Zuipen blowen neuken

nrc.next gaf vier schrijvers een vrije opdracht: schrijf in deze dagen van bezinning een reflectie op de moderne tijd.

Vandaag: Joris van Casteren over de grenzen van het Amsterdamse gedoogbeleid.

Achter de balie staat een Slavisch meisje met een paardenstaart. Een bed in de slaapzaal kost 28,50 euro per nacht, inclusief ontbijt. Ik moet contant betalen. „Aan pinnen doen we liever niet in The Bulldog”, zegt ze.

Ik moet mijn paspoort inleveren, het Slavische meisje overhandigt een blauw kartonnetje met daarop het bekende logo met de vervaarlijk uitziende hondenkop met puntige halsband. „Dat is je Bulldog-paspoort”, zegt ze. „Je moet het Bulldog-paspoort altijd aan ons kunnen laten zien, ook als je stoned bent en wij het al twintig keer hebben gevraagd.”

Ik heb bed 1 in kamer 111, op de eerste verdieping. Boven klinkt de stampende muziek uit de lobby minder hard, de wietnevel is enigszins geweken. In de gang ligt donkerblauw tapijt met rode stipjes.

Kamer 111 is aan het einde van de gang, schuin tegenover de nooduitgang. Met een pasje open ik de deur, binnen is het donker. Het ruikt naar ongewassen lijven, de airconditioning zoemt.

Op de tast vind ik een lichtschakelaar, lampen floepen aan. Ik zie een stapelbed waar een Britse vlag aan hangt. In het stapelbed liggen twee jongemannen te slapen met hun kleren aan, in het stapelbed erachter ligt nog iemand. „Turn off the fucking light”, roept een van de jongens.

Met de displayverlichting van mijn mobiele telefoon vind ik mijn bed. Ik leg mijn tas in een van de metalen kasten, de jongemannen vallen weer in slaap.

In 2007 lanceerde PvdA-wethouder Lodewijk Asscher ‘project 1012’, een grootschalige schoonmaakoperatie die de dominantie van de onderwereld op de Amsterdamse Wallen moest terugdringen. Er waren op dat moment 450 raambordelen, 75 coffeeshops en 19 gokhallen; te veel van het goede, vond Asscher. Een ‘criminele infrastructuur’ dreigde te ontstaan, op de Wallen had de overheid weinig of niets te zeggen.

De prostitutiebestemming werd van panden afgehaald, ondernemers zoals de omstreden Israëlische vastgoedbaas Barazani werden uitgekocht of met bestuurlijke dwang onteigend.

„Het is een megaproject, een heel moeilijke strijd”, zei Asscher onlangs in een radio-interview met de VPRO. „Dit is het hart van de hoofdstad.” Een hart van de hoofdstad dat in handen is van criminelen is volgens Asscher „geen mooie reclame voor de stad”.

Intussen werd op de citymarketingswebsite Iamsterdam.com volop reclame gemaakt voor de Wallen, dat werd omschreven als een ‘spannend gebied’ waar ‘sekswerkers hun eigen vakbond, genoeg politiebescherming, frequente tests en professionele standaarden hebben’. Toeristen zouden zo ten onrechte gestimuleerd en gerustgesteld worden, meende een CDA-raadslid.

Direct liet Asscher de informatie aanpassen. „Een rondleiding op de Wallen promoten is prima”, zei hij. „Maar er moet ook informatie staan over de transitie die de Wallen doormaken en dat wat daar gebeurt niet altijd in de haak is.”

The Bulldog is precies het soort bedrijf dat de aandacht trekt van Asschers nijvere 1012-speurders. Het Amsterdamse imperium bestaat uit vijf coffeeshops, twee café’s, een loungebar, een hotel en kleding- en souvenirwinkels. Verder exploiteert The Bulldog in Canada twee café’s, een hotel en een park met vakantiewoningen. De jaaromzet bedraagt 8 miljoen euro.

Het imperium is in handen van hasjhandelaar Henk de Vries, die in 1975 in de voormalige seksshop van zijn vader op de Wallen de eerste coffeeshop opende; The Bulldog, genoemd naar het ras van zijn geliefde hond.

Onder toeristen is The Bulldog uitermate populair. Mede dankzij stevige marketing en merchandising: vloeitjes, een kledinglijn met onder meer babyrompertjes, sleutelhangers en andere trivia zijn te verkrijgen via de onlineshop.

The Bulldog bevestigt als geen andere onderneming het door Asscher ongewenste, ruige beeld van de Wallen, zoals dat onder toeristen bestaat. Op de website wordt vermeld dat er plannen zijn voor onder meer cocktailbars en grand café’s. In steenkolen Engels wordt vermeld dat ze zeer optimistisch zijn over de toekomst, al doen de autoriteiten op dit moment ‘een beetje raar’.

Ik ga de kamer uit en wandel door de gangen. Er is ook een tweede, derde en vierde verdieping. Op de derde verdieping kom ik enkele Franse toeristen tegen. Ze hebben het raampje van hun slaapzaal geopend en roken een joint aan het venster.

Beneden in de hotelbar is het een drukte van belang. Er wordt stevig geblowd en gedronken. Televisieschermen vertonen natuurfoto’s, onder meer zijn pinguïns op een ijsschots te zien. „Die pinguïns bewegen, ik zweer het je”, zegt een jongen die gebiologeerd naar het scherm staart.

Ik ga aan de bar zitten. Naast mij draait een Italiaan iets wat vermoedelijk zijn eerste joint is. Zijn buurman presenteert vuur waarna het gloeiende gevaarte in stukken op zijn schoot valt.

Twee Amerikanen voeren een diepgravend gesprek over een oorlogsgame. De ene weet een manier om met een bepaald geweer om de hoek te schieten. „Dat is echt niet mogelijk, je lult uit je nek”, zegt de ander.

Ik maak een praatje met de barman. „Hiervoor werkte ik in een buurtkroeg”, zegt hij. „Elke avond het levensverhaal van de buurman aanhoren is geen pretje.” In de Bulldog-hotelbar heeft hij het naar zijn zin. „Iedereen is lekker stoned, meestal is het rustig.”

De combinatie van alcohol en cannabis valt niet bij iedereen goed. Een paar weken geleden ging het mis toen een laveloze hotelgast een vrouw mee naar zijn kamer wilde nemen, iets wat volgens de barman vaker wordt geprobeerd. De hotelsecurity kreeg de boel niet tot bedaren, er moest politie aan te pas komen.

Sinds enkele jaren is de gecombineerde verkoop van cannabis en alcohol verboden. Tot ongenoegen van veel Britse blowers, die zweren bij hun pint. Het Bulldoghotel had een ingenieuze oplossing. De inpandige coffeeshop is alleen via een ingang aan de straat te bereiken, waarmee die formeel van de bar is gescheiden. Voortdurend lopen hotelgasten van de hotelbar naar buiten om via de andere voordeur de coffeeshop binnen te gaan. Met hun wiet lopen ze terug naar de hotelbar, waar het landelijk geldende rookverbod genegeerd wordt, om onder het genot van een drankje cannabis te roken.

„Die Asscher is niet goed bij zijn hoofd”, zegt Terry, een Britse man die lang in Zuid-Afrika heeft gewoond. Met zijn vrouw Sandy is hij een paar dagen in Amsterdam. „Om de Wallen en de coffeeshops te zien, zoals elke toerist in Amsterdam.”

Zojuist hebben Terry en Sandy voor het eerst van hun leven een joint gerookt. „Jezus, ik voel me geweldig”, zegt Terry. Sandy is een beetje in de war. Ze vinden het dom dat Amsterdam het aantal coffeeshops en raambordelen fors wil terugdringen. „Mensen komen echt niet voor de Nachtwacht alleen.”

Met criminelen hoeft de Staat niets te maken te hebben, zegt Terry. „De overheid kan zelf marihuana telen.” Naast het telen van marihuana zou de Staat ook prostituees kunnen ‘kweken’, meent hij.

Terry verliest zich in een warrig betoog waarin onder meer de toestand in Afghanistan en Irak aan de orde komen. „Ik kan je niet meer volgen, schat”, zegt Sandy, die lijkbleek ziet. Even later strompelt het echtpaar de trap op naar hun kamer.

Als ik om acht uur kamer 111 binnenga, trekken de jongemannen juist hun trainingsbroeken aan. Ik vertel dat ik namens de krant een nachtje blijf slapen en begin over het project van wethouder Asscher. De jongens gapen, ze willen wat eten.

In de hotelbar bestellen ze Bulldogburgers en bitterballen, „a traditional Dutch snack” volgens de menukaart. Randy (18) is werkloos, net als Craig (20). Ron (20) werkt in de bouw als hijskraanmachinist.

Ze komen uit Bradford en hebben het hele jaar gespaard om tussen Kerst en Oud en Nieuw een paar dagen door te brengen in Amsterdam, net als vorig jaar. „The Bulldog is wereldberoemd in Engeland”, zegt Randy. „Zuipen, blowen, neuken, daar staat Amsterdam voor”, zegt Craig.

Gisteren hebben ze tot in de vroege ochtend over de Wallen gezworven. „Toen nog wat geblowd en daarna uitgeslapen”, zegt Ron. Nu begint het ritueel opnieuw. „Dit is in feite ons ontbijt”, zegt Ron als de bitterballen worden voorgezet. Craig bestelt drie biertjes en draait een joint.

Een uurtje later lopen we over de Wallen, de jongens hebben ijsmutsen opgezet waar ‘Amsterdam’ op staat. „Kijk eens wat een tieten”, zegt Craig. Een donkere vrouw achter een raam aan het Oudekerksplein tikt met haar ring tegen het glas. Craig pakt zijn portemonnee en telt zijn geld. „We kunnen dit jaar veel meer neuken dan vorig jaar”, zegt Randy. „Vanwege de crisis kun je afdingen, sommigen doen het voor 25 euro in plaats van 50 euro.”

Craig loopt terug naar de donkere vrouw. Na een tijdje onderhandelen laat ze hem binnen, het gordijn schuift dicht. Randy en Ron steken een joint op. „Hoe was het”, vragen ze als Craig na twintig minuten terug is. „Fantastisch, volgens mij genoot ze er zelf ook van.” De donkere vrouw komt uit Afrika, uit welk land weet Craig niet meer.

„De situatie in Amsterdam is prima zo”, zegt Ron, als ik opnieuw over Asscher begin. „Je hoort wat Craig zegt: die vrouw geniet ervan, die doet dat echt niet tegen haar zin.”

Ik loop terug naar het Bulldoghotel, het Slavische meisje vraagt om mijn Bulldog-paspoort. De volgende ochtend om zeven uur komen Randy, Craig en Ron binnen. Met hun jassen aan gaan ze in bed liggen en vallen in slaap.