Wil de echte Nout Wellink nu opstaan?

Eén man, één onderwerp, twee gesprekken. Het eerste bijna acht maanden geleden bij tv-programma Knevel en Van den Brink van de Evangelische Omroep. Het tweede deze week in Het Financieele Dagblad.

Het zijn allebei bijzondere gesprekken met Nout Wellink. Bij de EO klapperden ze met hun oren toen de president van De Nederlandsche Bank zomaar in een praatprogramma wilde aanschuiven om te spreken over de eurocrisis. Het jongste gesprek is zeldzaam omdat het geen dagelijkse praktijk is dat een zichtbaar ontevreden voormalig bankpresident al een half jaar na zijn aftreden kritiek geeft op de minister van Financiën en op het bestuur van de ECB waar hij tot voor kort deel van uitmaakte.

Maar misschien nog het meest opvallend is het contrast in de opinies van de voormalige centrale bankier.

Op 18 mei 2011 vond Wellink het hoog tijd om aan de vooravond van zijn vertrek het publiek en de politiek te waarschuwen voor de gevaarlijke manier waarop er over de toekomst van de euro gediscussieerd werd (citaat links). Geert Wilders was „een valse profeet” omdat hij beweerde dat het geld dat Nederland aan de Grieken leende nooit zou terugkomen en dat er daarom geen cent meer naar Athene moest worden overgemaakt.

Onzin, vond Wellink. Hij voorzag een „economische en financiële tsunami” als de Grieken in de steek werden gelaten of als we schulden zouden gaan kwijt schelden. En de economen die allemaal waarschuwden – ook toen al – dat de schuld van de Grieken niet houdbaar was? Wellink kende nog heel veel economen bij IMF, OESO en ECB die allemaal wisten dat dat niet aan de orde was. Bovendien: het was nimmer voorgekomen dat een land zijn schulden niet terugbetaalde.

In het FD van gisteren sloeg Wellink een andere toon aan (citaat rechts). Er is wel degelijk een kans dat overheden hun leningen aan de Grieken níet terug zullen krijgen.

Grote vraag: wanneer sprak de echte Wellink, toen of nu?