3. Samuel (Ned) 22.44 sec. Derde! Brons!

Wie gaat er uitblinken? Derde deel van een serie waarin redacteuren vooruitblikken op een drukke sportzomer. Vandaag sprintster Jamile Samuel die brons wint op de EK in Helsinki.

Eindeloos herhalen, er zit weinig anders op. Die start, die verrotte start moet beter. Het lichaam moet gelanceerd worden. Poef, weg. Denk aan de houding. Toe toe, blijf laag. Wachten, wachten tot de vaart er inzit. En dán pas omhoog. Verspil geen kracht, houd de ademhaling op ritme en dan voluit naar de finish. Tak tak tak.

Zo moet het. En Jamile Samuel weet het. Maar breng het maar in praktijk als je van nature een slow starter bent. Een kleine handicap voor een sprintster die fysiek alles heeft om in de voetsporen te treden van Nelli Cooman, de laatste Nederlandse atlete die op de korte afstanden nog wel eens met een aansprekende medaille uit het buitenland terugkeerde.

En dus sjokt Samuel in het Olympisch Stadion, haar Amsterdamse trainingsbaan, voor de zoveelste keer naar het startblok. Eerst de rechtervoet tegen het achterste blok, dan de linkervoet tegen het voorste blok. Knielen, handen in de juiste stand, billen omhoog en pang, weg.

Trainer Oscar Terol geeft aanwijzingen en Jamile knikt ten teken dat ze het begrepen heeft. Maar de praktijk, man die is zo verdomde weerbarstig.

Helsinki, zaterdag 30 juni 2012. Kort voor negenen ’s avonds in het Olympiastadion. Jamile Samuel hurkt achter de finishlijn en hijgt uit. Het hart bonst. Van de geleverde inspanning, maar ook van opwinding. Zou ze? ’t Zal toch niet?

En dan flitst op het grote scherm: 3. Samuel (Ned) 22.44 (NR).

Derde! Brons!

In haar hoofd volgt een explosie van emotie. Jamile Samuel springt op, drapeert de toegeworpen Nederlandse vlag snel om haar schouders en zoekt het vak met haar familieleden. Ze gilt, schreeuwt en danst op de baan, toejuicht door haar dierbaren vanaf de tribune.

Derde op de 200 meter bij haar eerste Europese seniorenkampioenschappen. Hoe-is-het-mo-ge-lijk.

Later in haar hotel in Helsinki, als de verplichte persconferentie en de huldiging achter de rug zijn, is er tijd voor reflectie. Samuel denkt aan Phanos, haar cluppie. Aan Oscar, haar trainer. En aan haar clubgenoten, met wie ze zo veel lol heeft. Wat zullen die trots zijn.

Maar ze denkt vooral aan die eindeloze starttrainingen. Saaaaaiiiii. Maar het heeft geloond. Eindelijk was er een symbiose tussen geest en lichaam, eindelijk was er dat ondefinieerbare gevoel dat alles klopte, van start tot finish.

Ze pakt haar medaille, bekijkt het kleinood van alle kanten, wrijft er liefdevol over en stelt tevreden vast dat alle inspanningen niet voor niets zijn geweest.

Samuel geniet nog even na van hét moment. Omdat ze weet dat haar leven gaat veranderen. Haar status als atlete is gewijzigd. Ze is vanaf nu een gearriveerde sprintster, althans op Europees niveau. Ze is in Nederland uitgegroeid tot een atlete met een verwachtingspatroon. De druk om te presteren wordt steeds groter. Kan ze dat aan?

Ze weet het niet, simpelweg omdat het een nieuwe ervaring wordt. Maar ze zal zich niet gek laten maken. Ze zal rustig blijven. Zo is haar natuur. Jezelf blijven. Samuel weet dat die eigenschap haar in het nieuwe leven van pas zal komen.

Maar toch, er zijn twijfels. Over een maand beginnen de Olympische Spelen in Londen. Ze mag er heen als estafetteloopster. Moet ze nu ook starten op de 200 meter? Ze heeft daartoe het recht, want haar tijd in Helsinki was ver onder de olympische limiettijd van 22,70 seconden. Maar doet ze er verstandig aan? Wordt het niet te veel ? Vragen, veel vragen. En vooralsnog geen antwoorden.

Samuel moet nog eens goed overleggen met Oscar. Wat is wijs voor een jonge vrouw van 20 jaar? En het olympische programma is niet in haar voordeel. Drie dagen voor de 4x100 meter estafette zijn achtereenvolgens de series, halve finales en finale van de 200 meter.

Stel je eens voor – nee nee, het zal wel niet gebeuren. Maar toch. Stel je toch voor zeg, dat ze de finale haalt. Dan moet ze vijf dagen achtereen lopen. Kan ze dat? Is dat niet te veel op die overweldigende Olympische Spelen?

Wat is in deze wijsheid? Ze wéét het niet. Tot ze op haar hotelkamer in de spiegel kijkt. En een trotse vrouw aanschouwt. Een sportvrouw die als kind bij de training van Phanos werd betrokken. Omdat ze toch maar toekeek. Dan kun je beter meedoen. Toen Samuel een blik met zichzelf wisselde, zei ze streng: niet miepen, muts. De mensen om me heen weten wat goed voor me is. Ik zal naar hen luisteren.

En een innerlijke rust nam bezit van Samuel. Want ze wist: ik ben atlete geworden.