De mode uit het naaiatelier showen in de wijk

Met haar wijkproject Freehouse is beeldend kunstenaar Jeanne van Heeswijk genomineerd voor de Rotterdam Designprijs. „Think local, act global”.

Drie jaar geleden waren in Parijs de ogen gericht op een nieuw Nederlands modetalent. De Rotterdamse ontwerpster Marga Weimans toonde er een collectie bombastische barokjurken, gemaakt van weelderige stoffen. Kleding van deze inmiddels prijzen winnende ontwerper was deze zomer te zien in het Groninger Museum. Ver buiten het bereik van de gemiddelde H&M-klant, zou je denken. Maar nee hoor. Wie het weet, koopt voor vier tientjes al een T-shirt van Weimans in de Wijkwinkel van de Rotterdamse Afrikaanderwijk.

Net om de hoek van de Afrikaandermarkt, tussen de euroknallers en tegenover de Lidl, zit de wijkwinkel van stichting Freehouse – een winkel met lage prijzen, die met zijn etalage van gedrapeerde stoffen prima past in deze multi-etnische buurt.

Steeds meer ontwerpers laten hun modesamples naaien in deze winkel annex naaiatelier. Kunstenaar Jeanne van Heeswijk, drijvende kracht achter Freehouse, stelt hun één onorthodoxe eis: ze moeten hun nieuwe collecties showen op de belendende Afrikaandermarkt. Voor op Parijs georiënteerde designers is dat soms schrikken: de markt ligt in een stadsdeel waar 80 procent van niet-Nederlandse afkomst is en 29 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Maar openbaarheid is cruciaal in de missie van Van Heeswijk, die in deze wijk de culturele energie zichtbaar wil maken.

Als het helpt om Rotterdam-Zuid omhoog te tillen met bekende namen en openbare kunst, dan gaat het de goede kant uit. Droog Design zocht na een succesvol kunstproject in New York een Nederlandse stadswijk voor iets vergelijkbaars. Architect Jan Konings, met kunstprojecten actief in de Tarwewijk, organiseert er met Droog en verschillende architectenbureaus experimentele ingrepen: een kluswerkplek (naar de kluswoning), een restaurant waar bewoners de keuken runnen, de publieke ruimte als bazaar. Het opent op 25 januari, als het NAi aan de overkant van de Maas een debat wijdt aan deze plannen.

Konings ziet in de Tarwewijk vergelijkbare problemen als Van Heeswijk in de Afrikaanderwijk: het leven speelt zich verborgen af, achter voordeuren. Graag verwijst hij naar de garageboxen in Amerikaanse suburbs: „Daar oefenen bandjes en zijn bedrijven als Apple begonnen. Zoiets kan niet in de Tarwewijk. Daar is niets wat maar op een garagebox lijkt.” Daarom pleit hij voor informele faciliteiten die te klein zijn voor gemeentelijke gebiedsplannen: een plek om koffie te drinken, een kopieerapparaat, een winkelschap kunnen huren om zelfgebakken brood aan te bieden. Dan wordt, net als bij Van Heeswijks plannen, de energie zichtbaar en leren mensen hun buren kennen. „Want niemand kent elkaar hier.”

Wat zulk soort kunst kan opleveren, is in de Afrikaanderwijk te zien in de drie coöperaties van Freehouse: een wijkwinkel, een wijkatelier en een wijkkeuken. Van Heeswijk: „We kijken welke buurtbewoners kleermakerskwaliteiten hebben, wie kan borduren. En we draaien een volledige keuken die dagelijks maaltijden verzorgt.” Dat leverde al veertig betaalde banen op.

Van Heeswijk startte Freehouse in 1998, toen Rotterdam op weg was culturele hoofdstad van Europa te worden. „Richard Florida’s theorie over de creatieve stad was destijds populair”, vertelt ze, „het idee dat cultuur een stad economische impulsen geeft. Ik had het gevoel dat die theorie voor Rotterdam niet helemaal opging: dit is te veel een werkstad.” In plaats daarvan las Van Heeswijk de boeken van Jane Jacobs, de Amerikaanse activiste die al in de jaren zestig pleitte voor de creatieve kruisbestuiving tussen culturen. „Jacobs zei dat creativiteit kan ontstaan als mensen van geïmporteerde goederen overstappen naar zelfgemaakte goederen. Rotterdam is een cultureel diverse stad. Achter de voordeuren wordt ongelooflijk veel genaaid, gekookt en gemaakt.”

Zo ontstond het idee van de vakmanstad. Skills city in plaats van creative city, een stad waar ieders creatieve potentie wordt aangeboord.

De coöperaties zijn te vinden bij de markt. Die zou volgens Van Heeswijk het kloppend hart van de wijk moeten zijn, maar strenge regels zorgen ervoor dat er nog maar weinig ruimte is voor creativiteit en de markt steeds leger wordt. „Zo mag vis binnenkort niet meer op ijs worden verkocht. Dat betekent dat je een koelwagen moet kopen. Zo’n wagen is minimaal zes meter lang. Maar wagens van meer dan vijf meter zijn verboden op de Afrikaandermarkt.” Ze vertelt hoe ze de regels testte in „kleine snelle interventies”. Ze maakte maaltijdsoep van restantgroente, organiseerde presentaties met nieuwe hoofddoekmodes, en vroeg markthandelaren om onder het motto Pimp your stall hun kramen anders in te richten. „Daar kwamen hilarische dingen uit voort, zoals rondzwevende komkommers aan touwtjes.”

Het idee dat vanuit de microschaal van een buurt vernieuwingen kunnen komen, is ook internationaal aan de orde. Think local, act global, niet andersom. En het actieve multiculturele, maar laagopgeleide Rotterdam geldt internationaal als interessante case. Van Heeswijk: „Ik ben net terug uit San Diego. Onze kramen reizen de wereld over op een tentoonstelling over regelgeving. We krijgen bezoek van ministeries, iedereen wil hier stage lopen, reclamebureaus komen shoppen. Elke week komt hier iemand die ook iets wil met wijkeconomie en het niet voor elkaar krijgt. Wij zijn de missing link naar de stad die ze niet kunnen snappen.”

„Veel mensen blijven vasthouden aan het idee van community art, koffie drinken. Maar er is ook kunst die mensen uitdaagt zelf verbeelding te geven aan de plek waar ze zijn. Als kunstproject willen wij de markt informeler maken, een snijvlak zijn tussen kunst en ambacht. Een andere styling, een ander aanbod, dat zijn allemaal performative actions.” De marktkraam als performance? „Ja hoor.”

Van de Tarwewijk viel Konings op dat het nauwelijks winkels heeft. „Er zijn alleen huizen. Pas als je op Marktplaats kijkt, op postcode, zie je dat achter die voordeuren veel diensten worden aangeboden. Ik wil proberen om dat leven vanuit de kunst zichtbaar te maken.” Zijn meest concrete project is Hotel Thuispaleis, een hotel dat draait op thuiswerkers. „Een kapper komt langs, iemand brengt eten, we hebben een receptioniste. Tien mensen hebben hier betaald werk aan, de VVV zorgt voor klanten. Ahoy is immers vlakbij.”

Dat wijkbewoners moeite hebben hun ambachten zichtbaar te maken, wijt Konings deels aan angst. Laagopgeleiden, veel immigranten, soms illegalen, willen geen regels of formulieren. „In deze maatschappij bestaat een economische klasse die niets mag, nog geen muur mag verven. En dat wil je toch wel, als je een eigen zaak begint. Ik ben nu bezig om, heel informeel, zonder verplichtingen, een businessclub op te zetten met de Kamer van Koophandel. We zijn begonnen met expertmeetings. Zo willen we mensen professionaliseren en uit de anonimiteit halen.”

Konings: „Het voordeel van kunst is dat je gemakkelijk positieve media-aandacht krijgt. Ga je als politicus naar het NOS-journaal, dan gebeurt er niets. Met kunst lukt het wel, zonder politiek te worden. Al staat een voorbeeldproject maar een dag, het maakt mogelijkheden zichtbaar. Dan kun je doorwerken.”

Hoe dat doorwerken gaat lukken, is de vraag. De kunstprojecten zijn afhankelijk van rijkssubsidies (wordt minder), gemeentegelden (stopgezet) en van derden (recessie). Van Heeswijk vertelt dat ze de verschraling al voelt. Toch zijn er lichtpuntjes. „De keuken van Freehouse is al financieel zelfvoorzienend, het atelier en de winkel zijn onderweg”, zegt ze. „Voor een bank is dit geen traditionele businesscase, maar ik heb opstartkapitaal vanuit de kunst.” Ze ontwikkelt de bedrijfsmatigheid samen met de Ethiopische econoom Rahel Boon, gespecialiseerd in microkrediet. „Zij zegt soms dat iets niet rendabel kan zijn, maar dan blijken creatieve krachten zo onvoorspelbaar dat het tóch blijkt te werken.”

Ook Konings houdt moed. „Ik denk vanuit potenties. Je kunt een gebied niet verbeteren door het te veranderen en daar geld tegenaan te gooien. Je moet zorgen dat het uit zichzelf verbetert. Heeft iets waarde, dan loopt het wel. Economie is niet alleen monetair, het gaat ook om ondernemen, risico’s nemen. De bewoners van de Tarwewijk zijn vooral immigranten, die hebben al eens een flinke stap in hun leven durven nemen. Mogelijkheden komen wel, misschien uit een onverwachte hoek.”

Wijkwinkel Freehouse, Paul Krugerstraat 147 Rotterdam, wo-za 12-18u. www.freehouse.nlHotel Thuispaleis, Moerkerkestraat 142 B-C Rotterdam. www.hotelthuispaleis.nl