Evenblij het nieuwe jaar in (VARA) een dagelijkse lightversie van De wereld draait door, waarin ex-Jakhals Frank Evenblij in het strandpaviljoen Blijburg vooral hippe mediagasten ontvangt, afgewisseld door reportages over te verwachten gebeurtenissen in 2012. Het is niet slecht, het graaft evenmin erg diep, maar je wilt het toch elke dag even zien.

Andere schermvulling tijdens het kerstreces kent al een wat langere traditie. Jeroen Pauw vult zijn vaste tijdstip in de tweede vrije kerstweek met de serie 5 jaar later (NTR), die weliswaar uit heel ontspannen gesprekken bestaat, maar ook tot scherpere portrettering leidt dan vaak in Pauw & Witteman.

De formule is ingenieus en sterk: op zijn vrije dagen vraagt Pauw bekende tijdgenoten hoe zij denken dat de wereld en zijzelf er over vijf jaar bij staan. De opnamen gaan in een kluis en na precies vijf jaar reageren ze op wat ze toen hebben gezegd.

Minister Henk Kamp (VVD), die begin 2007 op Defensie zat en nu op Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar het grootste deel van de tijd doorbracht als commissaris op de Antillen, blijkt een ware Nostradamus. Hij voorspelde niet in de Kamer te zitten, maar mogelijk in een nieuw kabinet. Balkenende? Die houdt het nog een termijn vol en dan is het op. Leeft Ayaan Hirsi Ali nog? Jazeker, vermoedelijk in Amerika. Verdonk? Doet iets buiten de politiek. En wie is er dan premier? Ach, de hoop is de basis van de voorspelling, dus waarom niet Mark Rutte?

Bij deze uitspraak moest Pauw in 2007 een beetje lachen. We houden het toch wel realistisch? Het enige dat Kamp fout had, overigens net als Alexander Pechtold (D66), was dat hij geen verdere groei voorzag voor de PVV, toen op negen zetels. Tot Kamps verbazing is het Wilders gelukt ook linkse kiezers aan zich te binden.

Pauw en Kamp kunnen het goed met elkaar vinden, in hun lichte ironie en een realisme dat ten onrechte voor saai zou kunnen doorgaan. Kamp is trots op dat imago: hij is bijna triomfantelijk na een reeks archiefbeelden van carnaval vierende politici: „Niks van mij kunnen vinden, hè? Dat soort dingen doe ik niet, zeker niet als er een camera bij is.” Boos wordt hij ook zelden, alleen die ene keer toen Peter van Ingen hem in Buitenhof introduceerde als „de minister van vol is vol”. Dat moest Van Ingen terugnemen of de minister vertrok.

Als Verdonk de interne strijd van Rutte gewonnen had, zou Kamp haar hebben uitgedaagd. Maar hij was de enige partijgenoot die haar een sms’je stuurde, toen ze uit de fractie werd gezet.